Search
Search
 
Zoeken
 
 
Zoeken
Biotoop
Project
 
   
 
Groepen
 
 
Groenwieren (7)
Roodwieren (11)
Bruinwieren (13)
Waterplanten (2)
Sponzen (21)
Bloemdieren (15)
Hydropoliepen (23)
Schijfkwallen (7)
Steelkwallen (1)
Ribkwallen (5)
Ringwormen (1)
Borstelwormen (27)
Hoefijzerwormen (1)
Snoerwormen (5)
Kelkwormen (1)
Platwormen (2)
Naaktslakken (63)
Tweekleppigen (120)
Huisjesslakken (108)
Stoottanden (1)
Inktvissen (21)
Keverslakken (3)
Schildvoetigen (1)
Zeespinnen (4)
Krabben (25)
Kreeften (3)
Garnalen (11)
Heremietkreeften (3)
Aasgarnalen (2)
Vlokreeften (14)
Rankpotigen (6)
Zeepissebedden (3)
Mosdiertjes (15)
Zeesterren (6)
Zee-egels (3)
Zakpijpen (16)
Vissen (127)
Zeezoogdieren (4)
 
   
 
Soorten
 
 
Data pager
Data pager
Page size:
PageSizeComboBox
select
 671 items in 68 pages
ZoekbeeldKenmerken
               
Data pager
Data pager
Page size:
PageSizeComboBox
select
 671 items in 68 pages
Chinese vijvermossel
Sinanodonta woodiana

Chinese vijvermossel
Sinanodonta woodiana

Grote, dunschalige rond-ovale zoetwatermossel die bijna net zo lang is als hoog. Tot 30 cm. Crème met een bruine opperhuid. Binnenzijde met glanzend zilverwit parelmoer. De onderrand loopt nergens recht. Beide kleppen zijn bol. Indien gedroogd barsten de schelpen meestal.

Main Image
 
Sinanodonta woodiana 

Grote, dunschalige rond-ovale zoetwatermossel die bijna net zo lang is als hoog. Tot 30 cm. Crème met een bruine opperhuid. Binnenzijde met glanzend zilverwit parelmoer. De onderrand loopt nergens recht. Beide kleppen zijn bol. Indien gedroogd barsten de schelpen meestal.

Afmeting: Schelp 30 x 27 cm. Meestal wat kleiner.
Kleur: Crème met een bruine tot zeer donkerbruine opperhuid. Binnenzijde met glanzend zilverwit parelmoer.
Sculptuur: Aan de buitenzijde wel vrij regelmatige groeilijnen, maar geen verdere sculptuur. Op de top zijn warrige ribbels te zien (umbonale rugae). Deze kunnen bij zoetwatermossels per soort verschillen.
Slot: Geen echte slottanden.
Binnenzijde: Twee ongeveer gelijke, wat verzonken spierindruksels. Geen mantelbocht.
Vorm: Grote, relatief dunschalige rond-ovale zoetwatermossel die bijna net zo lang is als hoog. De onderrand loopt nergens recht. Beide kleppen zijn bol. Indien gedroogd barsten de schelpen meestal.

 

Exoot. Oorspronkelijk afkomsig uit Oost-Azië uit de Amur en Jangtsekiang en daarmee verbonden rivieren en wateren. In ons land ingevoerd en verwilderd. Wordt in tuincentra als aquarium- en vijverdier verkocht en is van daaruit vermoedelijk 'gedumpt', dan wel ontsnapt naar het wild. Voor het eerst gevonden in België in 1999 en later ook in ons land.

Leeft zowel in bijna stilstaande als beworgen wateren, waaronder snelstromende rivieren. De dieren kunnen meer dan 10 jaar oud worden en zich al voortplanten in het eerste levensjaar als ze slechts 4 cm zijn. Hoewel het een zoetwatersoort is, wordt enige verzilting verdragen. Net als andere zoetwatermossels is er een parasitisch beginstadium waarbij de zogenaamde glochidiumlarve zich aan een gastheervis hecht. Dat kunnen diverse inheemse of uitgezette vissoorten (karpersoorten) zijn. Inmiddels bekend van meerdere vindplaatsen, vooral vijvers, sloten en andere, vaak kleinere stilstaande, vaak rijk begroeide wateren.

