Search
Search

Soorten

Huisjesslakken

Pelikaansvoet
Mariene huisjesslak met een stevige, tot 4,5 cm grote schelp (horen). 10-12 vrij bolle, geknobbelde windingen. Mondrand uitlopend in stevige vingervormige uitsteeksels, de onderste is het sifokanaal. Onvolgroeide exemplaren missen deze ‘vlag’ van uitsteeksels. Leeft in dieper water in de Noordzee.

[Lees verder...]


IJslandse slanke noordhoren
Mariene huisjesslak. Tot 15 cm. Crème tot witte, dunschalige maar vrij stevige horen met 8-9 matig bolle windingen. Mondrand onverdikt, met een lang en vrijwel recht sifokanaal. Opperhuid groenbruin tot bruin, schilferig. Operculum hoornbruin, peervormig. Sculptuur van weinig verheven spiraalrichels , met name onder aan de windingen vervagend. Diepere Noordzee, zeldzaam. Enkele keren op het strand gevonden (leeg, oud).

[Lees verder...]


Hoge trapgevel

Mariene huisjesslak. Tot 12 mm. Bruin, ribben lichter. Stevig horentje met 8-10 windingen. Mondopening smal met bijna recht sifokanaal. Geen navel. Geen operculum. Oppervlak met 9-12 verticale ribben die niet aansluiten op die op voorgaande windingen en naar onderen vervagen. Ze worden gekruist door fijne spiraalgroeven. Bij oudere exemplaren zijn de spiralen vooral tussen de ribben zichtbaar. Noordzee, verder van de kust. Zelden in aanspoelsel (meestal fossiel).

[Lees verder...]


Grote tepelhoren

Mariene huisjesslak. Tot 40 mm. Glanzend geelgrijs, op de bovenkant van de windingen roodbruine vlekken. 6-7 opgeblazen windingen die snel in grootte toenemen. Naad tussen de windingen vrij diep. Top stomp, mondopening ongeveer halfrond. Operculum is dun en hoornachtig. Naast de mond ligt een diepe en duidelijke, ronde navel. Het schelpoppervlak is glad met alleen groeilijnen. Noordzee. Eet tweekleppigen: boort gaatjes in hun schelp. Vaak (meestal leeg) aangespoeld op het strand.

[Lees verder...]


Muizenoortje
Mariene huisjesslak van kweldergebied. 10 x 6 mm, meestal kleiner. Bruin tot paarsachtig, vaak wat glanzend. Dunschalig huisje met 6-7 windingen. Glad met alleen groeilijnen. De top is spits, de mondopening eivormig met op de binnenlip meestal 3 tandvormige plooien. Er is geen navel. In de mondopening zit geen afsluitplaatje (operculum). Leeft op schorren en kwelders en in en rondom brakwatergebieden, met name te vinden op de bodem in lamsoor-vegetaties. Vrij algemeen in het Waddengebied en in Zeeland.

[Lees verder...]


Gekielde cirkelslak

Mariene huisjesslak. Tot 3 mm. Dofwit of glanzend glasachtig wit, soms wat oranje. Opperhuid lichtbruin. Operculum rond, hoornachtig. Stevige scheef afgeplatte horentjes van 3-4 windingen, de laatste veel groter dan de voorgaande. Mond scheef ovaal, navel rond en zeer wijd. Zeer sterke traliewerksculptuur: op de laatste omgang tot 6 duidelijke spiraalrichels, met daartussen talloze kleine dwarsricheltjes. Lege horentjes vaak in aanspoelsel.

[Lees verder...]


Doorschijnend spiraalhorentje
Mariene huisjesslak. Tot 3,5 mm. Hoornkleurig tot bleekwit, soms doorschijnend. Vaak met een roestkleurige aanslag. Dunwandig horentje met 6-7 vrij bolle windingen. De laatste winding omvat ongeveer 65% van de totale schelphoogte, de mondopening 33%. Top stomp, bij sommige exemplaren ontbrekend. Operculum ovaal, hoornachtig geelbruin. Het oppervlak lijkt glad, maar bij vergroting blijkt soms uiterst fijne spiraalsculpuur aanwezig. Verder van de kust in de Noordzee. Spoelt weinig aan.

[Lees verder...]


