Meer weten over het atlasproject voor weekdieren (ANM)

Atlasproject: tips & trics; diverse info
(wordt nog aan gewerkt)

___________________________________________________________________

 

Hoofdstuk 5. Weekdieren zoeken

In dit hoofdstuk wordt algemene informatie gegeven om het zoekwerk te vergemakkelijken, soms aangevuld met TT (tips en truukjes). Er zijn twee basisregels:  

  • Leer 'vakgericht' denken. Mensen met een hokjesgeest hebben een streepje vóór.
    Net als bij de grote supermarkten, is een atlasproject afhankelijk van vakkenvullers.
    Werk zo veel mogelijk met topografische kaarten en probeer in zo veel mogelijk verschillende kaartvakken te zoeken en te monsteren.
  • Besef dat 'alles interessant' is. Natuurlijk is het geweldig als je een heel bijzondere soort weet te ontdekken: dat zijn immers de krenten in de pap. Met name de echte verzamelaars zullen soms moeite hebben ook op gewone soorten te letten. Hierdoor hebben we van de gewone soorten uit het verleden alleen onvolledige informatie. Dat is met name het geval bij landslakken, maar geldt ook voor zee- en andere watermollusken.

1. Vakken
inventariseren  
 2. Veldwerk (uitrusting
en hulpmiddelen
 3. Noteren
en labellen
4. Lopen en
monsteren
___________________________________________________________________

 

5.1. Vakken inventariseren

 

 

 Kaartvakken...

 

Hoewel er ook mensen zijn die uitsluitend op één soort of soortengroep tegelijk letten, is verreweg de meest gebruikte methode de vakgerichte gebiedsinventarisatie.

Voor inventarisaties vormen kilometerhokken (1x1 vierkante kilometer) of 'uurhokken' (5x5 m2) de basis.
Het is aan te raden om vooraf op een kaart of in een atlas te bekijken welke hokken je wil gaan inventariseren. Maar je zult ook vaak ergens terecht komen en tegen leuke soorten en biotopen oplopen, of/en onverwacht tijd over hebben. Soms kun je dan pas achteraf bekijken in welk hok de waarnemingen nu eigenlijk lagen.

Probeer in elk geval per eenheid (kilometervak of uurhok) de verschillende biotopen te bekijken (bos, heide, kwelder, water, rietland etc.) Natuurlijk kun je niet elke meter bekijken. Dat hoeft helemaal niet. Een vak is 'af' als je een aardig beeld hebt van wat er leeft.

Bij het vakken onderzoeken gaat het overigens niet alleen om natuurgebieden; ook slootkanten, bermen, ruderale terreintjes e.d. zijn belangrijk. Vaak zijn in natuurgebieden wel de meeste of de leukste soorten te verwachten, maar dit gaat lang niet altijd op.
Voor landslakken zijn de wat vochtigere, beschaduwde plaatsen met een zekere strooisellaag (bosjes) belangrijk, evenals zuidhellingen van dijken en ruderaal terrein op een zandige ondergrond.
Die kom je ook langs wegen en spoordijken tegen.

Voor waterslakken en tweekleppigen kunnnen vooral rijkbegroeide wateren erg soortenrijk zijn, maar ook uiterwaarden en bewogen water (meren, rivieren, beken) zijn de moeite van het bekijken waard.
Aan zee zijn vooral schorren- en kweldergebieden interessant, terwijl basaltstenen dijken, pieren en paaltjes vaak ook barsten van het molluskenleven.
Eigenlijk kun je in alle mogelijke biotopen weekdieren tegenkomen.

___________________________________________________________________

 

5.2. Veldwerk

 

 Neem de goede uitrusting mee het veld in

 

Uitrusting en hulpmiddelen

Voor veldwerk zijn een aantal instrumenten en hulpmiddelen aan te raden. Onderstaand een opsomming.


