De Massaspons en de Gele wratspons in de Oosterschelde
Met de bevestiging van de tweede vondst van een Massaspons, Suberites massa, in de Oosterschelde is duidelijkheid gekomen in het voorkomen van twee soorten sponzen in de Nederlandse kustwateren: de Massaspons, Suberites massa en de Gele wratspons, Celtodoryx girardae.
Op 20 oktober heeft Johanna van Bolhuis, op circa 8 meter diepte bij de Vuilnisbelt aan de zuidkant van Tholen een fraaie spons gevonden en laten fotograferen. De spons had een rood-oranje kleur en vingervormige afgeronde uiteinden. De doorsnede van de spons was circa 25 cm. Hij zat vast aan een Japanse oester en was met een dun laagje slib bedekt. Rob van Soest heeft deze spons met zekerheid gedetermineerd als een Massaspons, Suberites massa.
Foto 1: Suberites massa (Nardo, 1847), Oosterschelde, 2007 © Peter H. van Bragt
Foto 2: Suberites massa (Nardo, 1847), Oosterschelde, 2007 © Peter H. van Bragt
Dat het een Massaspons, Suberites massa, is heeft Rob van Soet aangetoond door een Spicula preparaat van deze spons te maken. Spicula zijn microscopische naaldjes die een inwendig skelet in de spons vormen. Voor deze soort hebben de spicula een consistente speldvorm, met aan een kant een rond knopje en een een scherpe punt aan de andere kant.
Foto 3: Spicula preparaat Suberites massa
(Nardo, 1847), Oosterschelde, 2007 © Peter H. van Bragt
(Nardo, 1847), Oosterschelde, 2007 © Peter H. van Bragt
Dit is de tweede bevestigde waarneming van deze soort op de Nederlandse kust en er zijn nu duidelijke foto’s van de vorm van de Massaspons beschikbaar gekomen.
Tevens heeft Rob van Soest de afgelopen jaren diverse monsters van de grote gele sponzen die we steeds vaker in de zuidelijke Oosterschelde aantreffen gedetermineerd. Er komen twee vormen van deze spons voor. De kleine exemplaren hebben vaak platte uiteinden, die enigszins transparant zijn, een klein beetje dichotoom (tweevoudig) vertakt en een aderstructuur vertonen. De platte uiteinden zijn mogelijk een groeivorm die aanwezig is bij groeiende exemplaren. Grote exemplaren, tot ruim 75 cm. doorsnede (soms nog groter) hebben een oppervlakte structuur dat uit kleine wratjes bestaat. De kleur van deze sponzen is bijna altijd licht geel.
Rob van Soest heeft aangetoond dat dit altijd exemplaren van Celtodoryx girardae zijn. Dit is een spons die pas in het begin van deze eeuw voor het eest in Frankrijk is gevonden en beschreven door Perez et al. (2006). Waarschijnlijk betreft het een exotische spons die recent in Europa is geïntroduceerd. De originele herkomst van de spons is echter nog niet bekend.
Foto 5: Celtodoryx girardae (Perez, 2006), Oosterschelde, 2007 © Peter H. van Bragt
Foto 6: Celtodoryx girardae (Perez, 2006), Oosterschelde, 2007 © Peter H. van Bragt
Foto 7: Celtodoryx girardae (Perez, 2006), Oosterschelde, 2007 © Peter H. van Bragt
Door de bevestiging van de vondst van een
echte massa spons en de vele determinaties van Celtodoryx girardae is duidelijk
geworden dat op een na alle eerdere meldingen van de massa spons niet correct
gedetermineerd zijn. Naar alle waarschijnlijkheid betrof het steeds Celtodoryx
girardae. Godfried van Moorsel heeft voorgesteld om deze spons de Nederlandse
naam “Gele wratspons” te geven. Een
zeer toepasselijke naam die de vorm van met name grote complexen goed
beschrijft.
De eerdere en foutieve melding van de vondst van massa sponzen op deze website (Spuisluis waarneming d.d. 08-07-2002) is nu gecorrigeerd. Nieuwe waarnemingen, vragen of opmerkingen van deze soort of andere organismen kunnen per E-mail doorgestuurd worden naar de Spuisluiswachter.

