Search
Search

Soorten

Soorten

Grote pieterman
Mariene vissoort (zeevis). Circa 25-35 cm (tot 40 cm). Bovenzijde groenachtig. Flanken bruin-geel met lichte en donkere vlekken en schuine strepen. Eerste rugvin met donkere vlek. Bek schuin opwaarts gericht. Op de snuit 2-3 korte stekels. Korte buikvin vóór de kwastvormige borstvin. Eerste rugvin klein, met 5-7 holle stekels die gif bevatten. Ook stekels op kieuwdeksels met gif. Vroeger vrij algemeen in dieper water. Tegenwoodig vrij zeldzaam. Leeft ingegraven in zand met alleen ogen (en rugstekels) boven het zand. Indien gestoken de wond onmiddelijk behandelen met zo heet mogelijk water.

[Lees verder...]


Geplaats in: Soorten, Vissen
Trompetterzeenaald
Mariene vissoort (zeevis: ook in brak water). Langwerpige vissen met een slangachtig lichaam zonder schubben. Verstevigd door uitwendige, uit beenachtig materiaal bestaande plaatjes en ringen. Meestal circa 20 cm (maximaal 35 cm). Rug en flanken meestal groenachtig, met donkerdere vlekken. Buik geelachtig. Kop met  langgerekte, zijdelings afgeplatte snuit met een kleine bovenstandige mond. Snuit tot meer dan tweemaal zo zijn als de kop. Kop en snuit lopen in elkaar over. Borstvinnen klein. Kleine rugvin in het midden op de rug. Mannetjes met een uit twee huidplooien gevorme broedbuidel.

[Lees verder...]


Geplaats in: Soorten, Vissen
Gebogen traliemossel
Tweekleppige uit brak water. 2-4 cm (tot 6 cm). Geelwit met blauwachtige zweem, de tralievormige ribben zijn donker zwartbruin. Binnenkant paarsbruin. Opperhuid bruin, dun, schilferig. Oppervlak met sterke uitwaaierende ribben. Zeer jonge exemplaren langwerpig met ribben, exemplaren van 1-2 cm driehoekig, vrij plat met de top duidelijk omgebogen. Grotere exemplaren worden wat langwerpiger. Onderrand met inbochting. Exoot, in 2018 ontdekt in het Noordzeekanaal.

[Lees verder...]


Zuurstok-zakpijp
Solitaire zakpijp. Mariene soort. 20 x 15 mm. Ovaalrond. De mantel is rozerood. De hals van de beide sifonen is  afwisselend gestreept met roze en witte strepen. Oppervlak leerachtig en gerimpeld, vaak bedekt met slik en andere organismen. Sinds 2017 bekend uit de Oosterschelde.

[Lees verder...]


Geplaats in: Soorten, Zakpijpen
Zee-abrikoos
Solitaire zakpijp. Mariene soort. 20 x 15 mm, vaak kleiner. Ovaalrond. De mantel is min of meer egaal oranjerood, tot abrikooskleurig. De sifonen zijn duidelijk bleker, met bovenaan, langs de buitenkant van de sifo een dun oranjerood lijntje. Oppervlak matig ruw, vaak begroeid met andere organismen. SInds 2017 bekend uit de Oosterschelde.

[Lees verder...]


Geplaats in: Soorten, Zakpijpen
Xerotricha conspurcata
Terrestrische (land-) huisjesslak. Huisje 6,5 x 4 mm. Lichtbruin tot créme en grovere donkerbruine vlekken. Aan de onderzijde soms onderbroken banden. Samengedrukt kegelvormige schelp met 4-5 windingen. Topwindingen iets samengedrukt. Mondopening ovaal, iets breder dan hoog, geen verdikking. Navel ongeveer 1/6 van de totale breedte. Oppervlak met onregelmatige ribben en groeilijnen. Op het huisje duidelijke, gebogen, stugge haartjes. Bekend uit Zeeuws Vlaanderen. Ingevoerde, niet inheemse soort.

[Lees verder...]


Aziatische mossel
Mariene tweekleppige. Glanzend geelgroen, met bruinrode strepen en vlekken. Gemiddeld 20 mm. Langwerpig, soms wat hoekig. Top duidelijk een stukje van de voorrand afliggend. De voorrand is zwak geribd. Het deel aan de achterzijde is ribbelvrij. Spint langgerekte bossen byssusdraden. Op zachtere modderbodems vormen deze lange 'nesten' waarin meerdere mosseltjes leven. In 2018 waargenomen nabij Goes. Exoot uit West-Pacifisch gebied.

