Beheeradvies Nauwe korfslak

Door: A. Boesveld, S. van Leeuwen, J. de Boer en A.W. Gmelig Meyling, juli 2014

Beperk graafwerkzaamheden en afplaggen
Graafwerkzaamheden en afplaggen van gebieden waar de Nauwe korfslak voorkomt, kunnen een grote negatieve invloed hebben op de slakkenpopulaties. De afgelopen jaren zijn in Nederland grote gebieden afgeplagd, waarbij de vegetatie werd gerooid en de toplaag van de bodem werd afgegraven. Dat wordt gedaan om dichtgroeien en vergrassing tegen te gaan en de natuurlijke dynamiek en "grijs duin" te herstellen. Daarbij zijn belangrijke populaties van de Nauwe korfslak geheel of grotendeels verdwenen.

 

Graafwerkzaamheden en afplaggen zorgvuldig uitvoeren
Door vóór het uitvoeren van dergelijke werkzaamheden te onderzoeken waar de Nauwe korfslak in grote dichtheden voorkomt en deze locaties ongeschonden te laten, kan de schade aan de populaties sterk worden beperkt en kunnen vanuit deze zogenaamde refugia de afgeplagde gebieden later weer worden ‘bevolkt’.

 

Hier is voorafgaand aan de plagwerkzaamheden in kaart gebracht welke locaties belangrijk zijn voor Nauwe korfslak. Door deze plekken bij het plaggen sparen, blijven refugia voor Nauwe korfslakken behouden. Belangrijk is wel dat refugia voldoende groot zijn. (foto: A. Boesveld)

 

Zorgvuldig kiezen van de refugia-locatie
De locatie van deze refugia moet wel zodanig gekozen worden, dat de gespaarde "eilanden" van vegetatie en omliggende leefgebieden niet alsnog bedekt worden door een laag stuifzand, waardoor de populatie alsnog verdwijnt. Migratie van slakken over zandvlakten is onmogelijk. In gebieden waar men voor grootschalig plaggen gekozen heeft, is het beter om wisselend delen te plaggen en te behouden (mozaïekbeheer). Zodoende kan de ruimtelijke samenhang van de vegetatie gespaard blijven. Daarnaast worden daarmee hevige verstuivingen voorkomen en blijft migratie van slakken mogelijk. Bij het inscharen van vee na plaggen moeten slakken-refugia uitgerasterd worden om te voorkomen dat het vee de refugia bezoekt (zie begrazing). Toename van verstuiving en herstel van grijs duin kan op langere termijn ook gunstig zijn voor de Nauwe korfslak, vooral in de gebieden waar de toplaag reeds ontkalkt is. Het dieper gelegen, kalkrijke zand kan dan aan de oppervlakte komen en op den duur, als de vegetatie zich herstelt, nieuw leefgebied vormen. Bij begrazing door vee ontstaat echter geen gunstig leefgebied en is hervestiging niet te verwachten.Het is aan te bevelen om beheeringrepen die ongunstig zijn voor de Nauwe korfslak, zo veel mogelijk uit te voeren in ongunstige of ongeschikte vegetaties en biotopen zoals sterk ontkalkte duinen.

 

Door grootschalige plagwerkzaamheden in de duinen zijn grote leefgebieden van de Nauwe korfslak verloren gegaan (foto: A. Boesveld)

 

Het wisselend sparen van vegetatie tijdens het plaggen (mozaïekbeheer) zoals hier gebeurd is, is een goede beheermethode om populaties Nauwe korfslak te sparen (foto: A. Boesveld)

 

In deze duinen zijn eilanden van struweel gespaard om populaties Nauwe korfslakken te behouden. De bodem is echter inmiddels ondergestoven. De aanwezige populaties Nauwe korfslakken zijn daardoor verstikt onder een (dikke) laag zand. Het is dus belangrijk de refugia niet midden op de stuifvlakte te situeren (foto: A. Boesveld)

 

Meer open maken van grote oppervlakten met dichte duindoornstruwelen
Uit eerdere onderzoeken naar het belang van vegetaties voor de Nauwe korfslak is gebleken dat in randzones van dichte struwelen (aanzienlijk) grotere dichtheden van deze slakjes voorkomen dan in de struwelen zelf. Wanneer twee dichtbij elkaar gelegen monsters werden genomen, één in het struweel en één aan de rand, zijn steeds grotere dichtheden in de randzones aangetroffen. Deze maatregel moet wel zorgvuldig worden uitgevoerd (liefst in overleg met Nauwe korfslak-deskundigen) om te voorkomen dat onnodig belangrijke populaties verdwijnen.

