Search
Search

Soorten

Tweekleppigen

Gebochelde streepschelp

Mariene tweekleppige. Tot 17 mm. Geelwit met gemarmerde roodbruine vlekken. Opperhuid vaak olijfgroen. Top vrijwel aan de voorrand. Onderrand van de schelp vaak wat uitgebogen. Buitenzijde met voor en achter vanuit de top lopen stralende groeven en een glad veld in het midden. Binnenkant met parelmoerglans. Leven  vastgehecht aan stenen en tussen wieren, hydropoliepen en dergelijke. vaak in nestjes. Schaars in de Noordzee. Spoelt op het strand aan op drijvende voorwerpen.

[Lees verder...]


Gemarmerde streepschelp

Mariene tweekleppige. Tot 20 mm. Geelwit of oranje, al dan niet met een gemarmerd vlekkenpatroon van roodbruine tot paarse vlekjes en strepen. Opperhuid lichtgroen, rood of bruin. Dunschalig, zeer bol, top vrijwel vooraan. Onderrand in het midden niet, of nauwelijks uitgebogen. Stralende verticale groeven op voor- en achterkant, glad in het midden. Leeft vastgehecht met byssusdraden tussen wieren en ander materiaal, vanaf het litoraal tot diepten van enkele tientallen m. Leeft ook vaak met meerdere tegelijk ingesloten in grote tunicaten en kan zo aanspoelen op het strand. Ook soms vastgehecht op drijvende voorwerpen.

[Lees verder...]


Paardenmossel

Mariene tweekleppige. Tot 22 cm. Grijswit tot lichtpaars, opperhuid donkerbruin tot zwart, schilferig. Bij jonge exemplaren vooral op de achterzijde met stugge, vezelige haren. Binnenzijde glanzend wit. De top is stomp en ligt een stukje van de voorrand af. Onderrand vaak wat naar binnen gebogen. Oppervlak met onregelmatige groeilijnen. Binnenin een groot en klein spierindruksel. Sifonen extreem kort. Mantelranden en sifo-openingen vaak oranjegeel. Noordzee, in dieper water verder van de kust. Spoelt nu en dan op de Waddeneilanden aan.

[Lees verder...]


Baardmossel

Mariene tweekleppige. Tot 65 mm. Paarsbruin tot kastanjebruin, binnenzijde paarslila. Opperhuid bruingrijs, uitlopend in lange, geelbruine, vezelige haren die naar achteren toenemen. Driehoekige schelp, de achterrand gaat met een hoek in de onderrand over. Oppervlak met onregelmatige groeilijnen. Zelden in de Nederlandse Noordzee.

[Lees verder...]


Marmerschelp

Mariene tweekleppige. Tot 65 mm. Crème met een grillige gemarmerde tekening van oranjerode tot paarsbruine vlekken. Binnenzijde porseleinwit met oranjerood. Opperhuid donkerbruin, vezelig en zacht als fluweel. Dikschalige, bolle, cirkelronde schelp. De sculptuur bestaat uit smalle radiale lengteribjes en concentrische groeilijnen, die een fijne traliewerksculptuur vormen. Taxodont slot, tanden in een in grootte variërende rij. De onderrand is gekarteld. Geen mantelbocht. Bekend uit Zeeland (mogelijk geimporteerd) ook recentelijk meermalen als doublet aangespoeld. Enkele keren in het Nederlandse Noordzeegebied opgevist.

[Lees verder...]


Melkwitte arkschelp

Mariene tweekleppige. Ca. 1 cm (tot 18 mm). Melkwit, opperhuid sterk vezelig en tharig. Stevig, scheef tot rechthoekig schelpje, tamelijk bol. Achterzijde scheef afgeknot, met van de top naar de achterzijde een vrij scherpe kiel. Ca. 50 radiaire ribben, gekruist door lichtere concentrische ribjes, waardoor een netstructuur ontstaat. Slot taxodont, met op een rechte lijn ca. 30-40 tandjes. Ligament uitwendig in een dwarsgegroefde ligament-area. Noordzee, verder van de kust. plaatelijk voor de Zeeuwse kust, ook bij Texelse stenen. Soms op drijvende voorwerpen op het strand. Ook fossiel langs de hele kust.

[Lees verder...]