[Lees verder...]


Samengedrukte erwtenmossel
(Erwtenmossels zijn voor niet-kenners nogal lastig van elkaar te onderscheiden). Kleine, matig stevige schelpen. 2-2,5 mm (zelden tot 3,5). Wit tot geelwit. Driehoekig indien volwassen, meer rond-ovaal indien jong. Rondom de top (umbo) zit een opstaande, relatief dikke, ronde richel (plica). Verder sculptuur bestaat uit vage groeilijnen. Het grootste deel van het schelpoppervlak heeft een hoge dichtheid aan kleine gaatjes (poriën). In 1993 voor het eerst in Nederland, pas onlangs (2018) als aparte - exotische - soort herkend. Inmiddels op veel plaatsen in onze zoete binnenwateren aanwezig.

[Lees verder...]


Japanse zeepbelslak
Mariene huisjesslak. Slakken bruinachtig, tot 20 mm. Schelp deels door mantelflappen van het lichaam bedekt. Achter op de kop twee lange, platte kopaanhangsels. Slakkenhuis tot 13 mm, zeer dun en opgeblazen. Bijna kleurloos, vuilwit, soms wat hoornachtig. De laatste winding sluit de voorgaande in. Mondopening groot, naar boven smaller wordend. Oppervlak glad, met alleen groeilijnen. Het lichaam kan niet geheel in de schelp worden teruggetrokken. Sinds 2018 in het Veerse Meer bij Wolphaartsdijk, mogelijk ook elders. Exoot uit (o.a.) Japan.

[Lees verder...]


Staafpissebed
zie aangepaste velden


Rode kieuwdraadjesworm
zie aangepaste velden


Geplaats in: Soorten, Borstelwormen
Verborgen vlokslak
zie aangepaste velden


Citroengeel mosdiertje
zie aangepaste velden


Geplaats in: Soorten, Mosdiertjes
Langspriet-slijkkreeftje
zie aangepaste velden


Dwergbot
Mariene vissoort (zeevis). Kleine langwerpige platvis met ogen op de linkerzijde. Tot 12 cm. Linkerkant bruin met gele, oranje of roodbruine, vaak kommavormige vlekken. Rechterzijde wit met een zichtbare zijlijn. Oppervlak bedekt met grove schubben waarvan de randen getand zijn. De rugvin begint iets voor het rechteroog. De buik- en anaalvin lijken door te lopen, maar zijn niet vergroeid.

[Lees verder...]


Geplaats in: Soorten, Vissen
Zee-engel
Sterk afgeplatte haaiachtige, die eerder op een rog dan op een haai lijkt, met een afgeplatte rug en buik en grote, horizontaal gehouden borst- en buikvinnen. Van bovenaf gezien vormen die net twee paar vleugels. De dieren hebben een lange, spits toelopende staart. Ze kunnen een lengte bereiken van 2,4 m (vrouwtjes) of 1,8 m (mannetjes). Grijsgeel, lichtbruin tot roodbruin, soms groenbruin. Met kleine witte vlekjes en verspreide donkere vlekken, maar zonder opvallende oogvlekken in het patroon. Aan de uiteinden van de borstvinnen staan soms grotere donkere vlekken. Ook de uiteinden van de andere vinnen zijn soms donkerder aangezet. De buikzijde is lichtgrijs tot wit. Zuidelijk populaties hebben vaak een rastervormig patroon van lichte strepen over het lichaam. Op de staart staan twee grote rugvinnen. Er is een grote, wat sikkelvormige staartvin, waarvan het onderste deel groter is dan het bovenste. Een anaalvin ontbreekt. De twee niet aan maar onder de kop vastgegroeide borstvinnen zijn driehoekig of meer ruitvormig, met afgeronde uiteinden. De huid is ruw. Op de rug- en staartvinnen zitten geen stekels. Deze kunnen wel aanwezig zijn op de middellijn tussen de kop en de eerste rugvin en tussen de basis van de rugvinnen. Ook op de snuit en boven de ogen kunnen stekels zitten. De ogen zijn klein en de spuitgaten (spiraculi) zijn horizontaal verlengd. Op de neus staan baarddraden. De neusplooien zijn enigszins gerafeld. De vijf kieuwspleten zijn zeer klein. Nadere kenmerken: In de bek staan in beide kaken meerdere rijen scherpe, spitse tanden, zonder zijspitsen (tot 18-22 in elke kaak). Hiermee kunnen ze ook de mens stevig verwonden.

