Nauwe korfslak Profiel

Door: A. Boesveld, A.W. Gmelig Meyling & I. van Lente, laatste update 20-11-2015.  © Stichting ANEMOON, 2015

Ganaar: Beheeradvies   Literatuur

Status

Habitatrichtlijn Bijlage II (inwerkingtreding 1994).


Kenschets

Nauwe korfslak Foto A.W. Gmelig Meyling

Uiterlijke kenmerken
De Nauwe korfslak Vertigo angustior Jeffreys, 1830 is een klein landslakje met een stevig cilindrisch huisje, tot maximaal 2.2 mm hoog en 1.5 mm breed. Het huisje is linksgewonden: de windingen draaien tegengesteld aan die de meeste andere slakken. (Indien met de top omhoog bekeken, zit de mondopening links- in plaats van rechtsonder). In de mondopening bevinden zich 4-5 kenmerkende tandplooien. Het huisje telt ca. 5 windingen. Deze zijn zwak geribd en meestal roodbruin. (Mede als gevolg van verzuring kunnen sommige huisjes bleek verkleurd en versleten zijn, terwijl deze toch nog bewoond zijn.)

Te verwarren met
De enige slakkensoorten waarmee de Nauwe korfslak verward kan worden, behoren eveneens tot de familie Vertiginidae (Korfslakken). Uit ons land zijn 9 soorten korfslakken bekend, waarvan 6 uit het geslacht Vertigo. Behalve de Nauwe korfslak, heeft alleen de algemenere en niet beschermde Kleine korfslak Vertigo pusilla Müller, 1774 ook een linksgewonden huisje. De soorten kunnen op elkaar lijken en determinaties dienen door een expert te worden gecontroleerd.

Voedsel
Over het precieze voedsel van de Nauwe korfslak is weinig bekend. Het bestaat uit afgestorven organisch materiaal, zowel van niet houtige planten als van micro-organismen en schimmels die zijn geassocieerd met het rottingsproces. De soort lijkt zich onder meer te voeden met bepaalde algen en schimmels op boomschors, rottend hout en wortels en stengels van grassen en zeggen.

Voortplanting
De slakjes planten zich geslachtelijk voort, maar zijn daarnaast mogelijk ook zelfbevruchtend. De eieren zijn relatief groot voor een landslak en het legsel is klein (20 tot 70 eieren). Meestal worden de eieren tussen maart en oktober gelegd, maar soms gebeurt het ook wel in de winter. De eieren komen uit bij een temperatuur tussen 19 en 23 °C, dus jonge dieren zijn vooral te vinden tussen maart en oktober. Zowel de eieren als de volwassen dieren kunnen overwinteren op geschikte plaatsen, bijvoorbeeld in de mosvegetatie. In strenge winters kan echter aanzienlijke sterfte optreden. Nauwe korfslakken zijn relatief snelgroeiende dieren: de eieren kunnen binnen twee weken uitkomen en de dieren zijn na ruim twee maanden geslachtsrijp. De dieren kunnen tot twee jaar oud worden.

 

Relatief belang binnen Europa

In Europa heeft de Nauwe korfslak een ruime verspreiding, lopend van Zuid-Scandinavië tot aan de lijn Midden-Spanje - Griekenland en van de Britse eilanden tot de Oekraïne. De soort komt in vrijwel alle EU-landen voor, maar het gaat vrijwel steeds om kleine plaatselijke populaties. Het is nog niet goed mogelijk de voorkomens binnen de verschillende EU-landen onderling kwantitatief te vergelijken. Voor meerdere landen geldt dat het aantal nieuwe vindplaatsen jaarlijks toeneemt, waaruit blijkt dat de verspreidingsbeelden nog incompleet zijn. Ondanks deze beperking kan wel gesteld worden dat de Nederlandse populatie belangrijk is binnen Europa. In Engeland, Ierland, Noord-West Duitsland, België en West-Frankrijk lijkt de Nauwe korfslak zeldzamer dan bij ons. Uit Denemarken is de soort zelfs recentelijk helemaal niet meer gemeld. Het relatief belang van de Nederlandse populatie binnen de Europese Unie wordt geschat op zeer groot (> 4%).        

 

Voorkomen in Nederland

De Nauwe korfslak komt in Nederland vooral voor in de duinen van Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland. In de zuidelijkere duingebieden, zoals op Voorne, komen relatief hoge dichtheden voor. In het duingebied tussen Petten en Den Helder is de soort niet aanwezig. De soort wordt ook gevonden op de Waddeneilanden BSchiermonnikoog, Rottumerplaat,  Rottumeroog en Zuiderstrand, en in de Millingerwaard en in Zuid-Limburg.

