Strandaanspoelsel Monitoring Project (SMP) - Projectomschrijving

Door: A.W. Gmelig Meyling. Laatste versie: 3 maart 2017

Het SMP (Strandaanspoelsel Monitoring Project) wordt uitgevoerd door strandwachters. Deze lopen wekelijks of eens in de twee weken een vastgesteld SMP-traject bij laagwater over het strand. Daarbij registeren ze alle aangespoelde organismen of resten daarvan. Het gaat daarbij van sponzen, kwallen, zeeanemonen tot schelpdieren, krabben, mosdiertjes en stekelhuidigen naar vissen.

De waargenomen aantallen worden na afloop van de strandwandeling genoteerd op het pdf SMP-formulier of digitaal in het excesheet SMP-formulier. Dankzij dit project weten we nu veel meer over de populatieveranderingen van de soorten die vlak voor de kust leven.  

Voor actuele data waarop langs de hoog- en laagwaterlijn gelopen wordt kijk op de activiteiten pagina.

Natuurlijk is het mogelijk om losse waarnemingen in te voeren. Ga hiervoor naar telmee.nl en volg de instructies.

 

Doelstellingen

  • Het signaleren van populatieveranderingen in de nabije kustzone van circa 80 mariene soorten uit tal van diergroepen
  • Het verkrijgen van ecologische kennis met betrekking tot jaarfluctuaties en seizoensfluctuaties
  • Het signaleren van nieuwe diersoorten, waaronder exoten
  • Het aandragen van informatie ten behoeve van natuurbeleid en natuurbehoud
  • Het vergroting van de belangstelling, de kennis en de waardering voor de Nederlandse onderwaternatuur bij strand- en Noordzee-minnend Nederland.

 

Geschiedenis

In 1977 besloot een groep leden van de Strandwerkgemeenschap wekelijk het strand bij laagwater te onderzoeken op resten van aangespoelde dieren en wieren. De doelstellingen waren ook toen al zoals die hierboven zijn verwoord. Deze groep van biologen kozen voor een strandtraject van 4 kilometer gelegen tussen Katwijk-Noordwijk. Op 5 november 1977 ging deze zogenaamde Strandwacht Katwijk-Noordwijk van start en tot op de dag van vandaag is deze strandwacht wekelijks actief.  Per soort werden de waargenomen aantallen genoteerd op formulieren. Daarbij werd ook steeds genoteerd in welke hoedanigheid de soorten werden aangetroffen. Zo werden schelpen zonder vleesresten, doubletten (linker- en rechterschelp nog met elkaar verbonden) en schelpen met vleesresten apart geteld. Ook fragmenten van krabben, schilden en vervellingshuidjes werden apart geteld. En juist deze methode maakt het mogelijk vers materiaal van oud materiaal te onderscheiden, waardoor het mogelijk wordt recente veranderingen in nabije kustpopulaties te volgen.

 

Methode

Voorbereidingen

  • Download hier het pdf SMP-formulier van het internet
  • Lees de toelichting die staat bij het invullen van de formulieren
  • Vul de gegevens die u steeds moet invullen in op het formulier in en save dit formulier op uw computer
  • Vergeet je determinatietabellen niet mee te nemen
  • Let u standaard niet op bepaalde soorten of categorieën, geef dan op het formulier aan op welke soorten en categorieën u niet gaat letten. Plaats daartoe achter de betreffende soorten in de betreffende kolom 'XX'.

 

De Strandwacht-inventarisatie
  • Start de inventarisatie één tot een half uur vóór laagwater (afhankelijk van traject).
  • Begin het traject bij de laagwaterlijn. Op de terugtocht wordt de vloedlijn onderzocht.
  • Probeer de aandacht bij het zoeken zoveel mogelijk over die soorten te verdelen (ook al vindt u de ene soort interessanter dan de andere).
  • Bij het schatten van de hoeveelheid aangespoelde materiaal per soort gaat u uit van welke aantallen u heeft gezien op baan van circa 6 meter. Circa 3 meter links van u en 3 meter rechts van u.  
  • Maak tijdens de wandeling aantekeningen van wat u gezien hebt, of maak gebruik van een geprint formulier waarop u aantallen turft. 
  • Er zijn twee belangrijke zoekopties:
  1. Zoek naar alle op het formulier vermelde soorten.
  2. Zoek alleen naar soorten en categorieën voorzien van een dik gelijnd kader op het formulier
  • Daarnaast kan van te voren of achteraf op het SMP-formulier worden aangegeven welke soorten of categorieë buiten beschouwing worden gelaten door op het formulier in desbetreffende vakjes XX te plaatsen.


