Komt de Helmkrab ook in de Oosterschelde voor?
Zaterdag 12 juli 2008 hebben Paul en Maria Engels bij het Sas van Goes (Duiklocatie Putty’s place) op circa 8 meter diepte een verse en intacte vervelling van een Helmkrab, Corystes cassivelaunus (Pennant, 1777) gevonden. Het is een opmerkelijke vondst omdat deze soort nog nooit levend in de Oosterschelde is aangetroffen.
Op de Nederlandse kust komen tientallen soorten krabben voor. Sommige soorten, zoals de strandkrab en de Noordzeekrab komen algemeen voor in de Zeeuwse Delta, Waddenzee, op de kuststrook langs het Noordzeestrand en in het Nederlandse deel van de Noordzee. Andere soorten zijn typisch algemeen voorkomend in de kuststrook en de Noordzee, maar zijn echter volledig afwezig in de Zeeuwse Delta. Enkele voorbeelden van deze soorten zijn de Breedpootkrab en de Gemarmerde zwemkrab. Na een storm kan je vaak tientallen of honderden rugschildjes van deze soorten aangespoeld op het Noordzeestrand aantreffen. Maar duikers hebben deze soorten nog nooit in de Oosterschelde of het Grevelingenmeer aangetroffen. Hans Adema beschrijft in zijn boek “Krabben van Nederland en België” (1991) dat de Blauwpootzwemkrab slechts éénmalig (vier exemplaren in september 1990) in de Oosterschelde bij Yerseke is aangetroffen. Sindsdien heeft deze soort een opmerkelijke opkomst meegemaakt. Het is op dit moment een krabbensoort die vaak tot algemeen in de Oosterschelde maar nog meer in het Grevelingenmeer en in het Veerse meer kan worden waargenomen.
De Helmkrab is ook zo’n soort die we regelmatig aangespoeld op het Noordzeestrand kunnen aantreffen. Levende exemplaren zijn bekend van de noordelijke en zuidelijke Noordzee, de Waddenzee, het Noordzeestrand en de Belgische kust. Hij is buiten ons kustgebied bekend van de zuidkust van Noorwegen, langs de gehele West-Europese kust tot in de Middellandse zee. Voor zo ver bekend bij de Spuisluiswachter is deze soort tot nu toe echter nog nooit in de Zeeuwse Delta levend aangetroffen. Daarom is de vondst op 12 juli 2008 door Paul en Maria Engels bij het Sas van Goes (Duiklocatie Putty’s place) van een verse en intacte vervelling van de Helmkrab zo opmerkelijk. De verse vervelling is een redelijke indicatie voor het voorkomen van tenminste één levend exemplaar van deze soort in de Oosterschelde. De aangetroffen vervelling is afkomstig van een vrouwtje Helmkrab.

Vervelling vrouwtje Helmkrab, Oosterschelde (in vitro opname) © Peter H. van Bragt, 2008
De Helmkrab is eenvoudig te herkennen aan zijn langgerekt ovaal rugschild en twee lange antennen. Deze zijn langer dan het rugschild en staan midden op de kop. De antennen worden door ingegraven exemplaren gebruikt om vers water met zuurstof voor de ademhaling aan te voeren. De lengte van het rugschild is bij mannetjes maximaal 40 mm en bij vrouwtjes maximaal 34 mm. Vrouwtjes onderscheiden zich van de mannetjes door relatief korte schaarpoten. De schaarpoten van de mannetjes zijn tot twee keer zo lang als het rugschild. Hij komt voor van de getijdenzone tot een diepte van circa 100 meter in schone zandgrond waar hij zich overdag ingraaft. ’s-Nachts gaan ze op jacht naar o.a. kleine kreeftachtigen, weekdieren en borstelwormen. In het voorjaar trekken ze van diepere wateren naar de ondiepe kuststrook. De paring vindt voornamelijk in het voorjaar plaats. In de winter trekken ze zich weer terug in diepere wateren.

Vervelling vrouwtje Helmkrab, Oosterschelde (in vitro opname) © Peter H. van Bragt, 2008
Gaan we de komende jaren ook daadwerkelijk levende exemplaren in de Oosterschelde aantreffen en gaat hij zich hier net als de Blauwpootzwemkrab vestigen? De tijd zal het ons leren. Voor duikers is het in ieder geval de moeite waard om vooral in gebieden met schone zandbodems naar deze fraaie krab te zoeken. Maar overdag mag je niet verwachten dat je meer te zien krijgt dan de antennen die uit het zand steken. De krabben leven dan ingegraven in de zandbodem. Gezien de slechte kwaliteit van de bodem op de meeste plaatsen van het Grevelingenmeer is het niet aannemelijk dat we de Helmkrab in aantallen in het Grevelingenmeer gaan aantreffen.Nieuwe waarnemingen, vragen of opmerkingen betreffende deze soort of andere organismen kunnen per E-mail doorgestuurd worden naar de Spuisluiswachter