  NederlandZoetwater 
Chinese wolhandkrab
Eriocheir sinensis

Chinese wolhandkrab
Eriocheir sinensis

Krab. Zoet, brak en zout water. Tot 8,5 cm breed bijna vierkant rugschild. Grijsgroene tot donkerbruin. Langs de zijkant van het rugschild aan beide zijden 4 tanden (achterste 2 minder opvallend), en aan de voorkant tussen de ogen ook 4 (2 maal 2) tanden. Looppoten normaal ontwikkeld en niet sterk verschillend. Schaarpoten sterk ontwikkeld, en voorzien van een forse dot haren (bij het vrouwtje iets minder dicht).   

Main Image
 
Eriocheir sinensis 

Krab. Zoet, brak en zout water. Tot 8,5 cm breed bijna vierkant rugschild. Grijsgroene tot donkerbruin. Langs de zijkant van het rugschild aan beide zijden 4 tanden (achterste 2 minder opvallend), en aan de voorkant tussen de ogen ook 4 (2 maal 2) tanden. Looppoten normaal ontwikkeld en niet sterk verschillend. Schaarpoten sterk ontwikkeld, en voorzien van een forse dot haren (bij het vrouwtje iets minder dicht).   

Afmetingen: tot 8,5 cm breed rugschild.
Kleur: Grijsgroene tot donkerbruin.
Rugschild: Vierkant.
Vorm:  Langs de zijkant van het rugschild aan beide zijden 4 tanden (achterste 2 minder opvallend), en aan de voorkant tussen de ogen ook 4 (2 maal 2) tanden. Looppoten normaal ontwikkeld en niet sterk verschillend. Schaarpoten sterk ontwikkeld, en voorzien van een forse dot haren (bij het vrouwtje iets minder dicht). 

  

Leeft zowel in stilstaande als stromende wateren, meestal in de buurt van de oever, vanwege meer schuilmogelijkheden en aanwezigheid van voedsel. De paaitijd is in het najaar in zoete en brakke wateren. De vrouwtjes trekken daarna naar zee. In deze tijd zijn ze vaak op strand te vinden, waar ze het volgende voorjaar hun eieren loslaten. De jonge krabben gaan terug naar het zoete water. Daarbij kunnen ze ver de rivieren op gaan, voornamelijk 's nachts. Na 2-5 jaar zijn de dieren volwassen.

 107451NederlandZoutwater|Brakwater|ZoetwaterMOO
Citroengeel mosdiertje
Amathia citrina

Citroengeel mosdiertje
Amathia citrina

Kolonievormende mariene soort. Karakteristiek zijn de citroengeel kleurige individuen (zoïden).
Main Image
 
Amathia citrina Kolonievormende mariene soort. Karakteristiek zijn de citroengeel kleurige individuen (zoïden).     851584NederlandZoutwaterMOO
Citroenslak
Doris pseudoargus

Citroenslak
Doris pseudoargus

Zeenaaktslak. Ook in brak water. Tot 120 mm. Grote, ovale soort met breed mantelschild met halfronde wratachtige tuberkels. Rhinoforen schuin gelamelleerd en intrekbaar. Kieuwkrans op de rug met 7-9 drievoudig geveerde kieuwen. Mondopening in een klein mondveld met aan weerszijden zeer kleine mondtentakels. In Nederland zeldzaam. O.a. bekend van Den Helder, Vlissingen, Grevelingenmeer, westelijke deel Oosterschelde. Spoelt ook op het strand aan.
Main Image
 
Doris pseudoargus Zeenaaktslak. Ook in brak water. Tot 120 mm. Grote, ovale soort met breed mantelschild met halfronde wratachtige tuberkels. Rhinoforen schuin gelamelleerd en intrekbaar. Kieuwkrans op de rug met 7-9 drievoudig geveerde kieuwen. Mondopening in een klein mondveld met aan weerszijden zeer kleine mondtentakels. In Nederland zeldzaam. O.a. bekend van Den Helder, Vlissingen, Grevelingenmeer, westelijke deel Oosterschelde. Spoelt ook op het strand aan.

