Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home Natura 2000 Soorten Zeggekorfslak Beheeradvies voor de Zeggekorfslak
Navigation
Document Actions

Beheeradvies voor de Zeggekorfslak

Tekst: A. Boesveld & A.W. Gmelig Meyling, 16-9-2008

Hieronder volgen enkele algemene beheer adviesen. Neem voor specifieke adviesen kontakt op met de helpdesk.

  • Maaien beperken

    De Zeggekorfslak wordt niet gevonden in gebieden die jaarlijks worden gemaaid. In geschikte biotopen die al vele jaren of decennia in het geheel niet worden beheerd, kunnen grote populaties van de Zeggekorfslak worden aangetroffen. In veel situaties is ‘geen beheer’ juist gunstig voor de Zeggekorfslak. Als men genoodzaakt is wel te maaien, dan is het van belang gefaseerd te maaien en dat men er zorg voor draagt dat het maaisel minimaal een paar dagen verspreid blijft liggen en wanneer dat nodig is pas later wordt afgevoerd. Zo hebben de slakken de mogelijkheid weg te komen, en bestaat niet de kans dat ze geheel uit het biotoop worden afgevoerd.

  • Klepelen nooit doen

    Klepelen is het mechanisch stukslaan van de vegetatie door snel roterende kettingen. Zowel planten als dieren worden hierbij kapot geslagen. Het klepelen van de oevervegetatie is funest voor de Zeggekorfslak.

  • Afbranden nooit doen

    Het afbranden van vegetatie is een nadelige beheersvorm voor de Zeggekorfslak, aangezien hierdoor zowel alle in de vegetaties als op de bodem levende organismen worden gedood, waaronder Zeggekorfslakken.

  • Begrazing kan gunstig zijn

    Het beperkt inzetten van begrazing door schapen, rundvee of paarden hoeft niet per se nadelig te zijn. De Zeggekorfslak weet bij zeer extensieve begrazing geregeld stand te houden.

  • Kappen van bomen in verlandsvegetaties kan gunstig zijn

    Het op beperkte schaal kappen van bomen in verlandingsvegetaties is gunstig voor de Zeggekorfslak. In veenplasgebieden hebben Zeggekorfslakken een voorkeur voor open jonge verlandingsvegetaties.

  • Grondwaterontrekking kan zeer ongunstig zijn

    Door grondwateronttrekking kan de intensiteit van de (kalkrijke)kwel afnemen. Vaak is het zo dat dankzij kwel kunnen kalkhoudende, mesotrofe, permanent natte milieus ontstaan waardoor de Zeggekorfslak zich kan handhaven. Wanner de kwel afneemt wordt het voortbestaan van deze populaties onzeker.

    In de plassengebieden loopt het voortbestaan van de Zeggekorfslak minder groot gevaar bij afnemende kwel-invloeden, omdat hier in de meeste gebieden vermenging plaatsvindt met voedselrijk, kalkhoudend inlaatwater uit kanalen en vaarten.

  • Petgaten graven kan negatieve gevolgen hebben

    Het graven van petgaten heeft een negatieve in invloed op de Zeggekorfslak, omdat daarmee (delen van) geschikte biotopen, zoals kwelmoerasbos verdwijnen. Op de lange termijn kunnen deze maatregelen wel een gunstig effect hebben, omdat er dan nieuwe verlandingsvegetaties kunnen ontstaan. Als petgaten gewenst zijn, kunnen de graafwerkzaamheden het beste gefaseerd over meerderen jaren worden uitgevoerd, zodat op plekken waar de soort verdwijnt, de soort gemakkelijk kan terugkeren van uit de ongestoorde locaties.

  • Dumpen van maaisel en riet in moerasbossen tegengaan

    In natuurgebieden wordt geregeld maaisel van riet en schraalgraslanden in de broekbossen gereden. Per dumping gaat het vrijwel steeds om een beperkt oppervlak, maar wanneer deze dumpingen op langere termijn, jaar na jaar worden voortgezet, wordt uiteindelijke een groot oppervlak moerasbos ongeschikt voor de Zeggekorfslak.