Monitoringproject Onderwater Oever (MOO) - projectomschrijving

Door: Adriaan Gmelig Meyling, Niels Schrieken en Arjan Gittenberger, 2 mei 2016.
Foto's: © Marion Haarsma

 

Sepia's Foto: Marion HaarsmaHet Monitoringproject Onderwater Oever (MOO) is een sinds 1994 doorlopend monitoringproject dat wordt uitgevoerd door sportduikers met kennis van het onderwaterleven. De MOO-waarnemers letten tijdens hun duik op karakteristieke soorten die na de duik worden vastgelegd op speciale MOO-formulieren. Op deze manier wordt inzicht verkregen in de verspreiding, trends en seizoenspatronen van ruim 150 karakteristieke soorten. Er zijn formulieren voor de Zeeuwse wateren en kustzone, de Noordzee, het Haringvliet en voor het zoete water. De formulieren zijn geschikt voor zowel beginnende als gevorderde waarnemers. Wie slechts één soort kan herkennen, kan al meedoen.

Formulieren

- Delta kustzone: MOO3 (pdf)
Delta kustzone (uitgebreid): MOO6 (pdf)
- Delta kustzone: MOO6 (Excel)
- Noordzee: MonSW1 (pdf)
- Haringvliet: Haringvliet (pdf)
- Zoetwater: MOO-Z-04 (pdf)

 

MOO-portaal

Online MOO-gegevens invoeren en beheren

 

Doel

Het belangrijkste doel van het MOO is het signaleren en volgen van populatieveranderingen van een honderdtal goed herkenbare mariene (in zee levende) soorten. Het gaat daarbij om vertegenwoordigers uit allerlei verschillende groepen organismen. Tot de afgeleide doelen van het project behoren: het verkrijgen van ecologische kennis met betrekking tot verspreiding van de soorten, het berekenen van jaarfluctuaties en seizoensfluctuaties, het signaleren van voor Nederland nieuwe diersoorten (o.a. exoten) en het aandragen van informatie ten behoeve van natuurbeleid en natuurbehoud. Een meer algemeen doel van het MOO is - net als bij andere projecten van stichting ANEMOON - zo veel mogelijk de belangstelling, kennis en de waardering voor de Nederlandse onderwaternatuur te vergroten, zowel bij sportduikers als bij anderen.

 

Werkwijze

Periode

Het MOO-seizoen loopt het hele jaar door. Zowel in hartje winter als in de zomer kunnen duiken worden gemaakt en MOO-formulieren worden ingevuld. Met deze gegevens kunnen de seizoenspatronen van soorten worden bepaald.

 

Voorbereiding

MOO-waarnemers kiezen zelf hun duiklocaties. Dat kan met behulp van het MOO-locatie-overzicht. De meeste duiklocaties hebben inmiddels een MOO-locatienummer. Maar ook waarnemingen gemaakt op locaties die nog geen locatienummer hebben zijn van harte welkom. Aan waarnemers wordt niet speciaal gevraagd op bepaalde plaatsen te gaan duiken, maar omdat veel MOO-waarnemers de neiging hebben om vaak op de zelfde locaties te water te gaan, wordt in de nabije toekomst wel een locatie-prioriteitenlijst opgesteld. Op die lijst worden de locaties aangegeven waarvan we graag meer waarnemingen zouden willen ontvangen. 

 

Vóór de duik

In principe is het de bedoeling dat de MOO-waarnemer en zijn of haar buddy nog voor de duik bepalen op welke soorten ze wel en niet willen of kunnen letten. Dit is nodig om een goed onderscheid te kunnen maken tussen twee situaties, te weten: 1) soort niet waargenomen door afwezigheid of zeer lage aantallen, 2) soort niet waargenomen doordat de MOO-waarnemer de soort niet kan herkennen. In situatie 1 hebben we te maken met een 'echte Nulwaarneming' en in situatie 2 met een 'Missing Value'. Als beide situaties worden verwisseld, kunnen de trefkansen niet goed worden berekend. Daarom vragen we van de waarnemers nadrukkelijk om al vóór de duik op het formulier aan te geven welke soorten ze niet kennen of/en waarop ze niet van plan zijn te gaan letten. Dit doen ze door een kruisje te zetten in de kolom ‘?’. Als na de duik toch blijkt dat op bepaalde soorten niet (goed) is gelet, kan voor die soorten alsnog de kolom '?' worden aangekruist. Beginners wordt aangeraden eerst met een klein aantal soorten te beginnen.

