Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home Natura 2000 Soorten Platte schijfhoren Beheeradvies voor de Platte schijfhoren
Navigation
Document Actions

Beheeradvies voor de Platte schijfhoren

Tekst: A.W. Gmelig Meyling & Boesveld, 16-9-2008

Hieronder volgen enkele algemene beheer adviesen. Neem voor specifieke adviesen kontakt op met de helpdesk.

Schonen en baggeren

 

  • Intensief schonen is ongunstig

    Veel sloten waarin de Platte schijfhoren voorkomt zijn geneigd snel te verlanden en moeten daarom periodiek geschoond worden. Het jaarlijks in één keer volledig en diep schonen van de sloten is echter ongunstig voor de Platte schijfhoren. Sloten dienen zo min mogelijk geschoond te worden, zodat zo lang mogelijk een goed ontwikkelde vegetatie aanwezig is. De snelheid van verlanding is afhankelijk van het sloottype (bodemsoort en mate van trofie) het schoningsregime moet worden afgestemd op het sloottype. Bij geringe plantengroei moet schoning minder vaak worden uitgevoerd dan in sloten die jaarlijks geheel dichtgroeien. In natuurgebieden is schoning van één keer per twee tot vier jaar doorgaans voldoende. Het beste kan de schoning niet volgens een vast schema worden uitgevoerd, maar dient een beoordeling vooraf uit te maken of de schoning werkelijk noodzakelijk is.

  • Schonen en baggeren van sloten moet gefaseerd worden uitgevoerd

    Het is van essentieel belang dat het schonen gefaseerd wordt uitgevoerd. Dat wil zeggen dat bepaalde delen van de sloot worden geschoond, maar dat ook in bepaalde delen de onderwater- en oevervegetatie intact blijven, zodat de populaties zich van daaruit weer kunnen herstellen. Bij overdadige bodemophoping moet gebaggerd worden, ongeveer eens in de acht tot tien jaar. Ook het baggeren dient gefaseerd te worden uitgevoerd, zodat een slotencomplex niet in één keer van zijn gehele vegetatie en fauna wordt ontdaan.

  • Twee keer per jaar volledig schonen zeer ongunstig
    Het jaarlijks twee keer volledig schonen van de sloot is zeer ongunstig voor de Platte schijfhoren, aangezien de onderwatervegetatie zich dan niet goed kan ontwikkelen.

 

Begrazing

  • Begrazing van oevers ongunstig
    Het aantal dieren dat op een perceel bij begrazing wordt ingeschaard heeft ook invloed op verlandingsprocessen. Sloten worden bij grote aantallen dieren opmerkelijk eerder 'dichtgetrapt'. Sloten rond percelen die extensief worden begraasd, hoeven minder vaak te worden geschoond.

 

Eutrofiëring en gebiedsvreemd water

 

