Spuisluis
21
Een laatste actie om de eerste zomermonitor af te ronden. Citta’s Gat en Gorsweg waren de twee stekken waar we nog, per boot, heen wilden om het onderwaterleven en landschap in beeld te brengen in de huidige situatie. Gorsweg was nieuw maar weinig intensief in voorbereiding: eigenlijk is het een kantduik waar we van de grondeigenaar niet welkom waren op de Haringvlietdag in Juni. Citta’s Gat vergt wat meer voorbereiding; een diepe put  ter hoogte van villapark Citta Romana. Beide stekken liggen in het toekomstig verziltingsgebied.



Dit keer was alles ruimer van tevoren gepland. We mochten mee op de luxe boot van schipper Hans vol proviand en Robertino had alles mee wat van belang kon zijn en was onze stand-by duiker, de  reddingsbrigade en KNRM Stellendam waren op de hoogte van onze komst. Het zicht kon niet slechter dan in februari worden, lucht en watertemperatuur waren aangenaam en ik had Tony’s comfortabele hoofdband met lampsparing meegekregen om alles in het donker op mijn leitje te kunnen schrijven ….het zou dus eenvoudiger zijn. Een half uur te vroeg waren Peter en ik aan de dag begonnen, mooi weer, hoop te doen. Bij de haven sloten Robertino en een speciale gast, Leo van Gelder (heemraad bij Hoogheemraadschap Hollandse Delta) aan. Leo heeft onder zijn verantwoordelijkheid dijkvernieuwingswerkzaamheden rondom het Haringvliet en is zodoende mogelijk een schakel in ons netwerk bij de realisatie van monitorstekken. Het Haringvliet is in veel gevallen niet bijzonder goed toegankelijk, vaak door fysieke omstandigheden. Goed dat Leo tijd kon vrijmaken om met ons mee te kijken. Tijdens de tocht wisselden we de doelen en plannen uit. Ook de volgorde van activiteiten onderwater; Peter had de schone taak beelden te schieten voor niet-duikers om hen mee te nemen in de onderwaterwereld van het Haringvliet. Dat is meer dan alleen ‘onbekend maakt onbemind’. Als in 2018 de sluizen op een kier gaan, gaat het leven er waarschijnlijk veranderen. Om te weten hoe en wat precies, is het essentieel te weten wat er nu leeft. Fase 1: de nulmeting.  Alles bijeen een pittige opgave voor Peter met het zicht van de afgelopen weken. Ik wilde daarnaast weten hoe dik de sliblaag is. In een gesprek met ecoloog Andre Breukelaar (RWS) kwam die sliblaag al meerdere malen ter sprake. We zijn helaas nog geen hard substraat tegengekomen anders dan velden Quaggamosselen die zich bovenop het slib hebben uitgerold als een dun tapijtje. Voor mariene pioniers is hard substraat een  vestigingsvoorwaarde. De vestiging van die soorten gebruiken wij weer bij het monitoren.



‘Schatgraven’ bij monitorstek 3 (Citta’s Gat ). Hans bracht ons op de rand van het westelijke (diepste) gat,  -7meter. Het zicht was redelijk 1-2 meter. Dit keer konden we vrij eenvoudig naast elkaar afdalen. De zon kwam soms goed door.  Kleine eilanden Quaggamosselen,  takje waterpest en vooral veel slib. Peter had de camera aan voor wat opnamen. Na oogcontact (hij was ‘klaar’) heb ik een watermonster genomen en genoteerd. Nu slibmeting... stof maken dus. Als een warm mes in margarine... de sliblaag was dieper...Wat nu? Tot m'n oksel de stok verder gebracht.... nog steeds geen weerstand... Een wolk grijze melk bij het omhoog halen van de meetstok. Leitje: “stok+ duim tot oksels is geen bodem/  -8,7meter”. Peter wachtte geduldig. Koers schieten en over de rand naar -29m. Na 5 min zwemmen veranderde er niets... Mn kompas draaide soms ineens 180grd.... Peter keek mee.  Vreemd. We vertrouwden het niet . Om duiktijd en lucht te sparen besloten we aan de oppervlakte te kijken.