[Lees verder...]


Geplaats in: Soorten, Vissen
Ruwe haai
Mariene vissoort. Grote haai met zeer spitse snuit. Meestal ca. 130 cm (tot 200 cm). Rug blauwgrijs, buik wit. Jongere dieren met donkere delen aan de vinnen. Bek groot, halvemaanvormig. Eerste rugvin groot, driehoekig, in het midden op de rug. Tweede rugvin kleiner. Bovenste staartdeel veel groter. Ogen groot en ovaal, met eromheen een duidelijke vlezige rand. De huid is ruw.

[Lees verder...]


Geplaats in: Soorten, Vissen
Pijlstaartrog

Sterk afgeplat, vliegervormig lichaam, met twee zeer grote, aan de kop vergroeide, hoekig afgeronde borstvinnen. De dieren hebben een zeer lange, puntig toelopende staart zonder rugvinnen. De staart is bijna anderhalf keer zo lang als het lichaam, heeft fijne weerhaakjes en is zweepvormig verdund aan het uiteinde. Ongeveer in het midden staat een zeer grote, gezaagde, met een gifklier verbonden stekel, die omhoog komt uit diepe plooien. De snuit is kort en heeft bijna rechte opstaande randjes. De gemiddelde afmeting ligt tussen de 90-110 cm (maximaal tot 150 cm, ook 250 cm wordt genoemd). De rug is grijs tot groenbruin. De buik is in het midden wit, met rondom brede, donkergrijze randen. Ook mond en neusgaten hebben meestal een donkergrijze rand. Er is een duidelijke ruggengraat, met tot 74 (vrouwtjes) en tot 98 (mannetjes) knobbels. Op de staart komen ook stompe stekels voor, al dan niet in korte rijtjes of in een aaneengesloten rij. De huid is verder min of meer glad, al kunnen ook op de borstvinnen soms halfrond verlopende rijtjes benige knobbels staan. Op de staart ontbreken rugvinnen en een staartvin. De buikvinnen zijn relatief klein en plat afgerond. Ze liggen tegen de staartbasis aan. Tot de buikvinnen horen ook zeer kleine lobvormige uitsteeksels. Mond, neusgaten en vijf paar kieuwspleten bevinden zich aan de onderkant, de buikzijde. De ogen zitten aan de bovenzijde, voor op de kop en zijn kleiner dan de spuitgaten (spiraculi). In de mond zitten onderin vijf bolvormige papillen. Nadere kenmerken: de tanden in de mond staan in 28-43 rijen in de kaken. De rugstekel kan nare wonden veroorzaken en het gif uit de gifklier kan voor mensen zelfs gevaarlijk zijn.

Ecologie (ingekort versprA)
Jongere dieren leven vaak dichter onder de kust, oudere tussen 60 en 200 meter. De dieren zwemmen en jagen zowel dichtbij het wateroppervlak als nabij de (meestal zand-) bodem. Het voedsel bestaat uit diverse ongewervelden, waaronder kreeftachtigen, inktvissen en andere weekdieren en zowel bodemvissen als vrijzwemmende beenvissen. De soort zet geen eikapsels af, maar is eierlevendbarend (leicithotropische viviparie). De vrouwtjes worden inwendig bevrucht, de embryo’s ontwikkelen zich binnen het vrouwtje in een dun vlies in de baarmoeder. De dieren worden pas na meerdere jaren geslachtsrijp. Het voortplantingsseizoen valt tussen mei en september. De dieren kunnen minstens 10 jaar oud worden. Kwetsbaar voor meerdere soorten visserij.

Bescherming
Stond in 2004 op de Nederlandse Rode Lijst (categorie 'Ernstig bedreigd'). In 2015 van de lijst afgevoerd. Niet op de internationale Rode Lijst van de IUCN gezet (wegens onvoldoende data). Voor vissers geldt (nog) geen terugzetverplichting.

 

 

[Lees verder...]


