Beheer adviezen voor Platte schijfhoren

Door: A. Boesveld, S. van Leeuwen, J. de Boer en A.W. Gmelig Meyling, juli 2014

Schonen en baggeren met behoud van waterleven
Gefaseerd schonen en alleen wanneer het echt nodig is. De Platte schijfhoren leeft vooral in zonbeschenen sloten met veel waterplanten. Om waterplanten in stand te houden is het van belang dat waterpartijen niet grondig geschoond worden. Omdat het schonen van sloten wel noodzakelijk is om de sloten en hun waterafvoerende functie in stand te houden, raden wij aan de sloten gefaseerd te schonen. Dat wil zeggen dat steeds een deel van een sloot wordt geschoond (bijvoorbeeld een lengtehelft), terwijl in andere delen de onderwatervegetatie intact blijft. Zo zou men de ene keer de noord- en oostoevers van sloten kunnen schonen en de andere keer de zuid- en westoevers. Doordat dan steeds een deel van de vegetatie met slakken (en andere waterdieren) behouden blijft, kunnen de populaties zich van daaruit weer herstellen. In sloten met geringe plantengroei is schoning minder vaak nodig dan in sloten die jaarlijks geheel dichtgroeien. Het beste kan de schoning niet volgens een vast schema worden uitgevoerd, maar alleen als bij een beoordeling vooraf blijkt dat de schoning werkelijk noodzakelijk is. In natuurgebieden is schoning van één keer per twee tot vier jaar doorgaans voldoende. Niet schonen van sloten, zoals in natuurgebieden gebeurt, leidt op den duur tot verlanding van de sloot waardoor de biotoop voor Platte schijfhoren geleidelijk ongeschikt raakt. Onderhoud van sloten is dus noodzakelijk om het leefgebied van de Platte schijfhoren te behouden.

 

Gefaseerd schonen. Links zijn waterplanten verwijderd en rechts is de onderwatervegetatie gespaard. Het volgend jaar doet men het anders om. Een dergelijk beheer is gunstig voor de Platte schijfhoren en ook voor de andere zoetwaterorganismen. (foto: A. Boesveld)

 

Door gefaseerd schonen blijven er altijd waterplanten en -dieren in de sloot aanwezig (foto: A. Boesveld)

 

Adriaan: hier Foto P3B!Sloten schonen met een open maaikorf
Het schonen van de sloten kan beter gebeuren met een open maaikorf dan met gesloten bakken, omdat een belangrijk deel van de opgeschepte waterdieren dan tussen de spijlen door kan ontsnappen. Bij gebruik van een open maaikorf hebben waterdieren een kans te ontsnappen. (foto: A.W. Gmelig Meyling)

Baggeren van waterpartijen gefaseerd uitvoeren
Bij overdadige ophoping van slib moet periodiek gebaggerd worden. Het is voor de Platte schijfhoren en veel andere waterbeestjes van essentieel belang dat het baggeren gefaseerd wordt uitgevoerd. Door gefaseerd baggeren kan voorkomen worden dat waterpartijen niet in één keer van de gehele vegetatie en fauna worden ontdaan. Belangrijke populaties moeten vooraf in kaart gebracht worden om deze, waar mogelijk, te sparen door op deze locaties niet te baggeren en de onderwatervegetatie intact te laten.

 

Zorgen voor een goede waterkwaliteit en overbemesting voorkomen
Wanneer in een gebied veel mest wordt uitgereden of geïnjecteerd is de kans groot dat er een overdaad aan meststoffen in het grondwater komt en daarmee ook in het oppervlaktewater. Het water wordt dan zeer rijk aan nutriënten (hypertroof) met als gevolg dat het natuurlijk evenwicht ernstig verstoord raakt. Door het overschot aan nutriënten ontstaat een dikke laag kroos en/of kroosvarens, waardoor er geen licht meer komt bij de ondergedoken vegetatie. Deze sterft daardoor af waardoor de zuurstofconcentraties (vooral ’s nachts) te laag worden voor de Platte schijfhoren en andere diersoorten. Zij kunnen zich dan niet meer handhaven. Het is daarom van belang in het leefgebied van de Platte schijfhoren zo min mogelijk mest uit te rijden of te injecteren.

 

Geen maïsteelt in leefgebied van de Platte schijfhoren
Maïsteelt in weidegebieden gaat vaak samen met mestdump op percelen waar dit gewas verbouwd wordt. Het gevolg is uitzonderlijke eutrofiëring van omringende sloten. In belangrijke leefgebieden van de Platte schijfhoren dient de teelt van maïs zoveel mogelijk aan banden gelegd te worden of te worden teruggedrongen. Gebaggerd materiaal uit hypertrofe sloten afvoeren Voor sloten waar te veel meststoffen in het water zitten of dreigen te komen (hypertroof), is het belangrijk dat het vrijgekomen materiaal na het schonen wordt afgevoerd en niet langdurig op de oevers blijft liggen. Op deze wijze worden nutriënten uit het gebied afgevoerd en kan de eutrofiëring geleidelijk worden teruggedrongen. In weidegebieden kan er voor gekozen worden de slootbagger te gebruiken als alternatieve meststof waardoor het gebruik van stal- of kunstmest teruggedrongen kan worden.