 

Biotopen in Nederland

De Nauwe korfslak wordt in Nederland vooral aangetroffen in kalkrijke duinen. Daarnaast komt de soort in ons land zeer plaatselijk voor in kalkrijke rivierduinen in Gelderland en in enkele graslanden met kalkrijke kwel in Limburg. De dieren leven in en onder het bodemstrooisel en tussen de begroeiing op vochtige plekken. Ook zitten ze wel op boomstronken en op de voet van boomstammen, vooral als het daar licht en warm is. Ze hebben een voorkeur voor plaatsen met een gelijkmatig luchtvochtigheid, dus plaatsen waar de kans op uitdrogen of juist overstroming gering is. De soort is voor al te vinden op op plaatsen met ruimtelijke overgangen van nat naar droog, bijvoorbeeld halverwege hellingen. De slakjes worden vooral in het bladstrooisel gevonden, tussen mossen en grassen onder en nabij struiken en bomen. In de Nederlandse duinen wordt de Nauwe korfslak beduidend vaker bij populierachtigen gevonden dan bij andere soorten bomen. Ook bij Duindoors komt de soort veel voor. Verder wordt de soort geregeld aangetroffen bij meidoorns en ligusters. Onder naaldbomen en eiken is de Nauwe korfslak niet aanwezig. Het strooisel is hier te zuur.

 

Leefgebieden

De Nauwe korfslak wordt in Nederland vooral aangetroffen in kalkrijke duinen. Daarnaast komt de soort in ons land zeer plaatselijk voor in kalkrijke rivierduinen in Gelderland en in enkele graslanden met kalkrijke kwel in Limburg. De dieren leven in en onder het bodemstrooisel en tussen de begroeiing op vochtige plekken. Ook zitten ze wel op boomstronken en op de voet van boomstammen, vooral als het daar licht, warm en vochtig is. Ze hebben een voorkeur voor plaatsen waar een zo gelijkmatig mogelijke luchtvochtigheid heerst en waar dus zowel de kans op uitdrogen als de kans op overstroming gering is. Het gaat daarbij vooral om ruimtelijke overgangen van nat naar droog, bijvoorbeeld halverwege hellingen. De slakjes worden vooral in het bladstrooisel gevonden, tussen mossen en grassen onder en nabij struiken en bomen. In de Nederlandse duinen wordt de nauwe korfslak beduidend vaker bij populierachtigen gevonden dan bij andere soorten bomen en struiken, omdat het bladstrooisel van deze boomsoorten kalk relatief snel teruggeeft aan de omgeving[AA1] . Ook in het bladstrooisel onder en nabij meidoorn, liguster en duindoorn is de kans de soort aan te treffen groter. Onder naaldbomen en eiken is de Nauwe korfslak niet aanwezig. Het strooisel is hier te zuur.

 

Afname van leefgebied

De laatste jaren is de soort afgenomen op plaatsen waar grijs duin wordt hersteld en waar men open duin probeert te creëren en te behouden door het inscharen van grazers (koeien, geiten en paarden). Gebleken is dat al bij een geringe begrazing de Nauwe korfslak sterk afneemt en soms zelfs verdwijnt.  Wanneer men het verspreidingsgebied op peil wil houden, is het van belang dat de Nauwe korfslak (beter) bij het beheer en de herinrichtingsplannen wordt betrokken.

Vermoed wordt dat de negatieve gevolgen van begrazing vooral komt doordat begrazing de de vegetatiestuur en de -samenstelling veranderd. Verder verandert waarschijnlijk ook de bodemstructuur door het aanstampen. Daardoor nemen kleine holtes waardoor ook het microklimaat in de bodem vors veranderd, wat mogelijk van invloed is op allerlei microben en schimmels. Ook voor andere soorten slakken is bekend dat bodemrust een belangrijke factor is. Veel soorten verdwijnen als een gebied op de schop is geweest of als er andere factoren zijn die de bodem hebben verstoord, zoals ook wijzigingen in de grondwater. Verder is het mogelijk dat ook uitwerpselen een rol spelen.