Afmetingen: Lengte tot 120 mm.
Kleur: De kieuwkrans is vaak lichter van kleur dan de mantel. Soms ook donkerder, bijvoorbeeld een paarse kieuwkrans op een gele slak. De lichaamskleur van de mantel is bleekgrijs, geelbruin of oranje, met grote onregelmatige bruine, vleeskleurige, paarse of groene vlekken. De kieuwen zijn vaak violet van kleur. Sommige dieren zijn egaal oranje of nagenoeg geel.
Vorm: Een van de grootste Nederlandse doride zeenaaktslakken. Ovale soort met een breed mantelschild dat dicht bezet is met halfronde wratachtige tuberkels. De rhinoforen zijn schuin in de breedte gelamelleerd en intrekbaar. De kieuwkrans bestaant uit 7-9 drievoudig geveerde kieuwen. Mondopening in een klein mondveld met aan weerszijden zeer kleine mondtentakels.

Eieren: Eisnoeren worden in het noorden van Europa afgezet in het voorjaar, in het zuiden in de herfst. Het zijn grote vuilwitte, spiraalvormige linten.

 In de Nederlandse wateren is de soort zeldzaam. Onder meer gevonden bij Den Helder, Vlissingen en voorheen in het westelijke deel van de Oosterschelde en in het Grevelingenmeer. Bovendien meermalen op het strand aangespoeld gevonden.

De dieren kunnen een verlaagd zoutgehalte verdragen en zijn het hele jaar door gevonden op hard substraat waar het voedsel voorkomt. Het voedsel bestaat uit korstvormige sponzen zoals Broodspons Halichondria panicea en Bleke piekjesspons Hymeniacidon perlevis.

 181228NederlandZoutwaterMOO
Darmwieren
Ulva sp - Enteromorpha

Darmwieren
Ulva sp - Enteromorpha

Groenwier. Groene, lintvormige vertakte en onvertakte wieren.
Main Image
 
Ulva sp - Enteromorpha Groenwier. Groene, lintvormige vertakte en onvertakte wieren.  Zeeland  144294NederlandZoutwaterMOO|LIMP|SMP
Dichtgestreepte artemisschelp
Dosinia lupinus

Dichtgestreepte artemisschelp
Dosinia lupinus

Mariene tweekleppige. Tot 40 mm. Vuilwit tot lichtbruin, nooit radiaire kleurbanden van V-vormige vlekken. Cirkelronde schelp met naar voren gebogen top. Voor de top ligt een hartvormig maantje. De sculptuur bestaat uit talloze concentrische ribben die aan de voor- en achterkant hoogstens in lichte mate verhoogd zijn tot platte, enigszins onregelmatige ribben. Bij jonge exemplaren is de ribsculptuur vaak nog fijn. Slot heterodont. Slotband gedeeltelijk uitwendig. Aan de binnenzijde is een diepe mantelbocht zichtbaar. De onderrand is niet gekarteld. Noordzee, verder van de kust. niet in de nabije kustzone. Spoelt zelden vers aan.
Main Image
 
Dosinia lupinus Mariene tweekleppige. Tot 40 mm. Vuilwit tot lichtbruin, nooit radiaire kleurbanden van V-vormige vlekken. Cirkelronde schelp met naar voren gebogen top. Voor de top ligt een hartvormig maantje. De sculptuur bestaat uit talloze concentrische ribben die aan de voor- en achterkant hoogstens in lichte mate verhoogd zijn tot platte, enigszins onregelmatige ribben. Bij jonge exemplaren is de ribsculptuur vaak nog fijn. Slot heterodont. Slotband gedeeltelijk uitwendig. Aan de binnenzijde is een diepe mantelbocht zichtbaar. De onderrand is niet gekarteld. Noordzee, verder van de kust. niet in de nabije kustzone. Spoelt zelden vers aan.