-   topografische kaart, GPS (al dan niet als app op smartfoon)
-   harkje; schepje (lepel)
-   pincet
-   schepnet, tomadozeef aan lange stok
-   dregmateriaal, najadenhark
-   emmer, bak (liefst wit)
-   zeefmateriaal: op elkaar passende zeven met verschillende maaswijdten (eventueel): keverzeef
-   opschrijfboekje, potlood, pen
-   linnen en of plastic zakjes (panties!)
-   buisjes, doosjes, potjes (de oude filmkokertjes waren handig!)
-   loupe
-   lineaaltje, schuifmaat
-   fototoestel (of telefoon, liefst met datum en GPS-functie bij de foto's)
-   laarzen, regenkleding
-   zwempak/broek, snorkel
-   zaklantaren
-   alcohol 70%
-   eten en drinken (gevulde koeken)
-   goed humeur...

 


(Toelichting bij uitrusting en hulpmiddelen)

Topografische kaarten (papier)
De meest gebruikelijke schaal is 1: 50 000; 1: 25 000 en 1: 10.000. Er zijn ook gecombineerde kaarten met UTM coördinaten verkrijgbaar. Topografische atlassen zijn te bestellen bij de reguliere boekhandel en bij de topografische Dienst in Emmen, Postbus 115, 7800 AC Emmen (www.tdn.nl). Schaal 1: 50 000 en 1: 25 000. In 2003 vercheen er een zeer handige 'Topografische inventarisatie-atlas voor flora en fauna van Nederland' (ringband, groot formaat) [ISBN 90-71473-05-8] Eveneens handig is de ANWB Topografische atlas Nederland 1: 50 000 [ISBN 90-18-01578-4)

 

GPS (plaatsbepaling met behulp van satellieten)
Hoewel met de komst van smartfoons met apps nu 'oldscool', worden hand-held gps-apparaatjes nog steeds verkocht in watersportwinkels en zwerfsportzaken. Er zijn meerdere kleine, snelle en goed handelbare merken. [[TT: bestellen in het buitenland (Amerika, via Internet) kan soms voordelig zijn]]

Voor de Smartfoon zijn er meerdere apps die gebruikmaken van GPS en die de mogelijkheid bieden gegevens van waarnemingen direct met die data in te voeren. Sommige apps werken zelfs zonder Internet-abbonement en hebben dus direct satellietverbinding. Een bekende inventarisatie-app is OBS (voor nadere info klik hier)

 

 Harkje / schephark
In elke tuinwinkel te koop. In het veld eigenlijk onmisbaar: hiermee wordt grondmateriaal losgewoeld dat kan worden verzameld, meegenomen, gedroogd en uitgezeefd (zie ook xx.)

[[TT: Harkje vergeten? Dan kun je nog proberen je vork voor je lunch om te buigen...]]

 

Pincet
Stevige postzegelpincet met spitse punten of een 'epileer- of splinterpincet'. Te koop bij  drogist en postzegelhandel. Er zijn echter ook diverse bedrijven voor laboratoriummaterialen en modelbouw en hobbywerk (klokkenmaken bijvoorbeeld). Voor uitzoekwerk thuis met behulp van de binoculaire microscoop zijn zachte veerstalen ‘horlogemakerspincets’ sterk aan te raden. Deze bestaan uit zeer slap buigzaam staal, met stompe en zeer fijne punten. Prijzig...

[[TT: veerstalen pincetten zijn door handige mensen ook zelf te maken uit de ijzeren banden die ter versteviging om houten kisten worden gebruikt.]]

 

Microscoop
Binoculaire (stereo-)microscopen zijn prijzig, niet onmisbaar (loupe!), maar wel sterk aan te raden.

[[TT: Tweedehands kopen kan aanzienlijk in kosten schelen. (Zwarte markt Beverwijk)]]

 

Veldzakjes
Knip de benen van een paar panties en maak knopen in de broek. Zo ontstaan drie (of meer) prima, niet snel schimmelende, doorluchtende monsterzakjes. (Oude sokken kan natuurlijk ook).

 

Opbergmateriaal
Te koop bij verpakkingsfirma's (glazen of plastic buisjes, doosjes, potjes) of gratis ophalen bij fotozaken (filmkokertjes, olsdscool maar soms nog te krijgen).
Bij vervoer van levend materiaal wel even kleine gaatjes in deksel prikken!