 

 

Habitat
In Nederland is de Nauwe korfslak één van de meest karakteristieke slakkensoorten van kalkrijke, ongestoorde duingebieden. Hoe kalkrijker en natuurlijker deze duinen zijn, hoe algemener de soort voorkomt. In de zuidelijkere duingebieden, waar het kalkgehalte van de bodem beduidend hoger is, komt de soort dan ook talrijker voor dan in de andere duingebieden. Vooral in de Duinen van Voorne, Goeree en in Hollands-Duin komen dikwijls grote dichtheden voor. Onder de meest gunstige omstandigheden kunnen de dichtheden oplopen tot meer dan 1500 exemplaren per vierkante meter. Dankzij de inventarisaties en onderzoeken van de afgelopen jaren, weten we veel meer dan ca 10 jaar geleden, toen aanvankelijk alleen lokale, kleine populaties bekend waren. In de zuidelijke duingebieden is feitelijk sprake van meerdere grotendeels aaneengesloten leefgebieden waarin de soort in wisselende dichtheden voorkomt. In minder kalkrijke duingebieden, zoals die ten noorden van het Noordzeekanaal, zijn de dichtheden overwegend laag en beperken de populaties zich vaak tot een oppervlak van enkele vierkante meters

Duinen
In de kalkrijke Nederlandse duingebieden heeft de Nauwe korfslak een brede ecologische amplitude. Ze leeft hier in allerhande vegetaties, zowel die van droge, open duinhellingen of duintoppen, als die van natte duinvalleien. De voorkeur gaat uit naar vochtige biotopen, zoals oeverzones van duinplasjes of infiltratiekanalen en het is daarom niet verwonderlijk dat de soort vooral in waterwingebieden of voormalige waterwingebieden voorkomt. In droge biotopen en biotopen die gedurende de wintermaanden erg nat zijn, blijven de aantallen laag, al kan de soort er wel degelijk al decennialang aanwezig zijn en -blijven. Van Witte duinen, waar veel verstuiving plaatsvindt en nagenoeg geen strooisel aanwezig is, zijn geen waarnemingen van de Nauwe korfslak bekend. Wel zijn waarnemingen bekend van Witte duinen die in het overgangsstadium verkeren naar Grijs duin. De aanwezigheid van voldoende schuilgelegenheid, bijvoorbeeld in de vorm van opgestuwd strooisel, is dan wel een vereiste en de aanwezigheid van enige lage struiken/hoge planten is wenselijk.

Kwelders
De Nederlandse kwelders, zoals in het Waddengebied (Rottum) of in Zeeland en Zuid-Holland kunnen bijzonder goede leefgebieden voor de Nauwe korfslak zijn. Deze dynamische biotopen staan onder invloed van het zoute zeewater en kunnen bij extreem hoge waterstanden overstroomd raken, bijvoorbeeld tijdens westerstormen of springvloed. Desondanks komt de soort hier tot ruim onder de stormvloedlijn voor. De echt lage delen van de kwelders, die dagelijks of zeer geregeld overspoeld raken, zijn niet geschikt voor de soort. Deze situatie in Nederland is in overeenstemming met gegevens over het voorkomen in het buitenland (o.a. Groot-Brittannië).

Verschillende vegetaties
In onze duingebieden wordt de Nauwe korfslak in een breed scala van vegetaties aangetroffen. In het navolgende wordt een beknopte opsomming gegeven.                    

Struwelen
In kalkrijke duinbiotopen is de Nauwe korfslak in een ruime reeks van struweeltypen aangetroffen. Vooral van de in onze duinen talrijk aanwezige Duindoornstruwelen zijn veel waarnemingen bekend. Het gaat daarbij zowel om zuivere Duindoornstruwelen, alsook om allerlei gemengde varianten. Ook struwelen van bijvoorbeeld Wegedoorn, Kardinaalmuts en Gewone Vlier en struwelen van Dauwbraam zijn belangrijk. Dicht Bosbraamstruweel, Berberisstruweel, alsmede ‘moeraswilgstruwelen’, behoren daarentegen tot de ongunstige struweeltypen. In de regel vormen half open tot open struwelen met een relatief warm microklimaat een geschikter biotoop dan dichte struwelen met een koel microklimaat.  

