Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home Natura 2000 Soorten Platte schijfhoren
Navigation
Document Actions

Platte schijfhoren

Anisus vorticulus

Tekst A.W. Gmelig Meyling & R.H. de Bruyne, 12-12-2006

Uiterlijke kenmerken

De Platte schijfhoren Anisus vorticulus (Troschel, 1834) is een kleine waterslak met een schijfvormig huisje met een breedte tot 6 mm en 0,8 mm dik, met maximaal 5 windingen. De Platte schijfhoren kan worden verward met:

• de Draaikolkschijfhoren Anisus vortex
• de Geronde schijfhoren Anisus leucostomis
• de Spiraalschijfhoren Anisus spirorbis

Dit kans op verwarring is zeker aanwezig, omdat de vorm van het huisje van de vier schijfhoren-soorten in meerdere opzichten variabel is. Daarnaast speelt een rol dat de "diagnostische kenmerken genoemd in de literatuur om de Anisus-soorten uit elkaar te houden niet altijd eenvoudig te interpreteren zijn en elkaar soms enigszins tegenspreken" (Gittenberger et al., 1998).

Opgemerkt moet worden dat de Platte schijfhoren ook op basis van de biotoopvoorkeur niet altijd te onderscheiden is van de andere Anisus-soorten. Zo kan de Platte schijfhoren ook voorkomen op plekken waar bijvoorbeeld ook de Draaikolkschijfhoren (soms erg algemeen) voorkomt.

Er zijn echter wel degelijk kenmerken waarmee de Platte schijfhoren beter kan worden onderscheiden van de andere Anisus-soorten (Gittenberger,et al., 1998).

Voorkomen in Nederland

De Platte schijfhoren is een relatief zeldzame soort. Meldingen van deze soort komen vooral uit de veengebieden van Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en west Overijssel. Uit de andere provincies is de soort veel minder vaak gemeld. (In sommige van deze provincies is overigens ook minder naar zoetwatermollusken gezocht.)

Uit bovenstaande alinea kwam naar voren dat de Platte schijfhoren gemakkelijk te verwarren is met de andere Anisus-soorten. De kans dat meldingen van de Platte schijfhoren in de literatuur en in diverse databases het gevolg zijn van verkeerde determinaties, is zeker niet denkbeeldig. Het is daarom mogelijk dat het huidige verspreidingsbeeld niet (geheel) reëel is.

Biotoop in Nederland

De Platte schijfhoren leeft in helder stilstaand water van veengebieden met een rijke plantengroei. De dieren schuwen vervuild en/of brakwater en leven niet in periodiek droogvallende wateren. De soort komt vooral in de laagveengebieden, op allerlei onderwater levende en drijvende plantensoorten, maar ook in wateren met weelderig groeiende draadalgen.

Opgemerkt moet worden dat laagveengebieden internationaal van belang zijn (Natuurcompendium, 2003). Er is daarom een belangrijke taak voor Nederland weggelegd om dit biotoop te beschermen en in deze laagveengebieden een goede waterkwaliteit te herstellen of indien gerealiseerd, te behouden.

Invloed van diverse milieufactoren

Uit de tabellen en statistische toetsen die in de Macrofauna-atlas van Noord-Holland (Provincie Noord-Holland, 1993) worden gegeven, komt naar voren dat bepaalde milieufactoren invloed lijken te hebben op het voorkomen. De hieronder genoemde bevindingen gelden in principe voor wateren in Noord-Holland, maar zijn vermoedelijk ook in grote mate van toepassing op wateren in de aangrenzende provincies Zuid-Holland en Utrecht.

De Platte schijfhoren wordt vaker en in hogere aantallen waargenomen naarmate de concentraties van de volgende ionen lager zijn: orthofosfaat, nitraat, calcium, kalium, magnesium en chloride. De Platte schijfhoren kán echter wel worden waargenomen bij hoge concentraties, alleen is de kans kleiner dan bij lagere concentraties.

De voorkeur voor lage gehalten aan orthofosfaat en nitraat komen overeen met de ervaring dat de Platte schijfhoren een voorkeur heeft voor schoon, voedselarm water.

In meerdere literatuurbronnen is vermeld dat de soort voorkeur heeft voor kalkrijk water. Dit is dus in tegenspraak met de resultaten gegeven in de Macrofauna-atlas, omdat de soort meer is gevonden naarmate het calciumgehalte lager is.

De invloed van de bodemsoort komt duidelijk naar voren: er is een duidelijke voorkeur voor veenbodems. In wateren met kleibodems is de Platte schijfhoren slechts zeer incidenteel waargenomen. In wateren met zandbodems is de soort weinig waargenomen.

Wanneer de zuurgraad (pH) hoger is dan 8.0, is de kans op het voorkomen van Platte schijfhoren veel lager dan wanneer de pH lager is dan 8.0.

Wanneer planten met drijvende bladeren (gele plomp, waterlelie) in geringe mate aanwezig zijn, dan is de kans op het voorkomen van de Platte schijfhoren groter dan wanneer deze planten volledig ontbreken. Wanneer ondergedoken planten volledig afwezig zijn, is de kans ook klein dat de Platte schijfhoren aanwezig is. De mate van voorkomen van boven het wateruitgroeiende waterplanten lijkt het voorkomen niet te beïnvloeden.

Milieufactoren als diepte, breedte, isolatie van het water en mate van stroming lijken het voorkomen weinig of niet te beïnvloeden.

Areaal

Volgens Gittenberger et al. (1998) komt de Platte schijfhoren vooral voor in Midden- en Oost-Europa.

Populaties

Op vrijwel alle locaties waar de Platte schijfhoren met grote zekerheid is aangetroffen, zijn de dichtheden gering in vergelijking met die van andere schijfhorensoorten. Opgemerkt moet worden dat voor zoetwaterslakken in het algemeen geldt dat er jaarlijks grote verschillen in dichtheden kunnen zijn. In het ene jaar kan de ene molluskensoort dominant aanwezig zijn, terwijl in een ander jaar een andere soort dit kan zijn. Voor de Platte schijfhoren geldt daarom waarschijnlijk ook dat in het ene jaar veel hogere dichtheden kunnen worden aangetroffen dan in het andere jaar.

Seizoenen

De soort kan het hele jaar worden aangetroffen. De beste perioden om de soort waar te nemen zijn echter de zomer en het najaar, omdat dan de vegetatie het meest is uitgegroeid en de dieren zich niet hebben teruggetrokken in of op de bodem. Zie de figuur hiernaast voor de verdeling van de waarneming over de maanden.

Trends

De Platte schijfhoren is in Nederland de afgelopen 50 jaar afgenomen. Dit is vooral te wijten aan het feit dat door eutrofiëring van sloten, plassen en meren, het water minder helder werd en rijke onderwatervegetaties op veel plaatsen zijn verdwenen. In kilometer-hokken die zowel vóór als na 1990 zijn onderzocht blijkt dat de Platte schijfhoren vóór 1990 veel meer werd waargenomen dan na 1990. De Platte schijfhoren staat daarom op de Rode lijst (de Bruyne et al., 2003).