Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANEMOON Spuisluis Buikstreepnemertijnen veroorzaken chaos in de Oosterschelde
Navigation
Document Actions

Buikstreepnemertijnen veroorzaken chaos in de Oosterschelde

Recent hebben we op de Spuisluis de opkomst van de Buikstreepnemertijn in de Oosterschelde beschreven. Wat in de mededeling van 25 sept. 2008 nog als een mysterie werd beschreven is ondertussen door Marianne Lighthart opgelost. Zij heeft op een Franse website ( http://doris.ffessm.fr/fiche2.asp?fiche_numero=450 )gevonden dat het voorkeursvoedsel van deze fraaie worm de Waaierkokerworm, Sabella pavonina, is. Ondertussen is aan de Noordzijde van de Zeelandbrug de explosieve toename van de Buikstreepnemertijn verder gegaan. Ten oosten van de brug zijn er afgelopen weekend duizenden nemertijnen aangetroffen en de schade aan de populatie Waaierkokerwormen is al duidelijk zichtbaar.

In de onderstaande fotoreportage is duidelijk te zien wat de gevolgen zijn van het grote aantal nemertijnen. De bodem van de Oosterschelde is op tenminste één specifieke locatie, ten oosten van de Zeelandbrug, werkelijk bezaaid met Buikstreepnemertijnen.

 

Foto 1: Massaal voorkomen van Buikstreepnemertijnen, Oosterschelde, 2008 © Peter H. van Bragt

Overal zijn Buikstreepnemertijnen te zien die langzaam langs de kokers van de Sabella’s omhoog kruipen om hun prooi te verschalken.

 

Foto 2: Buikstreepnemertijn valt Waaierkokerworm aan, Oosterschelde, 2008 © Peter H. van Bragt

Tijdens een duik is het niet moeilijk om vele tientallen nemertijnen te vinden die met hun kop in de kokers van de waaierkokerwormen zitten en bezig zijn om zich vol te vreten.

 

Foto 3: Buikstreepnemertijnen vallen Waaierkokerwormen aan, Oosterschelde, 2008 © Peter H. van Bragt

 

Foto 4: Buikstreepnemertijn valt Waaierkokerworm aan (tijdsinterval tussen eerste en laatste foto is 117 seconden), Oosterschelde, 2008 © Peter H. van Bragt

Soms zie je zelfs twee nemertijnen die tegelijk in een koker zitten. Een dergelijk “dinner for two” is mogelijk meer ingegeven door concurrentie om voedsel dan dat ze het gezellig vinden.

 

Foto 5: Buikstreepnemertijnen eten Waaierkokerwormen, Oosterschelde, 2008 © Peter H. van Bragt

Her en der zijn de restanten van het feestmaal van de nemertijnen te zien. Een enkele keer zie je een Sabella waarvan de waaier door vraat van nemertijnen zwaar is beschadigd.

 

Foto 6: Door vraat beschadigde Waaierkokerworm, Oosterschelde, 2008 © Peter H. van Bragt

Maar nog vaker zie je de restanten van dode Sabella’s uit kokers steken.

 

Foto 7: Dode aangevreten Waaierkokerwormen, Oosterschelde, 2008 © Peter H. van Bragt

In tenminste één gebied van enkele honderden vierkante meters waar tot enkele maanden geleden nog duizenden Waaierkokerwormen stonden zie je nu slechts de restanten van lege kokers bezaaid over de Oosterschelde bodem liggen. Hier zijn alle Waaierkokerwormen verdwenen, opgegeten door de Buikstreepnemertijnen.

 

Foto 8: Lege kokers van Waaierkokerwormen, Oosterschelde, 2008 © Peter H. van Bragt

Hoe zal het nu verder gaan? Op dit moment staan er op heel veel andere plaatsen in de Oosterschelde nog enorme aantallen Waaierkokerwormen.

 

Foto 9: Levende Waaierkokerwormen, Oosterschelde, 2008 © Peter H. van Bragt

Er is dus nog genoeg voedsel voor de Buikstreepnemertijnen om zich gedurende lange tijd te voeden. Maar als hun aantal explosief blijft toenemen en de slachting onder de Waaierkokerwormen zo door gaat, dan zijn mogelijk binnen niet al te lange tijd (2-4 jaar) de meeste Waaierkokerwormen uit de Oosterschelde verdwenen.

Is dit een natuurlijke ramp? Wij denken van niet. We moeten eerder spreken van een natuurlijk proces. Tot recent kenden de Waaierkokerwormen hier schijnbaar nog onvoldoende predatoren om hun aantal te beperken en hebben ze zich massaal op de Nederlandse kust, op plaatsen waar geen intensieve bodemvisserij wordt bedreven, kunnen ontwikkelen. De Buikstreepnemertijn kwam al op de West-Europese kust voor en het was slechts een kwestie van tijd om de eerste exemplaren hier ook te vinden. Mogelijk heeft de import van schelpdieren en het opwarmen van het zeewater of de langdurige afwezigheid van strenge winters er een handje bij geholpen. Er is enorm veel voedsel voor de nemertijnen. Waarschijnlijk worden ze zelf nu slechts beperkt belaagd door andere predatoren zoals krabben en vissen. Dus is het nu de beurt aan de nemertijnen om zich explosief te ontwikkelen. Helaas gaat het dan ten koste van de Sabella’s. Als over een tijdje een relatief klein aantal Waaierkokerwormen overblijft, en de predatie van nemertijnen ook substantieel tot ontwikkeling is gekomen zal de populatie nemertijnen waarschijnlijk instorten. En uiteindelijk ontstaat er nieuw biologisch evenwicht waarbij beide wormen in balans naast elkaar op onze kust zullen voorkomen. Maar dan zijn we waarschijnlijk een decennium of meer verder.

Het is een natuurlijk proces dat we al eerder in de Oosterschelde hebben kunnen waarnemen. De explosieve opkomst in de periode1999 tot 2002 van de Millennium wratslak en de tijdelijke bijna volledige eliminering van zijn prooi, de Grijze korstspons Mycale micracanthoxea, is identiek verlopen. Geen van beide soorten is lokaal uitgestorven en ze leven nu in evenwicht naast elkaar op de Nederlandse kust.

Maar een ding is zeker: er is weer een nieuwe soort bijgekomen met tenminste tijdelijk dramatische gevolgen voor een autochtone soort van onze kust. Het is niet waarschijnlijk dat de Oosterschelde ooit nog zo zal worden als voor de komst van de Buikstreepnemertijn.

Nieuwe waarnemingen, vragen of opmerkingen van deze soort of andere organismen kunnen per E-mail doorgestuurd worden naar de Spuisluiswachter