Geplaats in: Soorten, Vissen
Reuzenhaai

Zeer grote vis (op de walvishaai na de grootste vis ter wereld) met een langwerpig, torpedovormig lichaam. Kan tot meer dan 10 meter worden, maar blijft gewoonlijk tussen 6 en 8 meter. Rugzijde en rugvinnen bruingrijs tot zwart. Flanken wat lichter, onderzijde vuilwit. Regelmatig met donkere vlekjes bezet. Vinnen donker, bij jongere dieren met een duidelijk afgegrensd wit gedeelte. De snuit is spits-conisch uitgerekt en steekt ver buiten de bek uit. De ogen zijn zeer klein. Achter de kop zitten als een vrijwel rondom lopende kraag vijf langwerpige kieuwspleten. Samen met de kieuwbogen en daarin aanwezige aanhangsels maken ze deel uit van een groot zeefapparaat. De enorme kieuwbogen zorgen dat de grote bek tijdens het fourageren zeer wijd uitgespreid kan worden. De borstvinnen zijn zeer breed. De voorste rugvin is groot en driehoekig en begint een stuk achter de achterzijde van de borstvinnen. De achterste rugvin is aanzienlijk kleiner. Verder zijn er twee buikvinnen en een anaalvin die ongeveer even groot is als de tweede rugvin. De staart is groot, sikkelvormig, hoger aan de bovenzijde en heeft bovenaan een duidelijke inkeping. De staartwortel heeft twee kielen. Nadere kenmerken: Er staan meerdere rijen platte, spitse, naar achteren gebogen tanden in de boven en onderkaak. Deze tanden zijn in verhouding erg klein.
        

Ecologie [Ingekort versprA]

Vrijzwemmend tot diepten van 2000 meter. Meestal waargenomen als ze in groepjes met opengesperde bek nabij het wateroppervlak fourageren. Via de kieuwzeven wordt plankton (krill) uit het water gefilterd. Het vrouwtje zet geen eieren of eikapsels af, maar na bevruchting komen de eieren het lichaam tot ontwikkeling. Ze brengen per keer één of twee volledig ontwikkelde jongen ter wereld van ongeveer 150 cm. Voortplanting pas na 6-13 jaar. Wordt net als andere grote haaien ernstig bedreigd door een combinatie van overbevissing en de geringe voortplantingscapaciteit. De dieren kunnen 50 jaar oud  worden.

[Lees verder...]


Geplaats in: Soorten, Vissen
Eikapsel Golfrog

Zwart tot donkerrood eikapsel. Ca. 72-82 mm lang en 42-52 mm breed. Doos zonder horens rechthoekig. Proximale veld breder dan distale veld. Rondom aan alle zijden minder dan 1mm, soms met hechtingsvezels. Horens zijn stevig, bijna evenlang. Distale horens sterk gekromd. Oppervlak glad, fijn gestreept. Ene zijde boller dan andere zijde.

Tekst verspr.atlas:
De Golfrog is ovipaar en zet dus eikapsels af, met in elk kapsel steeds één embryo. De 'doos' van de eikapsels is langwerpig-rechthoekig, aan één kant iets boller dan aan de andere. Aan de bovenkant (proximale zijde; die waaruit het jonge dier naar buiten is gekomen) zitten op de hoeken puntige uitsteeksels (hoorns), die aan de uiteinden vaak iets naar binnen gebogen zijn. Dit geldt ook voor de maar weinig kleinere hoorns aan de onderkant (distale zijde), die vaak nog sterker naar binnen gebogen zijn. Aan de bovenkant zit een duidelijk verbrede, vliezige rand (zoom). Aan de onderkant ontbreekt deze vrijwel geheel. Ook aan de zijkanten zitten zomen, al zijn deze meestal grotendeels verdwenen. Wel kunnen er plukjes hechtingsvezels aan de zijkanten zitten. Exclusief de hoorns zijn de kapsels circa 8,0 cm lang en circa 5,0 cm breed (maximaal 8,2 x 5,2 cm). Verse exemplaren zijn donkerrood tot bruinzwart, verdroogde exemplaren op het strand neigen naar zwart. Het oppervlak lijkt glad, maar is in de lengterichting fijn gestreept. Uitgedroogde eikapsels kunnen het best bekeken worden door ze op te weken.

[Lees verder...]


Geplaats in: Soorten, Vissen
Pagina 2 van 45Eerste   Vorige   1  [2]  3  4  5  6  7  8  9  10  Volgende   Laatste   

Diensten

Weekdieren (EU-Habitatrichtlijn)

  • Inventarisaties
  • Beheeradviezen 
  • Monitoring
  • Exoten

Mariene soorten en ecologie

  • Educatie
  • Artikelen
  • Exoten

 

 

Steun ANEMOON

  • Met een donatie
  • Met waarnemingen
  • Met foto's 
  • Met locatie-omschrijvingen
  • Met maken van artikelen
  • Met organiseren activiteiten

Contact

Stichting ANEMOON
Postbus 29
2120 AA Bennebroek

anemoon@cistron.nl

06-11442009

 

 

Back To Top