Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home Natura 2000 Soorten Nauwe Korfslak Methode in het veld
Navigation
Document Actions

Methode in het veld

Monsters verkiezen boven zichtwaarnemingen

De Nauwe korfslak is bijzonder klein. Alleen zeer geoefende experts kunnen de diertjes in het veld met het blote oog vinden. Een inventarisatie uitsluitend op deze wijze uitgevoerd zou verre van volledig zijn. In veel gevallen bleek dat op locaties waar men met negatief resultaat intensief met het blote oog naar de soort had gezocht, na aanvullend onderzoek middels monsternamen wel degelijk populaties werden getraceerd. Met bemonstering van de bodem-, kruid- en vooral strooisellaag is de kans veel groter om betrouwbare uitspraken te doen over het al dan niet ergens voorkomen van de Nauwe korfslak.


Nadeel van bemonsteren is dat behalve lege verse en oudere huisjes ook levende dieren worden verzameld. Wanneer echter wordt bemonsterd op zorgvuldige wijze op een klein oppervlak zal het verlies aan dieren over het algemeen een te verwaarlozen deel van de populatie betreffen. Bij het monsteren dient uiteraard zo veel mogelijk schade aan de vegetatie en omgeving te worden vermeden. Valhout e.d. dat wordt bekeken of verplaatst wordt bijvoorbeeld weer zoveel mogelijk op dezelfde wijze teruggelegd en indien ter plaatse wordt voorgezeefd, worden de grove en fijnste fracties op dezelfde locatie weer teruggestort.


Seizoen en tijdstip

Aangezien aan het eind van de zomer en in de herfst de meeste volwassen exemplaren

gevonden worden, is het aan te raden de monsternamen zo veel mogelijk in de periode juli-november uit te voeren.


Weersomstandigheden

Het is aan te raden het veldwerk op droge dagen uit te voeren; zo wordt het mogelijk juist die plaatsen te traceren waar ook bij droogte nog vocht in en nabij de bodem aanwezig blijft. Het bij droog weer bemonsteren is ook handig. omdat dan de monsters in het veld al grof kunnen worden voorgezeefd (maaswijdte 8 tot 10 mm). Men hoeft dan minder strooisel materiaal mee te nemen en uit te zoeken. Wanneer echter sprake van een lange droge periode dan wordt het ongunstiger om te monsteren. De dieren hebben zich dan vaak zo verscholen dat ze niet meer in het strooisel te vinden zijn. Met kan dan het beste wachten met inventariseren tot na een paar dagen na een flinke regenbui.


Bepalen van de monsterlocatie.

Binnen een kilometerhok dienen 15 locaties te worden geselecteerd. Daartoe worden eerst kaarten en informatie over het kilometerhok verzameld. Aan de hand van deze informatie worden binnen het kilometerhok mogelijk geschikte plekken bezocht. In het veld wordt echter pas bepaald of deze plekken inderdaad geschikt biotoop bevatten. Wanneer dit zo is, dan wordt er binnen een plek van enkele vierkante meters op de voor de Nauwe korfslak meest optimale plekken een klein monster genomen.


Het nemen van monsters

  • Meet van de eenmaal geselecteerde plek (een kwadraat van ca. twee vierkante meter) nauwkeurig de RD-coördinaten (Amersfoortse coördinaten) op, met GPS-apparatuur.
  • Gebruik voor het meenemen van de monsters stevige diepvrieszakken van vier liter, met een wit schrijfvlak. Deze zakjes noemen we verder monsterzakken.
  • Noteer op de monsterzak en het formulier: naam waarnemer, datum, en RD-coördinaten, afgelezen van een draagbare GPS.
  • Noteer op het veldformulier (zie bijlage 4): datum en waarnemer en beantwoord de verdere vragen op het waarnemingsformulier.
  • Noteer op het veldformulier nauwkeurig de locatie in de trant van 'open plek aan water', 'vochtig populierenbos', 'nabij grote eik', 'gras en zeggen aan voet van helling' etc. Uiteraard geldt: hoe uitgebreider, hoe beter, zodat een locatie later weer zo goed mogelijk kan worden teruggevonden.
  • Maak, indien mogelijk, één of meer foto's van de omgeving, de locatie en het substraat.
  • Bekijk alle binnen het geselecteerde kwadraat voorkomende grotere stukken substraat (boomstammen, takken, schors, stenen). Wanneer men op de monsterplek ook slakken op het oog heeft verzameld, bewaar deze dan in een apart buisje (wit of doorzichtig buisje voor fotorolletjes). Etiketteer ook dit buisje met naam waarnemer, datum en coördinaten. Men kan de dieren ter plekke conserveren met 70% alcohol. Gebruik dan een gesloten buisje. Wanneer men dieren levend wil verzamelen prik dan gaatjes met een hete naald in het dekseltje en voeg vochtige watten of mos toe.
  • Verzamel bladstrooisel en kleine takjes van de bodem en van onder dikke takken en uit boom- en wortelstronken, verzamel stukjes mos en bast van takken die op de bodem liggen.
  • Met een harkje kan vervolgens ook nog wat van de meer vastzittende ondergrond
  • worden losgewoeld en meegenomen. Maar het is niet noodzakelijk veel van de vaste samengeperste bodemlaag te verzamelen.
  • Breng het strooiselmateriaal op een zeef met een grove maaswijdte van circa één cm en breng het materiaal krachtig over de zeef in beweging, zodat al het fijne materiaal door de zeef in een opvangbak komt.
  • Verzamel en zeef strooisel tot circa 1,5 liter gezeefd materiaal is verkregen en doe dit in het inmiddels beschreven monsterzakje.
  • Noteer op het veldformulier ook zo veel mogelijk gegevens over de aard van het verzamelde materiaal (b.v. 'veel mos en dode bladeren').