 

Gebiedseigen water zoveel mogelijk vasthouden
Om het tekort aan water te compenseren wordt in polder- en natuurgebieden vaak gebiedsvreemd water ingelaten. Hierdoor kan een verschuiving plaatsvinden in de chemische samenstelling van het water. De inlaat van gebiedsvreemd water zorgt met name in de laagveengebieden voor eutrofiëring die ongunstige gevolgen kan hebben voor de onderwatervegetatie. Er kunnen stoffen als sulfide en ammonium gevormd worden die giftig zijn en waarvoor bepaalde planten en dieren zeer gevoelig zijn. Ook als het ingelaten water arm aan nutriënten is, kan er toch eutrofiëring optreden. Door de veranderende chemische samenstelling kunnen dan namelijk nutriënten binnen het systeem vrijkomen. Wanneer veel fosfaten vrijkomen, vindt een snelle uitbreiding van flab of fytoplankton plaats. Hierdoor wordt het water troebel, komt er minder licht beschikbaar voor de onderwatervegetatie. Zwevend fytoplankton en later vooral drijvende planten als kroos en kroosvaren krijgen daardoor meer kans om zich uit te breiden, met als gevolg de al beschreven zuurstofdaling met bijbehorende negatieve gevolgen voor de fauna. Om zo veel mogelijk te voorkomen dat gebiedsvreemd water moet worden ingelaten, moet gebiedseigen water zoveel mogelijk worden vastgehouden.

 

Grondwateronttrekkingen beperken
Niet alleen sloten in landbouwgebieden, maar ook veel sloten in natuurgebieden zijn de laatste decennia sterk in kwaliteit achteruitgegaan door onttrekking van water door de industrie of drinkwaterbedrijven. Door het lage grondwaterpeil treedt minder kwel op in de sloten, waardoor de kwaliteit van het slootwater verslechtert.

 

Geen afvalwater lozen
Op locaties waar afvalwater uit kassen, boerderijen, schuren en stallen geloosd wordt, is de Platte schijfhoren niet aangetroffen. Dit duidt erop dat de soort zeer gevoelig voor chemische bestrijdings- en schoonmaakmiddelen. Er moet dus nooit afvalwater terechtkomen in het biotoop van de Platte schijfhoren.

 

Gemotoriseerde scheepvaart tegengaan en waterrecreatie beperken
Intensief gebruik van het water door gemotoriseerde scheepvaart en recreatievaart kan ernstige schade toebrengen aan waterplanten. Daarbij gaat het zowel om directe mechanische beschadigingen, als om vertroebeling van het water. Wanneer de vegetatie onderwater verdwijnt of te veel in kwaliteit afneemt, verdwijnt ook het biotoop van de Platte schijfhoren. Zorg door zonering dat schepen en waterrecreanten de waterplanten intact laten. (Tijdelijk) dempen van sloten zo veel mogelijk tegengaan.In toenemende mate worden sloten in het kader van de schaalvergroting van boerenbedrijven of ten behoeve van nieuwbouw of infrastructuur gedempt, met als gevolg dat biotoop van de Platte schijfhoren verloren gaat.

 

Oevers extensief begrazen
Voor de Platte schijfhoren is het gunstig als de weilanden langs de sloten niet intensief begraasd worden, maar extensief. Door verminderde betreding van de oevers worden sloten minder snel ‘dichtgetrapt’ en hoeft er minder ingrijpend geschoond te worden.

 

Zomerstalvoedering beperken
Door de koeien uit te wei te houden, zoals bij zomerstalvoedering gebeurt, groeien de sloten juist vaak dicht met moerasplanten (helofyten), waardoor deze geleidelijk minder geschikt worden voor de Platte schijfhoren. Door periodiek onderhoud van sloten kan dit voorkomen worden.

 

Contacten met Platte schijfhoren-experts onderhouden
Geregeld worden door beheerders en vergunningverleners, onbewust, onjuiste beoordelingen gemaakt over het belang van leefgebieden en de gevolgen van beheeringrepen voor de Platte schijfhoren. Hierdoor zijn onnodig ongunstige beheeringrepen uitgevoerd. Deskundigen van Stichting ANEMOON en EIS-Nederland zijn graag bereid met beheerders mee te denken.