 

Alcohol 70%/formaline
Te koop bij drogist en apotheek.


[[TT: Zelf spiritus ontkleuren is goedkoper (schudden met Norit) of aanschaffen in het buitenland, ontkleurde brandspiritus in bijvoorbeeld Franse supermarkten]]
Zelf stoken is illegaal...  

 

Prepareermateriaal voor anatomisch onderzoek
Scalpels, pincets, prepareernaalden, prepaarreerglazen, petrischalen etc. zijn te koop bij gespecialiseerde firma's. (Prijzig!)  

 

'Najadenhark'
Met een aan de punten wat omgeboden tuinhark of een variatie daarop, kun je in fijne modderbodems naar grotere tweekleppigen (Unio's, Anodonta's: ook wel najaden genoemd) harken.
Je kunt natuurlijk ook gaan snorkelen of met je handen in de bodem voelen.

 

Zeefmateriaal
Heel handig zijn op elkaar passende stapelzeven met verschillende maaswijdten. Zowel zeven met gaas met mazen van een 0,5 mm als van 1 mm (horrengaas) is te koop bij gespecialiseerde zaken - internet.


[[TT: Gaas van 0,5 mm maaswijdte is voornamelijk via gespecialiseerde zaken te verkrijgen. Ook te gebruiken zijn de ronde aluminium anti-vetspetters voor op een koekenpan. In elkaar passende houten frames voor de zeefset zijn zelf te maken. Je kunt ook bijvoorbeeld uit een afwasteiltje de bodem snijden en het gaas met siliconenkit vastplakken, of vastsmelten met een strijkbout, of soldeerbout. Met weinig moeite maak je zo zeven voor het leven! Bij het uitzeven van fijner materiaal zijn ook theezeefjes handig.]]

pic.

 

Keverzeef
Standaard te koop in gespecialiseerde zaken zijn de zogenaamde 'keverzeven'. Die kun je echter ook zelf maken.  

pic.

 

Schepnet
Diverse schepnetten zijn te koop bij aquariumwinkels, visserijsportwinkels en tuincentra. Let wel op dat de maaswijdte niet te grof is. In grote, stromende wateren met verstevigde oevers (kanalen, grachten) of langs zee op pieren en dijken, is een zeef nodig met een zeer stevige beugel aan het eind (schrapnet). Deze zijn ook te koop, of zelf te maken.


[[TT: Veel gebruikt onder malacologen zijn de gewone keukenzeven ('tomadozeef'), vastgemaakt aan een liefst uitschuifbare of uitklapbare steel. Gebruik liever ijzeren dan plastic zeven, of verstevig zowel de steel van de zeef als de omtrek tegen doorbuigen. In sommige gevallen is doorbuigen echter juist wél handig (bij stuggere vegetatie). Om die reden gebruiken sommige  mensen verwisselbare zeven; één plastic en één ijzer. Er zijn diverse methoden voor bevestiging. Bij een ijzeren zeef is het meest eenvoudig gewoon iets van het handvat in te zagen, zodanig dat er twee uitstekende delen ontstaan die in geboorde gaatjes in de steel passen. Vervolgens de boel omwikkelen of met gasslangringen dichtschroeven en hupla, scheppen maar!]]

 

Dregmateriaal
Professionele bodemhappers zijn erg handig, maar duur (Van Veenhapper, Hamon-happer, Boxcore).
Een verzwaarde dreghaak met naar 4 kanten omgebogen punten (ankertje) kan erg handig zijn om verder weggelegen waterplanten naar de kant te trekken om te onderzoeken. 
[[TT: Een zogenaamde 'wegwerpdreg' is een aardig alternatief voor een profi-dreg. Dit is een driehoekige beugel, gebogen of gelast van stevig staal, met aan alle drie de hoeken een ring, waaraan een touw (ketting) van minimaal een meter (of meer) zit. Aan de beugel zit een patatzakvormig net, bijvoorbeeld gemaakt van zeer stevig nijlon (vitrage?). De drie touwen komen samen in een ring, waaraan een flink lang en stevig sleeptouw zit. Maak de dreg niet te groot (30 x 30 x 30 is voldoende) en niet te zwaar, maar ook niet te licht. Je moet 'm een flink eind kunnen wegslingeren. Gebruik 'm liever niet op plaatsen waar je veel keien of andere rommel op de bodem weet of verwacht. Als ie vastzit, ben je 'm kwijt.   