Het invullen van het formulier

  • Noteer in de kop van het formulier de zogenaamde kopgegegevens zoals: waarnemer, datum, begintijd, eindtijd, trajectnummer, trajectnaam, gelopen afstand, zoektijd eblijn en zoektijd vloedlijn.
  • Noteer per soort en per categorie (levend, dood, doublet, enz) de waargenomen aantallen per traject in abundaniteklassen (A1, A2,A3 ..).
  • Noteer aantallen per traject in de vorm van zogenaamde abundantieklassen waarvan de afkortingen op het formulier vermeld worden.
  • Vergeet nooit een A te plaatsen als het om en abundantieklasse gaat, anders wordt aangenomen dat het om werkelijke aantallen gaat.
  • Als een soort niet is gevonden, hoeft u niet de abundantieklasse A0 in te vullen. Een leeg vakje betekent dus dat de soort niet is waargenomen, maar dat er wel naar deze soort is gekeken.
  • Als u een bepaalde soort nog niet kent of er om een of andere reden niet naar de soort heeft gezocht, noteer dan 'XX'. Stel dat u tot 1994 een bepaalde soort krab niet goed kent en u denkt: 'Ach laat ik maar niets invullen, XX staat ook zo dom'. In 1994 gaat u zich eens verdiepen in de betreffende diergroep en nadien herkent u de soort gemakkelijk, met als gevolg dat u de soort vaak waarneemt. Na analyse van de gegevens lijkt het dan net of die soort enorm is toegenomen, terwijl daar infeite niets over gezegd kan worden. Dus 'XX' op een formulier staat zeker niet dom, maar betekent dat u het idee achter het systematisch onderzoek goed door heeft.
  • Als u het aantal heeft geschat kan u gebruik maken van AX (soort of categorie was aanwezig, maar op aantallen is niet gelet).
  • Betrek bij het schatten van de aantallen zoveel mogelijk de gave exemplaren. Stukjes skelet van bijvoorbeeld de Zeeklit dienen niet bij de tellingen te worden betrokken. Als vuistregel kunt u aanhouden dat driekwart van het organisme (of skelet) in takt moet zijn. Kleinere fragmenten dus niet bij de telling betrekken en als u de waarneming te interessant vindt om verloren te laten gaan, vermeld die dan onder 'bijzondervondsten'.
  • Schat van kolonievormende organismen, zoals Zeemos, Penneschaft, Gorgelpijppoliep, Doorschijnende zeevinger, Harige vliescelpoliep en Bladachtighoornwier, maar ook van eikapsels van de Wulk het aantal plukjes of stukjes.Geef bij de opmerkingen eventueel enige informatie over de grootte van de stukjes.
  • Exemplaren die ten gevolge van een kornetvisser of op andere onnatuurlijke wijze op het strand zijn beland, mogen niet bij de tellingen worden betrokken. Noteer deze vondsten als bijschrijfsoorten bijvoorbeeld op de achterzijde van het formulier. Omdat kornet-vissers nog wel eens vangsten op het strand laten liggen, is het van belang te vermelden of u kornetvissers heeft waargenomen, zodat bijzondere vondsten toch met enige voorzichtigheid kunnen worden geinterpreteerd.
  • Bij het opslaan van het excelsheet gebruik de volgende naam SMPE12_TR_DD_MM_JJJJ. Waarbij TR=Traject nummer, DD= is de dag, MM= maand, JJJJ = Jaar en XX=01 als je maar één formulier hebt van een bepaalde waarnemingsdatum.

 

Bijschrijfsoorten
  • Noteer in het vak Bijschrijfsoorten de soorten die niet op het formulier staan, maar die u wel heeft waargenomen.
  • Noteer bij een bijschrijf soort ALTIJD de hoedanigheid (categorie) waarin de exemplaren zijn gevonden: levend, dood, doublet, schelp met vleesresten. De te gebruiken afkortingen van de categorieën staan op het standaard SMP-formulier. Noteer ook eventuele bijzonderheden, zoals aangespoeld op krat, vastgehecht aan plank, besmeurt met olie, enz.
  • Als u kwalvlooien heeft waargenomen, noteer dan bij de opmerkingen ook de kwalsoort waarin deze zijn gevonden.
  • Als u het Krabbezakje heeft waargenomen noteer dan bij de opmerkingen ook de krabbensoort waarin deze parasiet is waargenomen.Als u een exemplaar heeft gevonden die u niet gemakkelijk kan determineren, is het zeer aanbevelenswaardig deze te sturen naar Stichting ANEMOON. Dan wordt gezorgd dat uw waarnemingen terecht komen bij de juiste specialist. Zorg wel voor conservering in 70% alcohol en deugdelijke verpakking. U kunt ook goede foto's opsturen.