Verdikte fuikhoren

Mariene huisjesslak. Tot 14 mm. Geelwit, oranje, roze, bruin, mondrand vaak wit, ribben lichter of met donkerbruine vlekken of kleurbanden. Onder in het vaak witte sifokanaal zit steeds een donkerbruine tot zwarte vlek. Dikschalig, met 7-8 vrij bolle windingen. Mondlip sterk verdikt. Traliewerksculptuur, waarvan de dwarsribben overheersen. Eelt uit de mond bedekt zowel de spil- als de tegenoverliggende zijde. In de mond aan beide zijden knobbels. Operculum peervormig, bruinachtig. Leeft ver van de kust. Soms in visserijmateriaal en aangevoerd. Zelden fossiel.

[Lees verder...]


Zeggekorfslak

Terrestrische (Land-) huisjesslak. Tot 3 mm. Bruingeel tot roodbruin. Huisje (horentje) tonvormig, met 4-5 vrijwel gladde windingen. In de mondopening tot 5 tandplooien. Het horentje is rechtsgewonden (sommige andere korfslakken zijn linksgewonden). Leeft in moerasgebieden, in oeverzones en broekbossen met een dichtbegroeide tot ijle ondergroei van o.a. Zeggenplanten, zoals de Moeraszegge Carex acutiformis. Europees beschermde soort (Habitatrichtlijn).

[Lees verder...]


Groot glasmuiltje

Mariene huisjesslak. Tot 20 mm, dier groter. In Nederland groot, elders in Europa ca. 9 x 8 mm. Horentje glasachtig doorschijnend wit, bij levende dieren is de mantel er geheel omheen gegroeid, waardoor het een zeenaaktslak lijkt. Zeer dunschalige schelp met 2-3 windingen, de laatste groot en oorvormig. Geen operculum. Oppervlak met alleen onregelmatige groeilijnen. Dier: koptentakels lang en glad, ogen op verdikking aan de basis. Mantel sponsachtig met wratten. Opstaande sifo aan de voorkant. Lichaamskleur grijswit, geelbruin tot paarsbruin of roze met vaak lichte of donkere vlekken. Zeeland. Oosterschelde.

[Lees verder...]


Wulk

Mariene huisjesslak. Ca 8,5 cm (tot 12 cm). Beige met soms donkere banden, vlekken of spiraallijnen. Opperhuid en operculum geelbruin. Dikschalig, met 7-8 bolle windingen. Mondopening ovaal, kort sifokanaal. Windingen met brede golvende ribben, tevens spiralen en groeilijnen. Dier bleekwit met donkere vlekken. Kop met uitstulpbare voedingsslurf en platte koptentakels. Mantelrand met een sifo die bij het kruipen uitgestrekt staat via het sifokanaal.

[Lees verder...]


Vlakke alikruik

Mariene huisjesslak. Tot 12 mm. Schelpkleur: verreweg de meeste exemplaren zijn helder citroengeel. Daarnaast soms oranje, bruine en (zelden) olijfgroene exemplaren, evenals geblokte en gestreepte. Dikschalig met 5-6 afgevlakte windingen, waarvan de laatste de voorgaande vrijwel volledig insluit. De top is nog vlakker dan bij de Stompe alikruik, maar steekt zelden of nooit boven de zeer vlakke bovenzijde van de beginwindingen uit. Schelpoppervlak glad of licht gegroefd. Geen navel. Operculum eivormig, hoornachtig. Lichaamskleur dier meestal egaal en net als de schelpkleur. Sublitoraal en bovenste litoraal, op gezaagde zee-eik Fucus serratus.

[Lees verder...]


Gestreepte pegelhoren

Mariene huisjesslak. Tot 20 mm. Witte schelpen, soms geel, roze, of met blauwe zweem. Dunne, langwerpig-ovale horen. Eerdere windingen ingesloten door de laatste. Uiteinden spits, gootvormig. Oppervlak lijkt glad, maar aan de uiteinden zit fijne spiraalsculptuur. Sifokanaal gebogen, columella geribbeld. Mondrand onverdikt. Geen operculum. Bij het levende dier zit de oranje gestreepte mantel om de schelp geslagen. Leeft verder van de kust, spoelt niet op het strand aan.

[Lees verder...]