Afmetingen: L. tot 40 mm, H. tot 40 mm.
Schelpkleur:
Schelpkleur vuilwit tot lichtbruin, nooit radiaire kleurbanden van V-vormige vlekken. Binnenzijde glanzend wit.
Schelpvorm:
Stevige cirkelronde schelp. De top is naar voren gebogen. Voor de top ligt een hartvormig maantje. Voor het maantje loopt de curve die de schelprand maakt steil omlaag. Er is geen duidelijk afgebakend rugveld. De bovenrand van de schelp loopt in vergelijking tot de (gewone) Artemisschelp steiler af naar achteren.
Sculptuur:
De sculptuur bestaat uit talloze concentrische ribben die aan de voor- en achterkant hoogstens in lichte mate verhoogd zijn tot platte, enigszins onregelmatige ribben. Bij jonge exemplaren is de ribsculptuur vaak nog fijn.
Slot:
Slot heterodont. Slotband gedeeltelijk uitwendig.
Binnenzijde schelp:
Diepe mantelbocht. De onderrand is niet gekarteld.

 Van IJsland, Noord-Noorwegen en de Oostzee tot de Azoren en de Afrikaanse westkust. Ook in de Middellandse Zee en Zwarte Zee. In het Nederlandse deel van de Noordzee is de soort weider verspreid en algemener dan de (gewone) Artemisschelp, met vooral een sterke aanwezigheid rond de Oestergronden, inclusief het Friese Front en op de Doggersbank. Op de Klaverbank overheerst de Artemisschelp. Plaatselijk ook dichter bij de kust aanwezig (Texelse Stenen en boven de Waddeneilanden). Leeft niet in de zeer nabije kustzone.
Op het strand: Verse schelpen spoelen maar zelden aan, het meest op de Waddeneilanden. Soms ook met er op vastgegroeide poliepenbosjes. Oude schelpen spoelen regelmatig aan, maar deze zijn verkleurd en fossiel (Eemien, pleistoceen).
De dieren leven vrij diep ingegraven (10-12 cm) in fijn tot matig grof zand, van dicht onder de laagwaterlijn tot 200 m diepte. Ze zuigen met hun sifonen water aan, dat langs de kieuwen gevoerd wordt, waar er voedseldeeltjes uit worden gezeefd. De dieren zijn van gescheiden geslacht. Maximale leeftijd ca. 20 jaar. 141912NederlandZoutwaterSMP|ANM
Dikkopje
Pomatoschistus minutus

Dikkopje
Pomatoschistus minutus

Zeevis. Ook in brak water. Tot 10 cm, meestal kleiner. Zandkleurig tot bruin, met vaak een donkerder patroon op het lichaam. Bovenkant kop tot eerste rugvin met schubben. Bij de mannetjes zit achterop de rugvin een donkere vlek met witte rand, die vooral in de paaitijd scherp is afgetekend. Staartwortel met donkere vlek.

Main Image
 
Pomatoschistus minutus 

Zeevis. Ook in brak water. Tot 10 cm, meestal kleiner. Zandkleurig tot bruin, met vaak een donkerder patroon op het lichaam. Bovenkant kop tot eerste rugvin met schubben. Bij de mannetjes zit achterop de rugvin een donkere vlek met witte rand, die vooral in de paaitijd scherp is afgetekend. Staartwortel met donkere vlek.

Afmetingen: Tot 10 cm. Meestal zijn de dieren een stuk kleiner.
Kleur
: Meestal egaal zandkleurig tot bruin. Bij de mannetjes zit achterop de eerste rugvin een donkere vlek met een witte rand, die vooral in de paaitijd scherp is afgetekend.
Vorm:
Kleine grondelachtige soort.  
Vinnen
: Twee duidelijk van elkaar gescheiden rugvinnen, borstvinnen vergroeid tot een soort zuignap.
Overig: Het Dikkopje wordt vanwege zijn kleur en biotoop ook wel Zandgrondel genoemd. Een andere naam is Schotevisje omdat het voor je voeten wegschiet als je door ondiep water loopt.

 N-Atlantische Oceaan, Noordzee, Oostzee. Ook regelmatig in Brakwatergebieden (o.a. in het Noordzeekanaal).

Dikkopjes leven voornamelijk op zand en slikbodems, maar zijn ook dicht in de buurt van stenen te vinden. Ze leven ook in brak water. De paaitijd is van is van maart t/m juni. De eitjes worden afgezet op stenen en ook wel in het binnentste van de schelpen. Het kuitschieten gebeurt in drie a vier keer. De mannetjes waken over de eitjes. De dieren worden meestal slechts twee jaar oud.