We bleken flink afgedreven te zijn. Tony’s hoofdband met mijn lampje was verdwenen, een flinke tegenvaller. Hans plaatste, ter oriëntatie, zijn boot boven de put zodat we eenvoudig er naartoe konden zwemmen. De wind was pittig en dreef ons de verkeerde kant op. Na wat minuten vinnen besloten we toch maar weer koers te schieten en onderwater ons doel te bereiken.  De bodem zakte nu wel snel. Bij -17 meter  ging het ‘licht uit’; het zicht nam af tot maximaal 20-80cm. Peter dacht een vreemde schelpvorm te zien…bij aanraking was er een grote stofwolk: staartpunt van een paling! Erna vonden we er meer…bijzonder om in dit zicht die beesten zo te kunnen benaderen… Mijn primaire lamp bleek te fel voor Peter’s opname. Balen. Dat kwam gelukkig op zijn terugweg, bij mijn afwezigheid,  weer goed. Omdat we deze maal vanuit het Noorden de put naderden kwamen we in het midden uit, niet het diepste punt. Dat lag westelijker. Nu moesten we kiezen: gaan we naar het westen, verbruiken we lucht en snoepen we duiktijd af om het diepste punt te bereiken of wordt dit vandaag het diepste punt?  We kozen het laatste. Zoeken in dit zicht maakt de duiktijd korter en zekerheid bood het niet;    -25,2 meter.  Het gat loopt flauw af naar het westen (-29,7m) om vervolgens met een steile helling naar - 7 meter  terug te keren. We namen alvast tijdelijk afscheid van elkaar zodat Peter kon ‘vluchten’ voor de slibwolk als dat nodig was.  Gelukkig bleef hij eerst in de buurt; ik kon met zijn licht de diepte en de naam van het watermonsterbuisje noteren. Bij het pakken van de meterstok besloot hij terug te keren om opnames te maken op weg naar boven. Zijn licht verdween.   Voor de neutrale toeschouwer waren de verrichtingen van Manon het hoogtepunt op het diepste punt in 'het Gat'. Het was vermakelijk om te zien hoe zij druk in de weer was met die meet-pijp en slib-buis en zichzelf van al het zicht ontnam. Langzaam werd ieder lichtpuntje in de groeiende wolk gedoofd. Tijd om te vertrekken. In eerste instantie verder het gat in en toen naar links. In de hoop een grote boog te maken om de route waar we geweest waren en langs een onberoerde helling weer omhoog te kunnen. Overal (b)leek een soort mist van fijne slib te hangen. Ikzelf en de camera hadden moeite om gefocust te blijven. Toch merkte ik dat de bodem opliep. Pas vanaf een meter of 17 trok het open en was het makkelijker om de contouren filmend te volgen. Zand, slib en af en toe een klont mosselen. Met de ervaring van de heenweg herkende ik steeds meer paling-holen  en sommige bewoners waren thuis. Kop uit het ene gat en zeventig centimeter daarachter de staart uit een ander gat. Bijzonder. Ondertussen had ik de eerste minuten deco aan m'n broek. Ik zat nog op een meter of dertien, maar de drukmeter van de fles gaf aan dat ik eigenlijk al veel ondieper had moeten zitten. Er zat niets anders op dan vrij op te stijgen en de rest van de bodem te laten voor wat ie was. Op vijf meter het ballonnetje geschoten en rustig uitgebubbeld. Toen ik aan de oppervlakte kwam, bleek Manon nog niet boven te zijn. Hmmm...   Ter voorbereiding hadden mijn vader en ik de aanwijzingen van een bevriend beroepsduiker opgevolgd en de stok en monsternamebuis ‘blind’ werkbaar gemaakt (meting op tast). Wederom het warme mes in margarine, wederom geen weestand  tot 150cm. De stofwolk uitzwemmen en met de lamp onder m’n oksel gegevens noteren. En nu slib monsteren, wetende dat hooguit de toplaag wordt bemonsterd. Het is niet meer dan een test. Gaat het lukken om de buis rechtstandig het slib in te drukken, af te dichten in het slib en er na netjes rechtstandig te vervoeren naar de oppervlakte?  Ook deze grotere buis vloog het slib in, ik voelde het slib rondom toen de pvc-buis verder naar 150cm ging. Aflezen van mijn computer was lastig door het slib dat tussen het display en beschermkapje zat. Uiterst langzaam opstijgen, traag om de buis goed recht te houden. De afdichtdop ging in de slibwolk in de 1e meter verloren. Met  mijn hand als afdichting dan maar nòg langzamer opstijgen. Alleen maar goed voor het uitwassen van opgenomen stikstof in het bloed. De computer gaf aan dat ik bijna direct door mocht naar het oppervlakte; de 3m stop hoefde  volgens de berekening maar  40sec te duren. Voor niet duikers: een slak zou dezelfde afstand over land net zo snel hebben afgelegd. De boot lag een eind verderop en Peter was net aan dek. Hans bracht de boot langszij, Robertino en Leo hielpen de materialen aanpakken. Op de boot een kort relaas van de duik  en tegelijkertijd de verloren tijd goedmaken door snel verder te varen naar Gorsweg. Snel wat gegeten en gedronken, luchtflessen verwisselen en afspraken maken wie waar duikt en hoe lang.



