Zeggekorfslak
Vertigo moulinsiana (Dupuy,1849)
Tekst: A.W. Gmelig Meyling en R.H. de Bruyne, 16-5-2007
Uiterlijk
De Zeggekorfslak, Vertigo moulinsiana (Dupuy, 1849), is een klein landslakje met een tonvormig huisje met tot vijf, geleidelijk in grootte toenemende windingen. Het huisje heeft maximale afmetingen van 3 x 1,6 mm. Daarmee is deze soort de grootste korfslaksoort van ons land. Aangezien ook vaak kleinere volwassen exemplaren worden aangetroffen, is de grootte alleen geen goed determinatiekenmerk. Het aantal tanden en de plaatsing ervan in de mondopening van het huisje zijn doorslaggevende kenmerken voor de determinatie
Het huisje is rechtsgewonden. Als men het topje boven houdt, zit de mondopening rechts, dit in tegenstelling tot dat van sommige verwante soorten korfslakken, die een linksgewonden huisje bezitten, zoals de Nauwe korfslak Vertigo angustior.
In de mondopening van het huisje (niet van de slak) zitten 4-5 plooien, ook wel tanden genoemd. De mondrand is een weinig teruggeslagen..
Zonder vergelijkingsmateriaal is de Zeggekorfslak te verwarren met de Dikke korfslak Vertigo antivertigo, de Dwerg-korfslak Vertigo pygmaea en de Tandloze korfslak Columella edentula die alledrie ook in moerasgebieden kunnen voorkomen en daar soms vrij algemeen kunnen zijn.
Voedsel
De Zeggekorfslak leeft specifiek van algen en schimmels (roesten) die parasiteren op de moerasplanten.
Levenscyclus
De Zeggekorfslak is hermafrodiet en bevrucht zich in de meeste gevallen zelf. De top in de voortplanting ligt in de zomer. Er zijn dan veel volwassen dieren. De eieren hebben minder dan twee weken nodig om uit te komen. Grote aantallen juveniele dieren worden in de herfst waargenomen. De grootte van de populatie kan in opeenvolgende jaren aanzienlijk verschillen. De dieren komen als volwassen exemplaar de winter door.
Populaties
De meeste populaties van de Zeggekorfslak die in ons land zijn aangetroffen omvatten slechts enkele tientallen, hooguit enkele honderden vierkante meters. Buiten Nederland, vooral in Groot-Brittanniƫ en Duitsland, kunnen populaties zich over (veel) grotere gebieden uitstrekken. Op plaatsen waar de soort voorkomt, worden meestal wel meerdere exemplaren per vierkante meter tegelijk aangetroffen, maar de dichtheden zijn doorgaans laag. Per waardplant (zie paragraaf 1.3.4) treft men vaak niet meer dan enkele exemplaren aan, terwijl lang niet op alle planten exemplaren worden aangetroffen. Per vierkante meter kan het op de meest optimale plaatsen echter soms wel om tientallen individuen gaan.
Biotoop
In Nederland wordt de Zeggekorfslak vooral aangetroffen in moerassen en broekbossen met een dichtbegroeide tot ijle ondergroei van Moeraszegge. In Elzenbroekbossen wordt de soort het meest gevonden.
De Zeggekorfslak wordt voornamelijk aangetroffen op de bladeren van de Moeraszegge Carex acutiformis, de primaire waardplant in Nederland. Buiten Nederland wordt de soort vaker ook op andere planten aangetroffen dan in ons land.
Op de volgende, vegetatievormende, secundaire waardplanten wordt de soort ook wel aangetroffen: Pluimzegge Carex paniculata, Liesgras Glyceria maxima, Riet Phragmites australis en Oeverzegge Carex riparia. In genoemde vegetaties komen nog diverse andere plantensoorten voor, zoals o.a. de Grote egelskop Sparganium erectum en Bosbies Scirpus sylvaticus, waarop de Zeggekorfslak in principe ook aangetroffen kan worden. Wanneer de Zeggekorfslak op deze planten aanwezig is, blijkt vrijwel steeds dat Moeraszegge toch (hoe ijl ook) eveneens binnen de vegetatie voorkomt.