Driehoekige parelmoerneut

Mariene tweekleppige. 10-13 mm. Grijswit, met een geelbruine opperhuid. Vanuit de top vaak radiale, grijze soms oranje kleurbanden. Binnenkant sterk parelmoerachtig iriserend. Stevige, glanzende, driehoekige schelpjes. Oppervlak met duidelijke groeilijnen die doorkruist worden door microscopische radiaire groefjes. Slot taxodont; aan de voorkant een rij van 20-30 en aan de achterkant 10-14 tandjes. Ligament inwendig in  driehoekige ligamentgroeve. Mantellijn zonder bocht. Onderrand gecrenuleerd (gekarteld). Noordzee, verder van de kust, ingegraven in slibhoudende bodems.

 

[Lees verder...]


Dunne parelmoerneut
Mariene tweekleppige. Tot 6 mm. Glanzend geelbruine, matig stevige schelpjes. Leeft ingegraven in slibhoudende bodems met hoogstens de achterrand van de schelpen boven de bodem. Schelpen aan de binnenzijde glanzend parelmoerkleurig met een taxodont slot. Leeft verder van de kust, spoelt zelden of nooit aan.

[Lees verder...]


Afgeknotte gaper
Mariene tweekleppige. Tot 7,5 cm. Vrij stevige, grote, aan één kant opvallend afgeknotte schelpen. Top ongeveer in het midden. Wit of geelwit, met een donkerbruine schilferige opperhuid die ook om de lange sifobuis zit. Geen sculptuur, alleen onregelmatige groeilijnen. In de linkerklep zit een dwarsstaand lepelvormig uitsteeksel. Schelpen regelmatig op het strand. Soms levende dieren, dan met lange sifobuis.

[Lees verder...]


Amerikaanse zwaardschede

Mariene tweekleppige. Tot 19 cm. Zeer langgerekte, gebogen schelp. Ruim zes maal zo lang als breed; grootste breedte ongeveer in het midden. Kleurpatroon van roze tot bruinpaarse bandjes op een lichtere ondergrond. Opperhuid olijfbruin. Massaal aangespoeld op stranden, levend in slikgebieden van Zeeland en Waddengebied.

[Lees verder...]


Amerikaanse boormossel

Mariene tweekleppige. Tot 75 mm. Geelwit, oudere exemplaren vaak bruingeel. Vrij stevige langgerekte schelp. Bovenrand niet omgeslagen. Vanuit de top stralende ribben, gekruist door groeilijnen, ribben deels met schubvormige uitsteeksels. Leeft in zelfgeboorde gaten in veen, hout, klei. Spoelt aan langs hele kust. In Slikgebieden soms in klei.

[Lees verder...]


Schilferige dekschelp

Mariene tweekleppige. Tot 2 cm. Lichtgeel, wit, roze, binnenkant met parelmoerachtige glans. Dunschalig, onregelmatig gevormd. Platte rechterklep met een klein gat. Oppervlak schilferig, soms gestekelde ribben. Vorm aangepast aan de ondergrond; soms geribd. Binnenin één sluitspier, in de bolle klep te zien in een matwit veldje onder de grotere afdruk van de byssus. Geen derde afdruk. De door de byssusklier afgescheiden byssusdraden vormen een verkalkte steel, die door het gat in de rechterklep steekt. Zelden autochtoon in het kustgebied. Verder van de kust algemener. Vaak op aangespoelde drijvende voorwerpen.

[Lees verder...]


Nonnetje

Mariene tweekleppige. Tot 35 mm. Kleur variabel: geelwit tot roze. Vrij stevige, rond-driehoekige schelpen. Top ongeveer in het midden. Oppervlak met alleen fijne groeilijnen. Sterke uitwendige slotband. Mantellijn met bocht. Algemeen in de bodem van slikgebieden (Zeeland, Wadden). Belangrijk voedsel voor vogels, vissen en andere dieren. Langs de Noordzeekust geregeld aanspoelend, maar minder dan vroeger.

[Lees verder...]


Otterschelp

Mariene tweekleppige. Tot 13 cm. Vrij dunschalige, langwerpig-ovale schelpen. Geelwit met een schilferige bruingele opperhuid. Vrij glad met fijne groeilijnen. Slot aan binnenzijde met grote driehoekige ligamentholte. Levende dieren hebben een zeer lange, deels met opperhuid omgeven sifobuis. Leeft ingegraven in modder of zand. Vroeger spoelden vrijwel alleen oude kleppen aan, tegenwoordig ook vaak doubletten en levende dieren.

[Lees verder...]