 

Populieren laten staan
In de kustduinen zijn populierenbosjes zeer belangrijke vegetaties voor de Nauwe korfslak. Nauwe korfslakken zijn veelvuldig aangetroffen in populierenbosjes, zoals die van de inheemse Zwarte populier en de Ratelpopulier. Nergens in de duinen komt de Nauwe korfslak zo regelmatig voor als in deze bosjes. Populieren hebben namelijk als belangrijk voordeel dat het bladstrooisel kalkrijk is. De bodem waarop deze bomen groeien krijgt na het vallen van de bladeren jaarlijks een portie kalk toegediend waardoor deze niet verzuurt. In de min of meer ontkalkte (binnen)duinen is het voorkomen van de soort vaak beperkt tot deze bosjes. De kans is groot dat de Nauwe korfslak geen stand houdt nadat zulke bosjes gekapt zijn. Daarom is het voor het behoud van de Nauwe korfslak belangrijk dat deze bomen blijven staan. In gebieden waar begrazing wordt toegepast, is het belangrijk populierenbosjes uit te rasteren om achteruitgang door tred en begrazing te voorkomen (zie gevolgen begrazing).

 

Het rooien van bomen is soms nodig om te voorkomen dat duinvalleien geheel dichtgroeien. Voor de Nauwe korfslak is het belangrijk dat populieren blijven staan. Het terugdringen van Eikenbos en Amerikaanse vogelkers is juist gunstig voor de Nauwe korfslak. (foto: A. Boesveld)

 

Eikenbos terugdringen
Door natuurlijke successie breidt het eikenbos zich sterk uit in de duinen. In tegenstelling tot bladstrooisel van populieren is het bladstrooisel van eiken zuur en het verteert daarom traag. Het zure strooisel in deze bossen is ongunstig voor de kalkminnende Nauwe korfslak. Door in jonge successiestadia, in of nabij voor de Nauwe korfslak gunstige vegetaties eiken te verwijderen of te dunnen kan biotoop van de Nauwe korfslak verbeterd worden of behouden blijven.

 

Amerikaanse vogelkers bestrijden
De explosieve uitbreiding van de Amerikaanse vogelkers in een aantal duingebieden vormt een bedreiging voor de inheemse vegetatie. Deze snelgroeiende soort kan sterk woekeren waardoor voor de Nauwe korfslak gunstige vegetaties verdrongen worden. Door deze invasieve soort te bestrijden kan de biotoop van de Nauwe korfslak hersteld worden.

 

Geen vee inscharen in belangrijke leefgebieden van de Nauwe korfslak
Uit inventarisaties en onderzoeken van Stichting ANEMOON is gebleken dat begrazing door rundvee, paarden, schapen en geiten in leefgebieden van Nauwe korfslak ongunstig tot zeer ongunstig is voor deze slakjes. Na het inscharen van grootvee treden snel veranderingen op in de vegetatiesamenstelling en bodemdichtheid. In delen van begrazingsgebieden die minder vaak of zelden bezocht worden, komt de Nauwe korfslak vaker en in veel grotere dichtheden voor dan in veelvuldig door vee bezochte gebieden waar veel betreding plaatsvindt. Nog ongunstiger is het wanneer vee kort na ingrijpende herstelwerkzaamheden (plaggen/rooien) wordt ingeschaard. Doorgaans zal dan geen herstel van populaties van de Nauwe korfslak plaatsvinden en in de begraasde delen van het duin kan de soort op termijn verdwijnen. Dat kan worden voorkomen door de belangrijkste leefgebieden van de Nauwe korfslak uit te rasteren.