 126928NederlandZoutwaterMOO
Diklipharder
Chelon labrosus

Diklipharder
Chelon labrosus

Diklipharders zijn grote, stevige, vrij zwemmende vissen die meestal in groepsverband te vinden zijn. Zeevis. 50-60 cm (tot 70 cm). Grote, stevige torpedovormige vis, met een blauwgroene rug en bijna zilverachtige witte flanken en buik. Stevige dikke lippen. Huid met grote schubben die op afstand op lengtestrepen lijken. Eerste rugvin met vier harde vinstralen, tweede rugvin en de anaalvorm hoekig van vorm. De staart is gevorkt. Harder zwemmen vaak in groepsverband, o.a. veel bij pontons en wrakken.

Main Image
 
Chelon labrosus 

Diklipharders zijn grote, stevige, vrij zwemmende vissen die meestal in groepsverband te vinden zijn. Zeevis. 50-60 cm (tot 70 cm). Grote, stevige torpedovormige vis, met een blauwgroene rug en bijna zilverachtige witte flanken en buik. Stevige dikke lippen. Huid met grote schubben die op afstand op lengtestrepen lijken. Eerste rugvin met vier harde vinstralen, tweede rugvin en de anaalvorm hoekig van vorm. De staart is gevorkt. Harder zwemmen vaak in groepsverband, o.a. veel bij pontons en wrakken.

Afmetingen: Tot 75 centimeter lang, meestal kleiner.
Kleur:
Zilverglanzend met een blauwgroene rug met donkere lengtestrepen en bijna zilverachtige witte flanken en buik.
Vorm: Het lichaam is stevig en slank torpedovormig,  De Diklipharder heeft, zoals de naam al doet vermoeden, stevige dikke lippen. De huid is bezet met grote schubben die op afstand op lengtestrepen lijken.
Vinnen: De eerste rugvin is karakteristiek met vier harde vinstralen, de tweede rugvin en de anaalvorm zijn hoekig van vorm. De staart is gevorkt.

 Noordoostelijke Atlantische Oceaan, Middellandse Zee Zwarte Zee. Meestal in ondiepe kustwateren en riviermonden.

Harders zwemmen meestal in groepsverband en worden vooral bij pontons en wrakken gesignaleerd. Ook de Zeelandbrug is een goede plek om te te zien. Ze kunnen ook dicht bij oevers worden waargenomen, waar ze algen af wieren grazen. De dieren eten voornamelijk plantaardig voedsel en de zeer kleine diertjes die daartussen zitten. Volwassen dieren eten ook schelpdieren.
Op zachte slikbodems zijn vaak kenmerkende strepen te zien, alsof ze zijn getrokken door twee naast elkaar gehouden vingertoppen. Deze sporen zijn van de lippen van grazende Diklipharders.

 126977NederlandZoutwaterMOO
Dodemansduim
Alcyonium digitatum

Dodemansduim
Alcyonium digitatum

Zacht koraal. Mariene soort. Korstvormende kolonies ca 5-10 mm, grotere kolonies in de kustzone tot ca 10 cm, in de Noordzee tot 20 cm. Poliepjes 6-8 mm en wit. Kolonie vaak met witte stam, maar ook geel of oranje. Als kolonies ouder worden ontstaan bulten die uitgroeien tot duimdikke, vingerachtige uitstulpingen. Vorm en kleur doen denken aan een hand met vingers. Alleen plaatselijk voorkomend in de Oosterschelde, Grevelingen en Noordzee.
Main Image
 
Alcyonium digitatum Zacht koraal. Mariene soort. Korstvormende kolonies ca 5-10 mm, grotere kolonies in de kustzone tot ca 10 cm, in de Noordzee tot 20 cm. Poliepjes 6-8 mm en wit. Kolonie vaak met witte stam, maar ook geel of oranje. Als kolonies ouder worden ontstaan bulten die uitgroeien tot duimdikke, vingerachtige uitstulpingen. Vorm en kleur doen denken aan een hand met vingers. Alleen plaatselijk voorkomend in de Oosterschelde, Grevelingen en Noordzee.Afmetingen: Jonge korstvormende kolonies hebben een diameter van 5-10 mm. In de Oosterschelde groeien kolonies meestal niet verder uit dan tot circa 10 cm hoog. De dikte van de 'vingers' ligt tussen de 1 en 3 cm. In de Noordzee worden kolonies groter, tot ruim 20 cm. De poliepjes zijn niet groter dan 6-8 mm.

