Gewone steurgarnaal
Palaemon elegans Rathke, 1837
Tekst: M. Faasse. Versie 23-3-2008.
Zoekbeeld
De Gewone steurgarnaal heeft een glasachtig lichaam, met op het achterlijf donkere verticale streepjes. Ook het kopborststuk is vaak voorzien van een zebra-achtig patroon. Het rostrum is recht. De dieren zijn goede zwemmers en verplaatsen zich op gracieuze wijze doorgaans in een rechte lijn. Bij verstoring schieten ze achteruit door de staart onder het lichaam naar voren te slaan. Op deze manier bewegen ook de andere Palaemon-soorten en de Ringsprietgarnaal zich voort.
Afmetingen
Lengte: tot 6 cm.
Kleur
Gewone steurgarnalen zijn vrijwel volledig doorzichtig. Over het achterlijf lopen dunne, bruine tot zwarte, verticale streepjes, met ertussen vaak verticale rijen geelwitte stipjes. De 'gewrichten' van de poten zijn voorzien van gele ringetjes. Direct boven de gele ringetjes zijn dunnere donkere ringetjes te onderscheiden, vaak donkergrijs of blauwgrijs van kleur. Boven de grote scharen een helderblauwe band, veel helderder blauw dan de rest van de schaarpoot. In bepaalde omstandigheden is de blauwe band fletser. De andere kleuren zijn in dat geval ook bleker.
Nadere kenmerken
De vinger van de schaar van de tweede looppoot is relatief kort, ongeveer 1/3 van de totale lengte van de schaar. De bovenrand van het rostrum is voorzien van 7-10 tandjes. 3 tandjes achter de oogkas. De onderkant draagt meestal 3 tanden.
Habitat
Gewone steurgarnalen leven vooral in de wierzone en iets dieper. Ze zijn ook vaak aanwezig in getijdepoeltjes en regelmatig te vinden nabij pontons.
Verspreiding
Gewone steurgarnalen zijn vrijwel overal in de Oosterschelde talrijk. Ze komen ook voor langs de Noordzeekust, in het Waddengebied, de Westerscheldemond, het Grevelingenmeer en het Veerse Meer.
Opmerkingen
- Bleke exemplaren van de Gewone steurgarnaal (P. elegans) kunnen verwisseld worden met de Brakwatersteurgarnaal (P. varians). Het verschil in biotoop maakt de kans op verwisseling echter niet zo groot.
- De steurgarnalen van het geslacht Palaemon zijn moeilijk uit elkaar te houden. Wie zijn waarnemingen wil vastleggen, maar niet zeker is om welke steurgarnaal het gaat, kan het beste 'Palaemon spec.' noteren.