 

Drukbegrazing is erg ongunstig voor de Nauwe korfslak en andere soorten slakken. Refugia voor de Nauwe korfslak dienen altijd te worden uitgerasterd, zodat vee niet in de refugia kan komen. Alleen dan is er een aanzienlijke kans dat populaties kunnen overleven (foto's: A. Boesveld)

 

Voor begrazing worden verschillende soorten vee ingeschaard. Voor alle soorten vee geldt dat begrazing negatief uitpakt voor de Nauwe korfslak.  (foto's: A. Boesveld)

 

Begrazing leidt tot voor Nauwe korfslak ongunstige veranderingen in de vegetatie
In verruigde duingebieden waar vee is ingeschaard, worden langhalmige grassen zoals duinriet en strandkweek, die voor de Nauwe korfslak van groot belang kunnen zijn, meestal als eerste begraasd. Tijdens voedselschaarste in de winter worden bovendien de afgestorven stengels en bladen opgegeten, waardoor de strooiselvorming op de bodem vermindert. Wanneer open grasvegetaties afgegraasd zijn, gaat het vee op zoek naar grasvegetaties in de half open struwelen. De struwelen alsmede de bodem-, kruiden- en mosvegetaties worden daarbij vertrapt. Daardoor treedt degeneratie- en vervolgens sterfte van duindoorstruiken op. Het microklimaat verandert doordat de resterende vegetatie minder beschutting biedt tegen uitdroging. Dit is ongunstig voor de Nauwe korfslak. Een ander ongunstig gevolg van duindoorsterfte is de verminderde toevoer van kalkhoudend strooisel aan de bodem waardoor deze sneller verzuurt. Deze verzuring vindt het eerst plaats in de toplaag waar de slakken leven. Ook ongunstig is dat de zode en de bodem door veelvuldige betreding dichtgetrapt wordt. Gebleken is dat de Nauwe korfslak een sterke voorkeur heeft voor rulle, goed doorlatende, ongestoorde bodems. Volledig opengetrapte delen met kaal zand bieden zelfs geen enkele levensmogelijkheid voor de Nauwe korfslak. Wanneer op open gelopen plekken verstuiving optreedt kunnen – net als bij plaggen – in aangrenzende vegetatie populaties Nauwe korfslakken bedolven raken onder het zand en verstikken.Veranderingen in de vegetatiesamenstelling door begrazing zijn het eerst merkbaar in de mosvegetatie. Voor de Nauwe korfslak gunstige mosvegetaties van vochtige, kalkrijke en vrij voedselrijke omstandigheden zoals Duinsnavelmos, Gewoon dikkopmos, Fijn snavelmos, worden opgevolgd door ongunstige mos vegetaties van drogere, voedselarmere omstandigheden met bladmossoorten zoals Duinklauwtjesmos en Gewoon gaffeltandmos. De snelheid van de veranderingen in vegetatiesamenstelling is onder meer afhankelijk van de begrazingsdruk (aantal GVE per hectare), het type begrazing (jaarrond, periodiek) en de ‘gesteldheid’ van het gebied (bedekking struweel, vochtigheid, etc.). Logischerwijs verlopen deze processen sneller bij drukbegrazing dan bij extensieve begrazing.  

 

Drie jaar na de start van de drukbegrazing is het aantal Nauwe korfslakken gedecimeerd. Voor deze grafiek is het gemiddeld aantal slakken per monster van 3 liter bodemstrooisel geteld.

 

Begrazing in het algemeen ongunstig voor slakkensoorten
Uit diverse onderzoeken is gebleken dat in gebieden die langdurig begraasd worden zowel het aantal soorten slakken als het aantal individuen per soort gemiddeld beduidend lager is dan in nabijgelegen onbegraasde gebieden. Een uitzonderlijk voorbeeld is dat van de duinvallei de Bierlap in Meijendel. De vallei, die sinds 1990 begraasd wordt, is in juni 2014 op 7 grazige plaatsen, bemonsterd. In deze monsters is slechts 1 leeg huisje van een algemene slakkensoort, het Dwergpuntje Punctum pygmeum, aangetroffen. Direct buiten het raster zijn in een monster dat in onbegraasd gebied is verzameld 16 soorten slakken aangetroffen met ruim 700 exemplaren.