Kleur: Het meest voorkomend is een witte stam, maar in de Oosterschelde komen ook gele en oranje stammen voor. De poliepen zijn altijd doorschijnend wit.
Vorm: De Dodemansduim vormt kolonies van heel kleine, met elkaar vergroeide poliepen. Bij vergroting is te zien dat ieder poliepje acht geveerde tentakels heeft. Jonge kolonies zijn min of meer korstvormig, maar naarmate ze ouder worden ontstaan er één of meer bulten. Zo'n bult kan uitgroeien tot duimdikke, vingerachtige uitstulpingen (lobben). Nog grotere kolonies kunnen zelfs vertakken. Bij de geringste verstoring worden de individuele poliepjes naar binnen getrokken en heeft de Dodemansduim een sponsachtig uiterlijk. Waar de poliepjes zaten, zijn dan putjes te zien. Het duurt lang voordat ze weer worden uitgezet. Door de vorm en de vale kleur, doen kolonies met ingetrokken poliepjes denken aan een hand met vingers (van een dode zeeman).
Overig: Dodemansduim (ook wel Doômansduim) behoort tot de zachte koralen of Lederkoralen.

 

Oostelijke Atlantische Oceaan, van IJsland en Noorwegen tot Portugal. De soort komt plaatselijk voor in de Noordzee, onder meer op wrakken en op enige afstand van onze kust (Klaverbank). Uit de kustwatern het meest bekend uit het westelijk deel van de Oosterschelde (Schouwen, Noord Beveland), uit het mondingsgebied van de Oosterschelde en recentelijk ook weer uit het Grevelingenmeer, vanwaar de soort aanvankelijk vrijwel verdwenen was.

- Verspreiding dodemansduim uit waarneming.nl: 1990 t/m 2017.

Dodemansduim groeit altijd beneden de laagwaterlijn, tot een diepte van ca 100 m. Ze zitten met name op stenen of ander hard substraat, vooral op plaatsen met veel stroming. Soms echter ook op kleibodems of zelfs op bewegende substraten, zoals horens van de Noordhoren en Wulk of door Heremietkreeften bewoonde slakkenhuizen. De poliepjes filteren met de tentakels plankton uit het water. De soort kan zich zowel geslachtelijk als ongeslachtelijke voortplanten. Kolonies ontstaan door ongeslachtelijke voortplanting. Onderling kunnen kolonies elkaar bevruchten.

Zachte koralen lijken vrij zacht en poreus, maar hebben een skelet dat uit kalknaalden bestaat. Dodemansduim produceert stoffen die vanwege de afschrikwekkende smaak predatoren afweren en/of giftig zijn.
Brokkelsterren worden beschouwd als voedselconcurenten voor Dodemansduim. Wanneer na een strenge winter de meeste slangsterren zijn afgestorven, zien we vaak een toename van Dodemansduimen.
 125333NederlandZoutwaterMOO
Donker buiswier
Vertebrata fucoides

Donker buiswier
Vertebrata fucoides

Roodwier. Max. 30cm. Jonge uiteinden hebben geen buitenlaag.
Main Image
 
Vertebrata fucoides Roodwier. Max. 30cm. Jonge uiteinden hebben geen buitenlaag.     637672NederlandZoutwaterMOO|LIMP|SMP
 
   
 
Instellingen
 
 


Kolommen
select
       
Indeling
select
        
Uiterlijk
select

Groepsnaam
select

Sortering groepsnaam
select



 
   

Diensten

Weekdieren (EU-Habitatrichtlijn)

Mariene soorten en ecologie

Contact

Stichting ANEMOON
Postbus 29
2120 AA Bennebroek

anemoon@cistron.nl

06-11442009

Back To Top