 

Kijkkoker
Van PVC-buis of ander waterdicht materiaal gemaakte koker met een glazen bodem, waarmee je in het water kunt kijken, tot vlak bij de bodem. Vooral grote zoetwatermossels zijn zo wat makkelijker te ontdekken.
Je kunt ook een grotere krat nemen (drijft!) met glazen bodem, maar daarmee zijn alleen ondiepe plaatsen te bekijken, een buis tseekt dieper.
In beide gevallen: monteer bovenin een sterke zaklamp! 

 

5.3. Noteren en labellen


Noteer steeds per plek álle waargenomen soorten (ook de algemene) en vermeld, naast andere vondstgegevens, altijd of er ook levende dieren ter plaatse aanwezig waren. Noteer dan op het formulier de vondst als 'autochtoon' en 'levend', ook als je alleen lege huisjes verzamelde. Zorg dat je alles meteen in het veld goed labelt (etiketteert). Het makkelijkst is om in het veld al aantekeningen te maken in een veldboekje en de bezochte plekken genummerd aan te tekenen op een kaartkopie. Vooral als je niet goed bekend bent in een gebied, is het achteraf vaak moeilijk om de exacte plaats te bepalen. (Zie ook: GPS). Zorg dat de labels niet door het vocht kunnen uitlopen; hetzelfde geldt voor notaties in je log- of veldboekje. Gebruik (vanwege natte vingers) liefst een potlood.  

[[TT: het is aan te raden al je verzamelbuisjes en potjes vooraf met goede plaketiketjes of een vochtvaste oliestift doorlopend te nummeren. Je hoeft dan ter plekke alleen dat 'veld- of stationsnummer' plus de gegevens in je logboekje (of meteen op het formulier) te vermelden. Absoluut af te raden is het om met een gewone balpen of stift aan de buitenkant van potjes of zakjes te schrijven of -nóg erger- een 'papiertje' in de zak of het potje te doen. Door het vocht lopen de gegevens uit. Slakken eten bovendien het papier op. Kun je om de een of andere redenen alleen papieren labels maken, gebruik dan een potlood en zorg dat de slakken en het vocht niet bij het papier komen]]


[[TT: Het kan handig zijn een voorraadje losse, hardplastic labels te gebruiken, waarin een nummer is ingekrast of gesmolten. Die stop je steeds in het betreffende zakje en kun je later opnieuw gebruiken]]

 

5.4. Lopen en monsteren

De eenvoudigste methode bij de inventarisatie is rustig door of langs verschillende biotopen in het gebied te lopen en uit te kijken naar de verschillende soorten (zichtwaarnemingen).
Draai takken en stenen om -en weer terug- en kijk op planten, in de strooisellaag en onder bladeren. Haal een schepnet door de sloot, bekijk aanspoelsel en materiaal dat bij slootschoningen op de kant is gegooid. En neem monsters. Vooral het laatste is een hele handige, relaxte methode, waarbij je veel speurwerk gewoon later thuis doet.
Veel mollusken, vooral land- en zoetwaterslakken, zijn nogal aan de kleine (tot zeer kleine) kant.
Maar wél vaak verschrikkelijk mooi en apart van vorm. Thuis met een vergrootglas of binoculaire microscoop, bakje koffie of thee erbij, pincetje of kwastje in de hand, ga je dan voor de tweede maal op ontdekkingstocht. Gedroogde monsters rotten of schimmelen niet, huisjes blijven lang goed.

Kortom neem steeds monsters, doe wel altijd meteen enige voorbewerking (drogen), maar zoek alles pas uit wanneer je er tijd voor hebt of kunt maken.

