Search
Search

Soorten

Weekdieren

Wrattige mosdierslak

Zeenaaktslak. Tot 20 mm, meestal kleiner. Lichaam wit, toppen rhinoforen oranjegeel, uitsteeksels op de mantelrand, rugwratten en uiteinden van de kieuwen idem. Kopzijde met idem gekleurde, gegroefde uitsteeksels. Mantelrand en kopzijde met naar boven gebogen vingervormige uitsteeksels. Kieuwboog met 3-5 drievoudig geveerde kieuwen. Rhinoforen gelamelleerd, in een ronde schacht staand. Eieren: enkelvoudige witte, gevouwen riemvormige spiraalbanden. Leeft op de Harige vliescelpoliep.

[Lees verder...]


Witgestreepte waaierslak
Zeenaaktslak. Tot 50 mm. Grijswit, uiteinden rhinoforen en papillen met witte vlekken. Midden op de rug een witte lengtestreep, vertakt in de tentakels. Ook op papillen 1-2 witte strepen. Papilinhoud donkerbruin, oranje, roze. Pluimvormige, forse slak. Papillen in 4-8 groepen aan zijkanten van de rug. Midden van de rug kaal. Rhinoforen met kleine wratjes. Eisnoeren als witte draad met hangende u-vormige lussen, gewonden om het voedsel. Vooral in Oosterschelde, ook in Westerschelde en Noordzee.

[Lees verder...]


Wrattig tipje
Zeenaaktslak. Tot 30 mm. Transparant crèmekleurig tot grijs, met ronde en gestreepte oranjebruine vlekjes. Op de rug enkele witte vlekken. Vertakkingen middendarmklier donkerbruin. Talrijke papillen aan weerszijden van het lichaam en voor op de kop. Papillen smal aan de basis, verbreed in het midden en aan de top toegespitst. Op de papillen wratachtige tuberkels. Rhinoforen met spiraalvormige groeven en een langwerpig orgaantje (carunkel). Eisnoeren als gelatineus snoer met kern van witte eitjes, herkenbaar aan de neerwaartse u-vormige lussen. Vooral in de Oosterschelde.

[Lees verder...]


Zeerasp-knotsslak
Zeenaaktslak. Tot 28 mm. Vleeskleurig. Rhinoforen en koptentakels halfdoorschijnend, wit tot lichtroze. Papilinhoud lichtbruin tot roze, top met cnidosac en witte kap. Kop, rug en lichaam soms met gele of roze waas. Relatief brede slak. Op de rug tot 20 rijen papillen, behalve op het midden van de rug. Eisnoeren in kronkelige spiraal met u-vormige lussen, afgezet op afgegraasde hydropoliepen. Noordzee en Zeeland, op Zeerasp.

[Lees verder...]


Plompe knuppelslak
Zeenaaktslak. Tot 7 mm. Grijsachtig transparant tot geelwit. Lichaam altijd met vlekken. Tentakels en rhinoforen hebben een witte punt met daaronder 1-2 ringen van bruine vlekjes. Papiltoppen transparant. Vertakkingen van de middendarmklier in de papillen naar de top donkerder. Slanke tentakels en gladde rhinoforen. Tot 14 in het midden vaak gezwollen, soms wat ingesnoerde papillen, deels in paren, deels afzonderlijk geplaatst. Eisnoeren boon- of niervormig, afgezet op Obelia sp. Waddengebied, kustzone Noordzee, Zeeuwse Delta. Onopvallen vanwege geringe afmetingen.

[Lees verder...]


Bleke knuppelslak
Zeenaaktslak. Tot 23 mm. Rhinoforen ca. twee keer zo lang als de tentakels. De rug is dicht bezet met gezwollen papillen, gerangschikt in tot 10 schuin oplopende rijen van maximaal 7 papillen per rij, alle met een spitse punt. Aan de zijkanten is de voet dicht bezet met korte en minder gezwollen papillen. Schaars. Noordzee, Ooster- en Westerschelde, Waddenzee.

[Lees verder...]


Millennium-wratslak
Zeenaaktslak. Afmetingen: Tot 12 cm. Mantel aan bovenzijde rozebruin, soms geelwit, lichtbruin tot donker roodbruin. Onderkant mantel meestal geelbruin, randen met typische bruine vlekjes. Op de rug een grote kieuwkrans. Ovaal, naar de rand afgeplat. Op de huid kleine wratjes en enkele grotere (zuurklieren), met lichtere, stervormige verkleuring rondom. Eisnoeren in een gedraaid, dik, wit of crème, open spiraalvormig golvend lint. Ooit massaal (2001-2004), tegenwoordig minder algemeen (Oosterschelde).