 

Tijdens de duik

Tijdens de duik proberen de MOO-waarnemers zo goed mogelijk te letten op de 'opletsoorten' die ze zelf hebben aangegeven (die waarachter ze geen kruisje hebben gezet in de vraagteken-kolom). Ze proberen vervolgens van deze soorten te tellen hoeveel er tijdens de duik zijn waargenomen. Gaat het om kolonievormede soorten gaat, dan wordt een schatting gemaakt van het aantal waargenomen kolonies.

 

Na de duik

Na de duik vult het buddypaar het MOO-formulier in. Naast gegevens over de locatie, de datum, de tijd en de namen van de waarnemers, plaatsen ze achter elk van de soorten een kruisje in de kolom die van toepassing is. Er zijn vijf klasse-kolommen, aangeduid met de tekens ?, 0, Z, A en M.
De betekenis is als volgt:

 

Klassen en omschrijving

? :  Onbekend, soort bij mij (ons) onbekend, of vinden we moeilijk te herkennen
0 :  Nul exemplaren, wel op deze soort gelet, maar niet waargenomen
Z :  1 tot 9 exemplaren of kolonies (Zeldzaam)
A  : 10 tot 99 exemplaren of kolonies (Algemeen)
M :  100 of meer exemplaren of kolonies (Massaal)

 

Bijschrijfsoorten

Voor soorten die niet op het formulier staan is er wel ruimte ook deze bij te schrijven. Ook daar kan het waargenomen aantal worden vermeld via een code Z, A of M of middels een kruisje in de juiste kolom.

 

Doorgeven van waarnemingen

Na het invullen van het MOO-formulier zijn er drie mogelijkheden:

1. Ingevulde geprinte MOO-formulieren kunnen worden gestuurd naar Stichting ANEMOON, Postbus 29, 2120 AA Bennebroek
2. Excel-MOO-formulieren kunnen worden gemaild aan anemoon@cistron.nl
3. Waarnemingen kunnen worden ingevoerd en zo doorgegeven via het MOO-portaal

 

Nog vier tips:

1: Vul alle waarnemingen na de duik zo snel mogelijk in (zodat waarnemingen van verschillende duiken niet kunnen worden verward)
2. Gebruik zo mogelijk toch altijd eerst een papieren-formulier, ook als u ze digitaal via het portaal of Excel-formulier gaat insturen.
3. Laat geen waarnemingen verloren gaan door ze in de kast te laten liggen.
4. Stuur waarnemingen geregeld op; verzendkosten kunnen desgewenst worden vergoed.

 

Meeduiken met een ervaren MOO-waarnemer

Ben je nog niet zo ervaren met het MOO? Of wil je nog meer soorten leren kennen? Dat kan door mee te duiken met een ervaren MOO-waarnemer.

Geef je op via less.anemoon@gmail.com of mail naar anemoon@cistron.nl.

 

 

Resultaten

Resultaten van het MOO-project zijn o.a. gepubliceerd in drie speciale rapporten:

 

Het Duiken Gebruiken 1: resultaten t/m 1999

Het Duiken Gebruiken 2: resultaten t/m 2003

Het Duiken Gebruiken 3: resultaten t/m 2013

 

Ook voor het Compendium voor de Leefomgeving zijn MOO-gegevens gebruikt, onder meer voor de volgende indicatoren:

Exoten in de Delta

Klimaat

Japanse oester en Zeeuwse oester

 

In 2016 en 2017 wordt gewerkt aan een nieuw Living Planet Rapport en aan nieuwe indicatoren voor het Compendium voor de Leefomgeving.
Daartoe zullen alle MOO-waarnemingen worden gebruikt en worden samengevat. Alle waarnemingen zijn dus belangrijk en blijven bijzonder welkom!

 

MOO-coördinatoren

Niels Schrieken
Arjan Gittenberger