In hoofdstuk XX worden per hoofdgebied een aantal methoden en soorten besproken

 

Hoofdstuk 6. Molluskenplekken

  Langs de Nederlandse Noordzeekust hebben we de volgende kusttypen:

  • zandbodems (strand)
  • slikgebieden
  • (kunstmatige) rotskust  

 

Op het strand beland

 
Het grootste deel van de kustlijn bestaat uit zandstrand. Iedereen weet dat je op het strand veel schelpen kunt vinden. Dit zijn echter meest lege, oude schelpen, die weinig of niets kunnen vertellen over het huidige voorkomen van de betreffende weekdiersoorten voor de kust.

Bij het ANM richten we ons op het waarnemen en vastleggen van meldingen van autochtone, dus levend in hun eigen omgeving waargenomen soorten. Gegevens over dieper water uit zee, kunnen dus alleen komen van vissers en van speciale onderzoeksprojecten. Bijvoorbeeld de monsters die - al dan niet voor of door Rijkswaterstaat - genomen zijn door het Rijks Instituut voor Visserij Onderzoek (RIVO) / Deltares, of het Rijks Instituut voor Kust en Zee (RIKZ).

Voor 'gewone' waarnemers, die niet duiken, valt op het zandstrand op het gebied van levende weekdieren maar weinig waar te nemen. Soms loont het om met een kornet of ander sleepnet of een handdreg te dreggen. Bij extreem laag water vallen soms stukken droog die anders onder water blijven. Je kunt dan proberen in de bodem ingegraven soorten te vinden. Met name op plaatsen met wat fijner zand en slibdeeltjes, zoals in luwten van havenhoofden bestaat de kans zo toch een paar tweekleppige soorten levend te vinden. Je kunt dan het beste als een pierensteker te werk gaan en met een riek hier en daar een stukje bodem omscheppen en dit over een zeef met bijvoorbeeld een maaswijdte van 2 mm zeven.              

Natuurlijk zijn meldingen van gevonden schelpen en met name van verse of nog levend aangespoelde soorten wel degelijk belangrijk om vast te leggen en door te geven. Zo lopen bij Stichting ANEMOON de Strandaanspoelsel Monitoring Projecten met 'Strandwachten', waarbij mensen regelmatig het aanspoelsel bekijken op vers en levend aangespoeld materiaal. Door analyse van die gegevens worden de processen die zich voor de kust afspelen achterhaald.
Losse waarnemingen van gevonden schelpen en andere zee-organismen kunt u verder ook altijd kwijt aan het Centraal Systeem van de Strandwerkgemeenschap (SWG).

En voor wie een schelpenverzameling wil aanleggen is het strand natuurlijk de meest ideale plaats om te verzamelen. Van vrijwel alle Nederlandse soorten spoelen op het strand (voornamelijk lege) schelpen aan, dus je hoeft niets te verstoren of dood te maken. Bovendien is het een uitgelezen kans om soorten goed te leren herkennen. Gebruik je de streeplijsten om leeg aangespoelde schelpen door te geven, vermeld deze dan altijd als 'aangespoeld', dus nooit als 'autochtoon' en lege schelpen zonder vleesresten liefst als 'oud'. Vermeld 'vers' alleen als er nog vleesresten in zitten.
Ook op drijvende voor­werpen als wier, plastic, kurk etc. komen af en toe nog leven­de dieren op de kust terecht. Deze kunnen echter van zeer ver komen. Vermeld deze steeds als 'aanvoer'.

 

Op slikken in de bodem prikken

 
In slikgebieden die met laagwater droogvallen, kun je diverse soorten tweekleppigen levend in de bodem aantreffen. Je moet daarvoor wel vaak met een riek in de bodem spitten, ongeveer zoals een zeepierensteker dat doet.  Zoek op plaatsen met nog een piepklein laagje water naar de openingen waar siphonen zitten, dan is het meestal raak.

Typische slikbewoners zijn de Strandgaper Mya arenaria, de Platte slijkgaper Scrobicularia plana, de Kokkel Cerastoderma edule, het Nonnetje Macoma balthica en de laatste jaren ook de Amerikaanse zwaardschede Ensis leei (vroeger Ensis americanus of E. directus genoemd).
Dit zijn vooral soorten die hun hele leven ingegraven in het zand of slik doorbrengen.