Grasvegetaties
In duingebieden is de soort in allerhande grasvegetaties aangetroffen; zowel in natte graslanden in duinvalleien als in relatief droge graslanden op duinhellingen. Dit kunnen ongestoorde vegetaties zijn, alsook vegetaties die een zeer extensief begrazings- of maaibeheer kennen. De Nauwe korfslak is vooral aangetroffen in ongestoorde vegetaties van hoge grassoorten als Duinriet, Biestarwegras-bastaard, Helm en (Strand)kweek. In vegetaties met lagere grassen, zoals het fijnbladige Rood zwenkgras en Fioringras wordt de soort in mindere mate gevonden. Uit jaarlijks bemaaide vegetaties zijn weinig waarnemingen bekend. Hoge dichtheden zijn daar nooit aangetroffen. In gebieden die zeer extensief door bijvoorbeeld rundvee, paarden of pony’s begraasd worden, kan de Nauwe korfslak wel plaatselijk overleven, al is duidelijk dat de soort in begrazingsgebieden die minder vaak of zelden bezocht worden, vaker en in grotere dichtheden voorkomt dan in veelvuldig bezochte gebieden, met de bijbehorende/evt. bijkomende betreding en vertrapping van de zoden en bodem. Ruigtekruiden-vegetaties Ruigtekruiden-vegetaties kunnen gunstige vegetaties zijn voor de Nauwe korfslak. Vooral van Grote brandnetelruigten en ruigten van Grote brandnetel en Leverkruid zijn populaties met hoge dichtheden bekend.   Schijngrassen Schijngrassen kunnen geschikte vegetaties zijn voor de Nauwe korfslak. In Nederland zijn meerdere rijkere populaties bekend uit vegetaties van grote zeggensoorten. In kweldergebieden zijn vitale populaties aangetroffen in vegetaties van Zeerus en Zeebies.  

Loofbos
Hoewel in Nederland nog lang niet alle loofbostypen even sterk onderzocht zijn op het voorkomen van de Nauwe korfslak, is uit zowel ons land als uit andere Europese landen bekend dat de Nauwe korfslak in diverse loofbostypen kan voorkomen. Zo is de soort bekend uit half open bossen van Gewone es, Gewone esdoorn en Zwarte els en in diverse bossen en bosjes van populierachtigen. Met name in licht beschaduwde populierenbosjes worden vaak Nauwe korfslakken aangetroffen. Het betreft dan vooral bosjes van Zwarte populier, Ratelpopulier en Grauwe abeel. In het binnenduin vormen populierenbosjes vaak zelfs de enige ‘zeer geschikte’ biotoop. Onze binnenduinen verkeren immers op veel plaatsen in verregaande staat van ontkalking. De bodems van de populierenbosjes zijn daarentegen wel kalkrijk, omdat het bladstrooisel van populieren kalk bevat. Dit komt vrij tijdens de vertering van het strooisel en geeft een ‘milde humus’. Door bladval worden de bodems van deze bosjes jaarlijks van een nieuwe voorraad kalk voorzien. Van het diepe binnenduin in Meijendel is bijvoorbeeld bekend dat er in Zwarte populierenbossen grote populaties Nauwe korfslak voorkomen met vaak ook hoge dichtheden. Eiken- en beukenbossen zijn vanwege het slecht verterende zure bladstrooisel een ongeschikt bostype. Zodra eiken en beuken de vegetatie gaan domineren en de bodem verzuurt, verdwijnt de Nauwe korfslak. In oudere eiken- en beuken bossen, zoals die veelvuldig in het binnenduin voorkomen, is de soort nooit waargenomen. Alleen in duingebieden waar (jonge) eiken verspreid tussen andere loofbomen en struiken met mildere humus groeien, is de soort vastgesteld. In hoeverre Berkenbossen van belang zijn is in nog onvoldoende duidelijk. Het aantal waarnemingen in deze bossen is beperkt. Van 'zuivere' Berkenbosjes zijn tot op heden geen hoge dichtheden bekend. Onder natte omstandigheden, bijvoorbeeld in natte duinvalleien, ontbreekt de soort of zijn slechts zeer lage dichtheden bekend. Alleen wanneer er tussen de Berken verspreid ook andere soorten bomen en struiken groeien, zoals Wegedoorn, Eenstijlige meidoorn en Duindoorn, worden wel hogere dichtheden (circa 100 exemplaren per vierkante meter) aangetroffen. 

Mosvegetaties
In Nederland is de Nauwe korfslak veelvuldig waargenomen in mosvegetaties. Het betreft overwegend terrestrische slaapmosvegetaties in bossen, struwelen, ruigten of grazige vegetaties. Op droge plaatsen groeiende mosvegetaties zijn niet of minder geschikt voor de voortplanting. Wel kunnen deze vegetaties als ‘stepping stone’ fungeren naar geschikt biotoop waar voortplanting wel mogelijk is. Uit biosociologisch en statistisch onderzoek dat recentelijk op de Zuid-Hollandse eilanden Voorne en Goeree heeft plaatsgevonden is gebleken dat op locaties met minder dan 5% mosbedekking de Nauwe korfslak beduidend schaarser is dan op locaties waar meer dan 5% mosbedekking aanwezig is (Boesveld & Gmelig Meyling, 2010). De meeste zichtwaarnemingen in mosvegetaties zijn gedaan op Gewoon dikkopmos, Duin- en Fijn snavelmos. In de wintermaanden worden dergelijke mosvegetaties benut om in te overwinteren waarbij de slakken zich vaak clustergewijs aan de mosblaadjes hechten.  