 

Bij begrazing door grootvee neemt het aantal slakkensoorten doorgaans af. Ook voor Nauwe korfslakken is begrazing zeer ongunstig: in de uitgerasterde delen (links boven) zijn de aantallen veel hoger dan in het begraasde deel (voorgrond en rechts) (foto: A. Boesveld)

 

Maaien in belangrijke leefgebieden beperken
Maaien is voor de Nauwe korfslak een ongunstige beheermethode, onder meer omdat het na het maaien het strooisel wordt afgevoerd. Strooisel biedt beschutting voor de Nauwe korfslak. Ook wordt de bodemstructuur door de jaren heen/geleidelijk steeds dichter door de druk van het gewicht van de maaimachines. De Nauwe korfslak prefereert rulle, goed doorlatende (luchtige) bodems. In gebieden die jaarlijks gemaaid worden zijn de dichtheden van Nauwe korfslakken laag of ontbreekt de soort, terwijl deze hoog kunnen zijn in de aangrenzende delen die niet gemaaid worden. Na de start van maaibeheer kan de Nauwe korfslak binnen enkele jaren uit een gebied verdwijnen.

 

Klepelen en afzuigen van strooisel voorkomen
Klepelen is het mechanisch stukslaan van de vegetatie door middel van metalen klepels die bevestigd zijn aan snel roterende cilinders. Deze methode is nog ongunstiger dan maaien: het strooisel met daarin nog aanwezig Nauwe korfslakken wordt opgezogen en afgevoerd en er blijft een nagenoeg kale, woestijnachtige bodem achter waar voor achtergebleven slakken nauwelijks beschutting te vinden is. Eventueel herstel van populaties is afhankelijk van het vervolgbeheer ( zie maaien, begrazen).

 

Na het klepelen van de vegetatie is deze duinvallei ongeschikt geworden als leefgebied voor de Nauwe korfslak (foto: A. Boesveld)

 

Zo min mogelijk struweel in belangrijke leefgebieden rooien
Het machinaal rooien van struweel is een ongunstige beheeringreep voor de Nauwe korfslak. Struiken worden met groot materieel uit de grond getrokken. De bodem en de strooisellaag, waarin de Nauwe korfslak leeft, raken daarbij ernstig beschadigd. Beschaduwing en beschutting verminderen en het microklimaat wordt abrupt droger. Onder droge omstandigheden verdwijnen (mos)vegetaties die voor de nauwe korfslak gunstig zijn. Indien het gebied na het rooien van het struweel met rust gelaten wordt, kan de soort zich op de lange duur herstellen. Herstel van Nauwe korfslak is mogelijk wanneer ook de voor de dit dier gunstige vegetaties (duindoornstruweel, langhalmige grassen en mossen) zich herstellen. Bij maatregelen die gericht zijn op het herstel van het 'grijs duin' is dat meestal juist niet de bedoeling. Indien het vervolgbeheer maaien of begrazen betreft zal er sprake zijn van continue achteruitgang (zie ook bij maaien en begrazen).

 

Afzetten van struweel beperken en liefs gefaseerd uitvoeren
Het afzetten van struweel is ongunstig omdat de beschutting abrupt vermindert en het microklimaat verandert. Soorten van vochtige biotopen worden opgevolgd door soorten van droge biotopen. Deze methode is wel minder destructief dan rooien omdat de bodem minder beschadigd raakt. Indien beheerders er voor kiezen om het gebied na het de werkzaamheden met rust te laten, kan de soort zich, naar verwachting, op de (lange) duur herstellen als ook de voor de Nauwe korfslak gunstige vegetaties zich herstellen.

 

Dynamisch zeereepbeheer zoveel mogelijk buiten leefgebieden toepassen
Dynamisch zeereepbeheer houdt in dat stukken van de zeereep afgegraven worden, waardoor verstuivingsprocessen op gang kunnen komen. De aanwezige vegetatie wordt daarbij verwijderd. De ter plekke aanwezige populaties Nauwe korfslakken gaan verloren, want kaal zand biedt geen levensmogelijkheden voor de Nauwe korfslak. Natuurlijke dynamiek op de kwelders kan echter wel gunstig zijn voor de Nauwe korfslak. Zo werd de soort op Schiermonnikoog alleen gevonden op de dynamischer jongere delen van de kwelder. De slakjes kunnen kortdurende overstroming van de kwelder door zeewater overleven en door het drijfvermogen van de slakjes draagt dat wellicht ook bij aan verspreiding van de soort in het gebied.