Plaatselijk komen op mosselbanken en soms ook in de bodem voor de Tapijtschelp Venerupis corrugata (vroeger V. senegalensis genoemd), de Tere dunschaal Abra tenuis, het Tweetandmosseltje Mysella bidentata en soms de Witte dunschaal Abra alba en de Tere dunschaal Abra nitida (zeldzaam, voornamelijk in Zeeland). Niet ín maar óp de bodem leeft de Mossel Mytilus edulis, die zich met behulp van een aantal stevige byssusdraden vasthechten aan een harde ondergrond. Op sommige plaatsen komen mosselbanken voor bestaande uit tienduizenden individuen. Daar leven behalve mossels ook enkele slakkensoorten, zoals de Gewone Alikruik Littorina littorea en het Muiltje Crepidula fornicata. Van de laatste komen 'kettingen' voor van allemaal op elkaar zittende exemplaren. Half op en in de bodem leeft in Zeeland de Grofgeribde fuikhoren Nassarius nitida (Grevelingen) en vaak massaal de exotische Japanse oester Crassostrea gigas (met in de Oosterschelde lokaal enkele eveneens exotische slakken die daarop prederen).
Op de bodem van de wat diepere delen leven heel plaatselijk nog Gewone oesters Ostrea edulis, de Wulk Buccinum undatum en de Korfschelp Corbula gibba.
Op en gedeeltelijk in de bovenste bodemlaag van het wad vinden we een aantal wat kleinere slakkensoorten. Het enkele millimeters grote Wadslakje Hydrobia ulvae bijvoorbeeld, kan op sommige plaatsen dichtheden bereiken van meer dan een miljoen exemplaren op slechts enkele vierkante decimeters. Ook het Oubliehorentje Retusa obtusa leeft in de bovenste sliklaag.

pic. ket.


(h)


 

6.1. Waar wonen welke weekdieren?

 

   
   

 

Nederland-weekdierland: informatie per hoofdbiotoop

Landslakken pakken (op het land: terrestrisch biotoop)
Zichtwaarnemingen
Wanneer?
Waar?
Graaien en turen
Verzamelen
Monsterwerk
Thuiswerk
Molluskenplekken
Slakkengespuis binnenshuis
Harken in tuinen en parken
Drassige kanten en oeverplanten
Bossen van slakken verlossen
Laat bosjes en bomenrijen rustig betijen
Rotsen in de praktijk zeer rijk
In de grond gekropen en in molshopen 

Zoet zoeken (slakken en mossels uit zoet en zwak brak water)
Zichtwaarnemingen
Wanneer?
Waar?
Graaien en turen
Verzamelen
Monster- en thuiswerk
Slootschoningen
Aanspoelsel
Molluskenplekken
Spieden in brakwatergebieden
Met je poten in uitdrogende greppels en sloten
Te verwachten in kanalen en grachten

Doelbewust naar de kust (weekdieren uit het mariene milieu, in zee en aan de kust
Zichtwaarnemingen
Wanneer?
Waar?
Graaien en turen
Verzamelen Monster- en thuiswerk
Molluskenplekken
Op het strand beland
Op slikken in de bodem prikken
Op kwelder en schor zit het wel snor
Trots op de kunstrots
Onder water zonder kater  

 

Vindplaatsen en waarnemingen ('records')
Wat is een 'record'?
Primaire basisgegevens
Secundaire basisgegevens
Oude en nieuwe gegevens
Losse’ gegevens
Collectiegegevens
Losjes' denken
De papieren streeplijst 
Plaats bepalen: ontdek je plekje (GPS/Apps)
Amersfoortcoördinaten
UTM
Apps
Topografische kaarten
Hoogte

 

Hoofdstuk 7. Algemene informatie  over weekdieren  

 

Dieren met een uitwendig skelet  
De schelp
Naamgeving en systematiek
Classificatie
Verschillende Klassen
Tweedelige soortnaam
Gastropoda - Huisjesslakken en naaktslakken
Bivalvia - Tweekleppigen

 

 

 Determineren: soorten op naam brengen
 Veelgebruikte termen
Prepareren en bewaren



Overig
Adressen
Literatuur
Gedragsregels
Dankwoord