Tweetandschelpje

Mariene tweekleppige. Tot 4 mm. Geelwit met een lichtbruine opperhuid. Scheef-ovaal schelpje met alleen fijne concentrische groeilijnen. Heterodont slot met vooral in de rechterklep twee zeer duidelijke laterale tanden. Geen mantelbocht. Soms bedekt met roestbruine aanslag, veroorzaakt door andere bodemdieren. Leeft ingegraven en vaak ook in associatie met een slangster. Noordzee en nabije kustgebied. Spoelt veel aan, ook vaak doubletjes.

 

[Lees verder...]


Slanke kleine zwaardschede
Mariene tweekleppige. Tot 13,5 x 1,4 cm. 7-8 keer zo lang als hoog, gelijkmatig gebogen. Kleurpatroon met lilaroze vlekjes in een diagonaal patroon. Opperhuid olijfgroen. Alleen groeilijnen. Afstand mantellijn tot voorrand bijna even groot als tot de onderrand. Lengte voorste sluitspierindruksel ongeveer 1¾ van de slotband. Achterste spierindruksel op ca. 2 x de eigen lengte van de mantelbocht. Sifonen kort, vergroeid, met korte tentakelkransjes. Lichaamskleur wit tot crème. Noordzee, wat verder van de kust. Op het strand vooral oude kleppen.

[Lees verder...]


Artemisschelp

Mariene tweekleppige. Tot 50 cm. Crème met radiale, stralende strepen van V-vormige vlekken. Stevige cirkelronde schelp. Top gebogen. Regelmatige concentrische ribben. Diepe mantelbocht. Onderrand niet gekarteld. In zandbodems. Spoelt weinig aan.

[Lees verder...]


Japanse oester

Mariene tweekleppige. Tot 23 cm. Stevige, variabel gevormde schelp. Langwerpig-ovaal, linkerklep boller. Geelbruin tot paarsroze, met lila vlekken. Kommavormig spierindruksel aan de binnenkant lila of bruin. Beide kleppen met een schilferige sculptuur van scherpe onregelmatige, geschubde ribben. Aan de binnenkant zit één duidelijk, kommavormig spierindruksel.Zeer algemeen in litoraal en sublitoraal langs de hele kust. In Zeeland en het Waddengebied komen plaatselijk grote oesterbanken voor.

 

[Lees verder...]


Kokkel
Mariene tweekleppige. Tot 6 cm. Ovaalronde, stevige, wit tot geelbruine schelpen met aan de buitenzijde 22-28 platte ribben waarop zeer fijne schubjes staan. De tussenrumten tussen de ribben zijn smaller dan de ribben. Aan de binnenkant lopen de ribgroeven niet tot onder de top door. Algemeen ingegraven in zand- of slikbodems in Zeeland en het Waddengebied. Langs de Noordzeekust schaars.

[Lees verder...]


Paardenzadel

Mariene tweekleppige. Tot 5.5 cm. Lichtgeel, roze, donkerpaars, binnenkant met parelmoerachtige glans. Dunschalige, onregelmatige schelp, aangepast aan de ondergrond. Linkerklep bol, rechter zeer plat met net boven het midden een ovaal gat. Oppervlak schilferig, soms met vage golvende plooien. Slottanden ontbreken. Binnenzijde met één sluitspierafdruksel, met daarin 3 afdrukken. Dier zonder sifonen. De byssusklier scheidt draden af, die samensmelten tot een verkalkte bundel die door het gat steekt en aan de ondergrond zit vastgehecht. Zelden in de Oosterschelde (import schelpdierkweek, mogelijk ingburgerd). Mogelijk ook in Noordzee.

[Lees verder...]


Pagina 6 van 7Eerste   Vorige   1  2  3  4  5  [6]  7  Volgende   Laatste   

Diensten

Weekdieren (EU-Habitatrichtlijn)

  • Inventarisaties
  • Beheeradviezen 
  • Monitoring
  • Exoten

Mariene soorten en ecologie

  • Educatie
  • Artikelen
  • Exoten

 

 

Steun ANEMOON

  • Met een donatie
  • Met waarnemingen
  • Met foto's 
  • Met locatie-omschrijvingen
  • Met maken van artikelen
  • Met organiseren activiteiten

Contact

Stichting ANEMOON
Postbus 29
2120 AA Bennebroek

anemoon@cistron.nl

06-11442009

 

 

Back To Top