 

Resultaten

 

Coördinatoren

Locatie  Coördinator
Landelijk Adriaan Gmelig Meyling
Ameland **
Texel Rob Dekker
Petten Trudy Kuhne
Camperduin Yvonne Koning
Castricum Janny Meulenkamp
IJmuiden Alie Postma
Katwijk-Noordwijk Marijke Kooiman
Den Haag Laus Hendriks 
Neeltje Jans Petra Sloof 

 

Strandwachttrajecten

Texel

.......

Petten

........

Camperduin

......

Castricum

.......

IJmuiden
17 februari 2002 ging de strandwacht IJmuiden van start met een heel groepje tijdens de eerste loop. Ingeborg de Booijs gaf uitleg wat de bedoeling was en heeft de schelpen, krabben en andere gevonden dingen op naam gebracht. De hierop volgende wachten liepen zoveel mogelijk met 3 man, waaronder 1 ervaren iemand die de schelpen kon benoemen. De laatste tijd wordt meestal met 2 man gelopen. Er wordt om de 2 weken gelopen en eens per jaar wordt geprobeerd met de hele groep te lopen. Dat is heel gezellig en dan wordt er vaak heel wat gevonden. Het startpunt is bij de strandopgang die bij haven Marina ligt, waarna tot de per wordt gelopen. Dat is ongeveer 2x een halve kilometer.

Katwijk-Noordwijk
Strandwacht Katwijk-Noordwijk is november 1977 opgestart door Willem Prud'homme van Reine. Het is de langstlopende Strandwacht binnen het SMP-project in Nederland. De eerste Strandwacht-periode liep ten einde op 5 november 1987. Op 3 maart 1991 zijn de inventarisaties weer hervat. Oorspronkelijk liep het traject van strandpaal 82 tot 86, waarbij men van Katwijk naar Noordwijk liep. Wisselend werd de ebllijn en de vloedlijn onderzocht. Deze route was van wegen het openbaarvervoer zo gekozen. Vanaf 1991 kwamen deelnemers steeds meer met de auto en daarom ligt het traject nu tussen de strandpalen 84 en 86, waarbij men de eblijn eerst onderzocht en de vloedlijn op de terugweg. De coördinatie ligt in handen van Marijke Kooiman.

Den Haag
Strandwacht Den Haag, ook wel Strandwacht Kijkduin genoemd, is opgezet in 1991 op initiatief van Arthur Oosterbaan. De huidige coördinator en contactpersoon is Laus Hendriks en de gegevensverwerking ligt in handen van John van Wensveen. Het inventarisatie-traject heeft een lengte van één kilometer en lag in 1991 tussen strandpaal 104 en 105. Om praktische redenen is het traject in 1992 verschoven naar strandpaal 106-107. Volgens waarnemers en gegevens zijn de verschillen tussen beide locaties verwaarloosbaar. Het traject wordt om de twee weken bezocht door twee strandwachters uit een vaste groep waarnemers van circa zes personen. De Strandwacht Den Haag voert incidenteel ook op andere plaatsen tussen Den Haag en Hoek van Holland systematische inventarisaties uit.

Neeltje Jans  (Trajectnummer TR=06)
In 2000 besloten een aantal natuurgidsen van het natuurgebied van de stichting het Zeeuwse Landschap en de vereniging Natuurmonumenten op Neeltje Jans, zich ook bezig te gaan houden met de aanspoelsels op het strand en de flora en fauna op de dam aan de Noordzeezijde. Petra Sloof is de coördinator van dit traject en Rien Pronk verzorgt de gegevensverwerking en de fotografie. Anno 2015 bestaat deze strandwacht uit circa  27 personen. Het havenhoofd, die zich op het begin van het traject bevindt, wordt door deze groep geregeld geïnventariseerd in het kader van het LIMP.
In de afgelopen jaren zijn veel leuke dingen gevonden, zoals een dode hondshaai, die bij aanraken niet dood bleek te zijn, maar waarschijnlijk door de storm op het strand was gegooid. Ook werden hier twee skeletten van zeehonden gevonden, die vermoedelijk bij de aanleg van de stormvloedkering bij het opspuiten van de zandlaag hier terecht zijn gekomen.