[Lees verder...]


Slanke rolsprietslak
Zeenaaktslak. Tot 20 mm. Transparant wit met rozerode waas. Middendarmklier met bruinrode vertakkingen. Opmerkelijk slank. Op de kop twee in de lengterichting opgerolde, gladde rhinoforen met uitstandige uitstulpingen. 15 onduidelijke rijen papillen,tot  3 per rij. Papillen lang, aan de punt  toegespitst, bezet met onregelmatige knobbeltjes. Staart zonder papillen. Eisnoeren als grijswitte worstvormige of wat spiraalvormige gelatineuze strengen tot een winding. Oosterschelde, Grevelingenmeer. Niet uit Waddengebied bekend.

[Lees verder...]


Gestippelde mosdierslak
Zeenaaktslak. Tot 30 mm. Eén van de fraaist gekleurde soorten. Lichaam transparant tot wit met oranje vlekken en zwarte en gele stippen. Hoge slak met kieuwkrans midden op de rug. Achter de geveerde kieuwen staan twee lange vingervormige uitsteeksel. Rhinoforen in een brede tweelobbige schede. In Nederland uitsluitend op het struikvormige spiraalmosdiertje Bugula plumosa. De eieren vormen een brede band, die met enkele slagen in een Bugula-kolonie afgezet is.

[Lees verder...]


Slanke knotsslak

Zeenaaktslak. Tot 8 mm. Lichaam kleurloos transparant tot wit, papillen met een licht- tot donkerbruine inhoud. Middendarmklier bruin. Op de kop en rond de tentakels en rhinoforen vaak roodachtig. Kleine, slanke slak met afgeronde voetpunten en weinig papillen op de rug. De zigzagvormige middendarmklier in het lichaam is duidelijk zichtbaar. Papillen afzonderlijk geplaatst, knotsvormig.Eikapsels in de vorm van een kleine, gelatineuze, bol met witte eitjes. Algemeen langs de hele kust.

[Lees verder...]


Rosse sterslak
Zeenaaktslak. Tot 40 mm. Geel-wit met een licht/donkerbruine marmering, zelden egaal witte dieren. Rugwratjes geel-wit. Min of meer ovaal, achter op de rug een grote niervormige kieuwboog met tot 30 kieuwen. De afgeronde rugwratjes zijn hard en ongelijk van grootte. Aan de zijkanten meer wratjes dan op de rug. Rhinoforen schuin geplooid. Eieren in een gegolfde gespiraliseerde band, met het smalle deel vastgehecht aan een harde ondergrond. Vrij algemeen (Zeeland, Waddengebied, Noordzee).

[Lees verder...]


Blauwtipje

Zeenaaktslak. Ca. 40 mm (tot 75 mm). Het kopgedeelte voor de rhinoforen (reuksprieten) is over de volle breedte bedekt met opgezwollen cerata (longpapillen). Op de rug, uitgezonderd het middengebied en de staartpunt, eveneens talrijke cerata. Deze hebben een blauw iriserende witte top, met aan de basis blauwachtig iriserend pigment. Rhinoforen lang en gelamelleerd. Op de kop tussen de rhinoforen zit een merkwaardig langwerpig 'kruintje'.

[Lees verder...]


Bruine plooislak
Zeenaaktslak. Tot 25-30 mm. Vrij brede soort. Aan de achterkant uitlopend in een puntige staart. Op de rug een grote kieuwkrans met 5-9 kieuwen. Rhinoforen gelamelleerd, tentakels lang. Verspreid over het lichaam staan huidknobbels. Zijkanten van de rug met een huidplooi (mantelrand) tot net achter de kieuwen. Over het midden van de rug en de staart loopt een duidelijke opstaande huidplooi. Vrij zeldzaam. Oosterschelde, Westerscheldemonding, Grevelingen.

[Lees verder...]


Brede ringsprietslak
Zeenaaktslak. Tot 55 mm. Vrij brede slak met lange, slank, in groepjes bijeen staande papillen. Vooral de voorste zijn erg lang. Koptentakels tot bijna de helft van de totale lichaamslengte. Voetpunten tentakelvormig uitgetrokken. Rhinoforen duidelijk gelamelleerd. Vrij algemeen in de zeegaten van de Waddenzee, de monding van de Ooster- en Westerschelde en in de Noordzee, vooral op wrakken.