Stompe alikruik

Mariene huisjesslak. Tot 17 mm. Meestal olijfgroen of donkerbruin. Soms geel of met kleurbanden of geblokt. De mondrand heeft vaak een paarslila zweem. Dikschalig, 5-6 iets gezwollen, vrijwel gladde windingen, top en eerste windingen steken weinig boven de lichaamswinding uit. Geen navel. Operculum dun, hoornachtig. Leeft tussen bruinwieren in het litoraal en bovenste sublitoraal. Algemeen in Zeeland, iets minder in het Waddengebied.

[Lees verder...]


Wenteltrap
Mariene huisjesslak. Tot 35 mm. Glanzend wit, tussen de ribben vaak roodbruine vlekken en strepen. Dunschalig. Priemvormig. 10-12 bolle windingen. Top spits. Mondopening rond, aan de buitenzijde samenvallend met een dwarsrib. Geen navel. Op de windingen staan smalle vertikale ribben, tot 10 op de laatste, die aansluiten op de ribben op voorgaande windingen. De tussenruimten zijn glad. Spoelt langs de hele kust aan, echter zelden levend. In Zeeland levend in o.a. Oosterschelde.

[Lees verder...]


Japanse stekelhoren (Japanse oesterboorder)
Mariene huisjesslak. Tot 50 mm. Crème, geelgrijs, licht- of donkerbruin of met kleurbanden. Mondopening meestal paarsbruin. Dikschalige, onregelmatige horen met tot 7 geschouderde windingen. Top spits, mondopening ovaal met gootvormig siphokanaal dat een tunnel kan vormen. Operculum bruin. Oppervlak ruw, 4-12 (vaak 8) forse dwarsribben en groeilijnen. Bovendien 4-7 spiraalribben en fijnere lijntjes. Kruispunten met schubjes of knobbelige verdikkingen. In de mondopening knobbeltjes. Exoot, in Zeeland.

[Lees verder...]


Amerikaanse oesterboorder

Mariene huisjesslak: Tot 40 mm. Grijswit tot bruin, soms donker gevlekt. Ribben soms lichter. Mondopening vaak paarsbruin. Stevige horen met 7-8 bolle windingen. Top spits, mondopening ovaal. Sifokanaal gootvormig, niet gesloten. 10-12 golvende, naar onderen vervagende ribben, gekruist door 16-18 dunne spiraalribben. Litoraal en sublitoraal in oestergebied in Zeeland.

 

[Lees verder...]


Wadslakje

Mariene huisjesslak. Ca 5 mm (tot 8 mm). Geelbruin of groengeel. Klein, niet zeer dunschalig, torenvormig horentje met 7-8 vlakke windingen. De top is spits, de mondopening peervormig en aan de bovenkant toegespitst. Er is geen navel zichtbaar. Operculum dun, groengeel. Het schelpoppervlak is glad met alleen groeilijnen. Massaal in slikgebieden van Zeeland en het Waddengebied. Veel in aanspoelsel langs de verdere Noordzeekust (oude verkleurde huisjes).

[Lees verder...]


Spoelhoren

Mariene huisjesslak. Tot 25 mm. Vaak kleiner. Grijswit tot roze, op de laatste winding 2-3 roze kleurbanden. 7-8 windingen, de laatste veel groter. Top vrij spits, mondopening langwerpig, ca 70% van de totale schelphoogte. Binnenlip met een plooi of knobbel. Geen navel. Sculptuur van horizontale spiraalgroeven, vooral onderaan de  winding. Strandmateriaal vaak blauwzwart verkleurd. Regelmatig op het strand (lege schelpen). Leeft dieper in de Noordzee.

[Lees verder...]


Trapgeveltje
Mariene huisjesslak. Tot 20 mm. Vaak kleiner. Crèmewit of lichtgeel. Vrij dikschalig, met 6-7 trapsgewijs afgezette, bovenaan min of meer 'geschouderde' windingen. Mondopenig smal en uitlopend in een recht siphokanaal. Geen navel. Sculptuur van 12-16 vrijwel loodrechte vertikale ribben, waartussen fijne horizontale groeven lopen. Noordzee, in wat dieper water. Spoelt regelmatig (leeg) aan; vaak blauwgrijs of bruin verkleurd.

[Lees verder...]


Pagina 5 van 6Eerste   Vorige   1  2  3  4  [5]  6  Volgende   Laatste   

Diensten

Weekdieren (EU-Habitatrichtlijn)

Mariene soorten en ecologie

Contact

Stichting ANEMOON
Postbus 29
2120 AA Bennebroek

anemoon@cistron.nl

06-11442009

Back To Top