 

Werkzaamheden aan infiltratiekanalen voorzichtig en gefaseerd uitvoeren
Tijdens onderhoudswerkzaamheden aan infiltratiekanalen worden geregeld struwelen en vegetaties aan de oevers verwijderd. Juist deze biotopen zijn uitstekend geschikt voor de Nauwe korfslak. Het beste kunnen dergelijke werkzaamheden gefaseerd worden uitgevoerd over een ruime tijdsperiode. Daardoor verdwijnt niet in een keer veel leefgebied en kunnen Nauwe korfslakken heringerichte delen herkoloniseren vanuit de gespaarde vegetaties. 

 

Het begrip 'regulier beheer’ beter definiëren
Er bestaat nog veel onduidelijkheid over het begrip ‘regulier beheer’. Voor regulier beheer is geen Natuurbeschermingswetvergunning nodig, zodat ook niet zorgvuldig wordt nagegaan wat het effect van de maatregelen is op beschermde soorten van de Habitatrichtlijn, zoals de Nauwe korfslak.  Indien dit begrip 'regulier beheer' ruim geïnterpreteerd wordt, kan het nadelig uitpakken voor populaties Nauwe korfslakken. Het is daarom van belang dat dit begrip beter ‘omkaderd’ wordt zodat voor iedereen duidelijk is wat het precies inhoudt.

 

Wateronttrekking tegengaan
Vocht is voor de Nauwe korfslak van groot belang. Wateronttrekking en daling van het grondwater moeten daarom zo veel mogelijk worden voorkomen. Andersom kunnen door waterpeilverhogingen populaties onder water komen te staan. Veranderingen van het waterpeil dienen daarom heel geleidelijk te worden doorgevoerd.

 

Een vochtige bodem is goed voor de Nauwe korfslak, maar bij sterke verhoging van het waterpeil kan leefgebied onder water komen te staan. (foto: A. Boesveld)

 

Contacten met Nauwe korfslak experts onderhouden
Geregeld worden door beheerders en vergunningverleners, onbewust, onjuiste beoordelingen gemaakt over het belang van vegetaties en de gevolgen van beheeringrepen voor de Nauwe korfslak. Hierdoor zijn onnodig ongunstige beheeringrepen uitgevoerd en bleven goed uitvoerbare mitigatiemaatregelen achterwege in gebieden die (erg) belangrijk waren voor de Nauwe korfslak. Deskundigen van Stichting ANEMOON en EIS-Nederland zijn graag bereid met beheerders mee te denken.

 

Gevolgen van beheermaatregelen monitoren
De gevolgen van bovengenoemde beheermaatregelen en ingrepen worden tot op heden maar zeer mondjesmaat gemonitord en monitoring vindt vooral plaats op initiatief van vrijwilligers. Om beter inzicht te krijgen in gevolgen van beheeringrepen is het belangrijk om voor de ingrepen steeds een 0-situatie van het voorkomen van de Nauwe korfslak vast te leggen en vervolgmetingen te doen. Door herbemonstering door de jaren heen op vooraf geselecteerde punten, kan meer inzicht verkregen worden in het effect van genomen maatregelen en de mate van de achteruitgang of herstel.

 

Compensatie
Door de grootschalig uitgevoerde duinherstelmaatregelen is inmiddels per saldo veel leefgebied van de Nauwe korfslak verloren gegaan en door toegenomen begrazing gaat de kwaliteit van leefgebieden achteruit. De landelijke doelstelling voor Natura 2000, gericht op 'behoud oppervlak en kwaliteit leefgebied', is daardoor in het gedrang gekomen. Om doelstelling te behalen wordt aanbevolen de aantasting te compenseren door in een aantal gebieden te kiezen voor een of meer van de hiervoor genoemde op de Nauwe korfslak gerichte kwaliteitsimpulsen.