[Lees verder...]


Noordelijke knuppelslak
Zeenaaktslak. Tot 15 mm, vaak kleiner. Transparant tot wit met oranjebruine vlekjes. Rhinoforen  halverwege met bruine band. Papilinhoud groen of bruin, aan de top wit tot blauw iriserend. Vertakkingen middendarmklier in het lichaam in zigzag-vorm, in dezelfde kleur als de papilinhoud. Kleine soort met 2-3 papillen in groepjes, of deels solitair. Rugpapillen gezwollen, soms ingedeukt of in het midden verdikt. Rhinoforen langer dan koptentakels. Eikapsels half- tot cirkel-vormig. Waddenzee, Zeeland, ook in brak water.

[Lees verder...]


Groene wierslak
Zeenaaktslak. Tot 70 mm, vaak kleiner. Groen, rood of gelei-wit, met blauwe/rode puntjes. Basiskleur veroorzaakt door het voedsel; de 'bladgroenkorrels' worden ingebouwd in de lichaamscellen van de slak. Langgerekte dieren met twee over de rug gevouwen zijwaartse 'vleugels'. Kop met buisvormig opgerolde reuksprieten. Eieren geelachtig, gelegd op wier in een rond of ovaal spriraalvormig lint.

[Lees verder...]


Boompjesslak

Zeenaaktslak. Tot 40-50 mm (max. 100 mm). Geelwit met rode of bruine marmering, soms kleurloos. Lichaam slank, van opzij hoger dan breed. Op de kop en rug  vertakte uitsteeksels. Ook de dwars gelamelleerde rhinoforen zijn in een boompje opgenomen. Eieren als slordig gekronkeld snoer, afgezet in hydropoliepen. Op Tubularia fouragerende dieren zijn rood gemarmerd en groter dan dieren die op Sertularia fourageren.

[Lees verder...]


Gorgelpijp-knotsslak
Zeenaaktslak. Tot 20 mm. Het lichaam is tamelijk plomp, met afgeronde voethoeken. De rhinoforen zijn langer dan de koptentakels. De papillen zijn in schuine dwarsrijen gerangschikt, tot 7 per halve rij. De rangschikking in rijen is niet altijd duidelijk te zien.

[Lees verder...]


Roodgevlekte kroonslak
Zeenaaktslak. Tot 15 mm. Lichaam wit tot lichtgeel, met karmozijnrode tot bruine vlekken en een karakteristieke rode vlek aan de binnenzijde onderaan de papillen. Vertakkingen middendarmklier in de papillen wit, lichtbruin of roze. Meeste tuberkeltoppen vaak ook met rode pigmentvlek. Rhinoforen glad en intrekbaar in een schede. Aan de zijkanten van de rug twee rijen met 5-8 gepaarde papillen, met daarop wrachtachtige tuberkels. De rugzijde van de staart kaal. Eisnoeren vormen een wit, 3 mm hoog, plat in harmonicavorm gevouwen lint. Waddengebied, Noordzeekust, Zeeland. Vooral algemen in centraal en westelijk deel Oosterschelde.

[Lees verder...]


Zilverblauwe knotsslak
Zeenaaktslak. Tot 12 mm. Kleine soort met slanke papillen op de rug, geplaatst in schuine dwarsrijen. Voet met iets uitgetrokken voetpunten. Transparant, kleurloos tot crème, papilinhoud bruin tot oker, met over de papillen vaak een zilverblauwe metaalglans. Top van de tentakels, rhinoforen en papillen met witte vlekjes. De kleine eisnoeren zijn met enkele slagen rond de takjes van Zeecypres geslagen.

[Lees verder...]


Pagina 14 van 16Eerste   Vorige   7  8  9  10  11  12  13  [14]  15  16  Volgende   Laatste   

Diensten

Weekdieren (EU-Habitatrichtlijn)

  • Inventarisaties
  • Beheeradviezen 
  • Monitoring
  • Exoten

Mariene soorten en ecologie

  • Educatie
  • Artikelen
  • Exoten

 

 

Steun ANEMOON

  • Met een donatie
  • Met waarnemingen
  • Met foto's 
  • Met locatie-omschrijvingen
  • Met maken van artikelen
  • Met organiseren activiteiten

Contact

Stichting ANEMOON
Postbus 29
2120 AA Bennebroek

anemoon@cistron.nl

06-11442009

 

 

Back To Top