  • Bemesting ongunstig
    Wanneer in een gebied te veel mest wordt uitgereden of geïnjecteerd, is de kans groot dat er een overdaad aan meststoffen in het grondwater komt en daarmee ook in het oppervlaktewater. Het water wordt dan te rijk aan nutriënten (hypertroof) met als gevolg dat het natuurlijk evenwicht ernstig verstoord raakt. Door het overschot aan nutriënten ontstaat een dikke laag kroos en/of kroosvarens, waardoor geen licht meer komt bij de ondergedoken vegetatie. Deze sterft daardoor af waardoor de zuurstofconcentraties te laag worden (vooral ’s nachts) en de macrofauna, waaronder de Platte schijfhoren, zich daar niet meer handhaven. Het is daarom van belang in het leefgebied van de Platte schijfhoren zo min mogelijk mest uit te rijden of te injecteren.
  • Gebagerd materiaal  uit hypertrofe sloten afvoeren
    Voor sloten die hypertroof zijn of dreigen te worden, geldt dat bij het schonen van deze wateren het materiaal het beste meteen kan worden afgevoerd en niet op de oevers gedeponeerd. Hierdoor worden nutriënten uit het gebied afgevoerd en de eutrofiëring (iets) tegengegaan.
  • Kwaliteit van water verbeteren
    Niet alleen sloten in landbouwgebieden, maar ook veel sloten in natuurgebieden, zijn de laatste decennia sterk in kwaliteit achteruitgegaan. Door het intensieve gebruik van landbouwgrond, drainage en de onttrekking van water door de industrie of drinkwaterbedrijven, dreigen veel gebieden in Nederland met name in de zomer te verdrogen. Door het lage grondwaterpeil treedt minder kwel op in de sloten. Om het tekort aan water te compenseren wordt in deze gebieden gebiedsvreemd water ingelaten. Hierdoor vindt een verschuiving plaats in de chemische samenstelling van het water. De inlaat van gebiedsvreemd water zorgt met name in de laagveengebieden voor eutrofiëring met ongunstige gevolgen voor de onderwatervegetatie. Ook kunnen stoffen als sulfide en ammonium gevormd worden die giftig zijn en waarvoor bepaalde planten en dieren zeer gevoelig kunnen zijn. Ook als het ingelaten water arm aan nutriënten is, kan er toch eutrofiëring optreden. Door de veranderende chemische samenstelling kunnen nutriënten binnen het systeem vrijkomen. Wanneer te veel fosfaten vrijkomen, vindt een snelle uitbreiding van flab of fytoplankton plaats. Hierdoor wordt het water troebel, komt er minder licht beschikbaar voor de onderwatervegetatie en krijgen zwevend fytoplankton en later vooral drijvende planten als kroos en kroosvaren een kans, met als gevolg de al beschreven zuurstofdaling met bijbehorende negatieve gevolgen voor de macrofauna.
  • Gebiedseigenwater zoveel mogelijk vasthouden
    Om belasting van het water met een overdaad aan nutriënten tegen te gaan, moet gebiedseigen water zoveel mogelijk worden vastgehouden. Het waterpeil dient daarom zo hoog mogelijk te worden gehouden en kunstmatige drainage van het gebied moet worden voorkomen, zodat inlaat van gebiedsvreemd water in de zomer niet nodig is. Ook kan men spaarbekkens maken waarin overtollig water van de winter wordt opgeslagen, dat ’s zomers weer aan het gebied wordt teruggegeven.

 

Vervuiling en beschadiging van het biotoop

 

  • Afval water nooit lozen
    Op locaties met een uitlaat van een riolering of looswater uit kassen, boerderijen, schuren en stallen, kwam de Platte schijfhoren in het geheel niet voor! Hoogstwaarschijnlijk is de soort zeer gevoelig voor chemische bestrijdings- en schoonmaakmiddelen. Afvalwater dient daarom nooit terecht te komen in het biotoop van de Platte schijfhoren.
  • Gemotoriseerde scheepvaart tegengaan en waterrecreatie beperken
    Intensief gebruik van het water door gemotoriseerde scheepvaart en recreatievaart kan ernstige schade toebrengen aan de onderwatervegatie. Daarbij gaat het zowel om directe mechanische beschadigingen, als om vertroebeling van het water. Wanneer de onderwatervegetatie verdwijnt of te veel in kwaliteit afneemt, verdwijnt ook het biotoop van de Platte schijfhoren.

 

Schaalvergroting, ruilverkaveling, diverse werkzaamheden

 

(Tijdelijk) dempen van sloten zoveel mogelijk tegengaan

  • Sloten worden in toenemende mate gedempt in het kader van de schaalvergroting van boerenbedrijven of ten behoeve van nieuwbouw of infrastructuur, met als gevolg dat biotoop voor de Platte schijfhoren verloren gaat. De Platte schijfhoren is zeer gevoelig voor droogstand. Wateren waarin de Platte schijfhoren voorkomt mogen daarom nooit droog komen te staan, dus ook niet voor een zeer korte periode.