 

Bedreigingen  

Verdroging en verzuring door wateronttrekking
Door langdurige daling van het grondwaterpeil kan de biotoop te droog en te zuur worden, waardoor populaties van de Nauwe korfslak verdwijnen. Een dergelijke daling van het grondwaterpeil werd bijvoorbeeld vastgesteld in het noordelijk deel van het Noordhollandse PWN-gebied vastgesteld, tijdens inventarisaties naar de Nauwe korfslak in 2008. Het waterpeil in plasjes en infiltratiekanalen was hier al langere tijd (minstens enkele jaren) gezakt, waardoor grote trajecten van de infiltratiekanalen en delen van de plasjes droogvielen. Doordat de toestroom van kalkhoudend water, alsmede het vochtige microklimaat rond de plasjes en kanalen op die plaatsen was verdwenen, nam zo het totale areaal aan potentieel geschikt biotoop voor de Nauwe korfslak af.  

Verbossing van duingebieden
Door de toegenomen verbossing worden duingebieden langzaam maar zeker minder geschikt door sterke beschaduwing (verkoeling) en verzuring van de bodem. In veel (binnen-) duinbossen en dan met name in bossen van eiken, beuken of dennen, vindt ophoping van strooisel- en humus plaats, waardoor de bodems van dergelijke bossen geleidelijk verzuren. In zure milieus kan de Nauwe korfslak niet overleven.  

Kustafslag
Op meerdere plaatsen langs de Nederlandse kust vindt kustafslag plaats. Op de meeste plekken betreft het afslag in de zogenaamde Witte duinen, die geen of slechts een marginale biotoop vormen voor de Nauwe korfslak. Maar in de Kwade Hoek op Goeree, bijvoorbeeld, is plaatselijk sprake van kustafslag in zeer geschikt biotoop van de Nauwe korfslak.   Verstikking door Amerikaanse vogelkers De exotische Amerikaanse vogelkers heeft vanwege zijn snelle groei een overwoekerende en verstikkende invloed op de inheemse flora en de daaraan gerelateerde fauna. Ook vegetaties met voor de Nauwe korfslak gunstig biotoop, worden steeds meer overwoekerd en verdrongen. Vooral in de Amsterdamse waterleiding duinen en het duingebied Oranjezon op Walcheren is er sprake van een massale uitbreiding, met als gevolg dat grote gebieden met Duindoornstruwelen verdwenen waarin voorheen Nauwe korfslakken voorkwamen.  

Toegenomen recreatie
Door de toegenomen recreatie in duingebieden, ontstaat ook steeds meer behoefde aan goed toegankelijke wandel- en fietspaden. In diverse duingebieden in het land zijn nieuwe paden aangelegd of zijn paden verbreed en verhard. Door al deze maatregelen ging en gaat nog steeds veel leefgebied van de Nauwe korfslak verloren. Bijkomend nadeel is dat door de aanleg van extra paden in toenemende mate fragmentatie (versnippering) van gebieden optreedt, hetgeen ongunstig is voor de dispersie van de soort in duingebieden. 

Bodemverstoring
Uit divers onderzoek is gebleken dat de Nauwe korfslak met name in gebieden waar de bodem door menselijk handelen verstoord is en wordt, ontbreekt, verdwijnt of in aanzienlijk lagere dichtheden voorkomt dan op ongemoeide plaatsen. De dieren zijn duidelijk sterk afhankelijk van een hoge mate aan bodemrust.   Kustversterking Momenteel vinden in het kader van het project 'Zwakke Schakels Nederlandse kust' op diverse plaatsen in het land soms grootschalige kustversterkingwerkzaamheden plaats. Bij meerdere herstel- en herinrichtingwerkzaamheden in dit kader werden grote oppervlakken aan leefgebied van de Nauwe korfslak aangetast (bijv. bij de Groene punt op Voorne).  

Verzuring door droge en natte depositie
Door verbranding van fossiele brandstoffen ontstaan stoffen als stikstofoxiden (NOx) en zwaveldioxide (SO2). Indien deze zich vermengen met water, ontstaan respectievelijk salpeterzuur en zwavelzuur. Door deze depositie verlopen verzurende processen in de bodem sneller dan wanneer verontreinigde stoffen niet in de atmosfeer zouden voorkomen. Het gevolg van deze versnelde verzuring is dat duingebieden eerder ongeschikt raken voor de Nauwe korfslak.