Zuidzijde verziltingsgebied: Gorsweg-Oost (stek 20A). Deze stek zou mooi zijn vanwege de ondiepe sloot en de verderop gelegen sterke helling. Peter heeft voorrang, dit keer géén stofmaker in de buurt. Terwijl Peter overboord sprong zagen we dat we vanaf de kant in de gaten gehouden werden.  Op deze stek was het coördinatorschap eenvoudig en dus werd afgesproken elkaar af te wisselen indien de omstandigheden goed genoeg waren, Robertino had zijn grote camera ook mee. Ik zou een 20 minuten leven monitor doen voor het MOO formulier, Robertino kon erna foto’s schieten ter determinatie en voor de beeldenbank van stichting Anemoon. Variatie genoeg, zicht was op het randje voor een camera.  MOO opbrengst;  aardvederkruid, gekroesd fontijnkruid, zeegras en waterpest, Aziatische korfmossel, Quaggamossel en bolle stroommossel, gewone poelslakjes, wit bijna doorschijnende botje (platvisje), klein wit baarsje (7cm), reuze vlokreeft en wat pontische stroomgrondels in 22 minuten.  De slibmeting gaf hier wel weerstand op -90cm. Robertino liet zijn materiaal liever droog; morgen weer een duikdag. Om Leo een beeld te geven van wat wij zien, had ik wat mosseltjes en losse takken waterplanten naar de oppervlakte meegenomen. Het slib dat in de buisjes erbij zat zorgde voor een witte wolk in de emmer dat maar slecht neerdaalde. Aan de hand van het leven konden we vertellen over wat de verwachting is voor en tijdens het kieren.  Alleen over een langere tijd monitoren geeft feitelijk inzicht. Ook maar verteld waar we tegenaan lopen en waaraan we behoeften hebben als monitorploeg. Gesproken over samenwerking met de diverse instanties en belangengroepen en de wensen die we deelden. Bij het wegvaren kwam de toezichthouder van de provincie Zuid-Holland langsvaren. Mooi dat toezicht vlot reageert, gelukkig mag je er duiken en deden we niets onreglementair. Peter had gelukkig genoeg licht en zicht gehad om te kunnen filmen, hopelijk lukt het ‘the Wizard’ weer om er een goed beeld van te maken. Vorige keer leek de film opgenomen in Egypte terwijl we toch echt in het Haringvliet zaten…ik ben benieuwd…. Rest mij de heren te bedanken voor hun inzet en gezelschap. Hans bedankt voor je gastvrijheid op je luxe boot!



Manon van Noorderloos-Bijl: Tekst en foto's  




Waardering
Waardering: (0 stemmen)

Commentaar
  • Citta’s Gat in de zomer en een kantduik vanaf de boot.

Klik op de foto’s voor grotere plaatjes.