De Zeggekorfslak komt in Nederland vrijwel alleen voor op plaatsen die continu door kwel worden gevoed. De soort is waarschijnlijk indirect afhankelijk van de samenstelling van de kwel. Er wordt wel gesuggereerd dat kwel een rol speelt bij het niet te ver laten dalen van de temperatuur in de winter. Dit zou dan van belang zijn, omdat Nederland aan de noordkant van het areaal ligt en de Zeggekorfslak een warmteminnende soort zou zijn. In de kwelgebieden zou de soort zich daardoor mogelijk noorderlijker kunnen vestigen dan op plaatsen zonder kwel. Toch is deze hypothese twijfelachtig. De Zeggekorfslak is de enige korfslak die als volwassen exemplaar overwintert. In januari 2006 zijn in de moerasbossen rond het Leekstermeer (provincie Goningen) levende Zeggekorfslakken gevonden op verdorde Moeraszegge-stengels die in het ijs stonden. Ook in dit gebied komt kwel voor, maar de waterlaag op de bodem bevriest gewoon en de Zeggekorfslakken lijken door de hoogte op de stengel (10 tot 20 cm boven het ijs) waarop ze zich bevinden geenszins te kunnen profiteren van eventueel hogere temperaturen van het kwelwater.
Microhabitat
De Zeggekorfslak leeft op de bladeren van de Zeggenplanten. Daar foerageert de soort op roesten, die zich op en in de bladeren bevinden. Roesten vormen een bepaalde groep van schimmels, die de cellen van de bladeren aantasten. Dit leidt tot bruin worden of vergeling van delen van de bladeren. Zolang er voldoende voedsel aanwezig is, is het voor de dieren waarschijnlijk niet noodzakelijk de bladeren te verlaten. De dieren worden daarom buiten waardplanten nauwelijks aangetroffen.
Voorkomen in Europa
De Zeggekorfslak komt binnen Europa voor tot in de zuidelijkste delen. Er zijn enkele waarnemingen bekend van de Griekse eilanden. In het noorden komt de Zeggekorfslak voor tot in het noorden van Polen, Denemarken, het zuidelijkste deel van Zweden, Noord-Duitsland en Noord-Nederland. In Groot-Brittanniƫ liggen de noordelijkste vindplaatsen ten zuiden van Liverpool.
De Zeggekorfslak komt in vrijwel alle landen van de EU voor, maar het gaat steeds om kleine, zeer plaatselijke populaties. De heersende opvatting is dat de Zeggekorfslak een mediterrane soort is, die tijdens warme perioden tussen de ijstijden naar het noorden migreerde langs de oostelijke en westelijke zijde van het Alpenmassief. Als gevolg van het kouder wordende klimaat tijdens het Subatlanticum (700 v. Chr. tot 1100 n. Chr.) is het verspreidingsgebied uiteengevallen in een aantal over Europa versnipperd gelegen vindplaatsen, waar de soort zich tot op heden heeft kunnen handhaven.
Voorkomen in Nederland
De Zeggekorfslak is in Noord-, Midden- en Zuid-Limburg vooral bekend van de zijbeken van de Maas die onder invloed staan van grondwaterkwel. Daarnaast is de soort recentelijk aangetroffen op meerdere plaatsen nabij het Leekstermeer (zowel Drente als Groningen). Ook hier gaat het om een kwelgebied, op de grens van pleistocene en holocene gronden. Verder is de Zeggekorfslak inmiddels bekend van meerdere bronbossen in Overijssel en twee kwelrijke gebieden in Zuid-Holland. Vanwege de recente waarnemingen, die voortkomen uit een sterk vergrote aandacht voor de soort, mag men aannemen dat het actuele verspreidingsbeeld van de soort vermoedelijk nog niet compleet is.
Voor alle locaties in Nederland vanwaar de Zeggekorfslak nu bekend is, geldt dat het gaat om plaatsen met zeer specifieke milieu-omstandigheden: Elzenbroekbos met een ondergroei van grote zeggensoorten (met name Moeraszegge) in beekdalen langs hogere gronden waarbij kwel optreedt. Het gaat om de zeldzame "Beekdal-Elzenbroek-associatie" (Carici elongatae-Alnetum).
Soms wordt de soort buiten het bos aangetroffen in begroeiingen die worden gedomineerd door grote zeggensoorten (veldjes van Moeraszegge). In het buitenland kunnen de omstandigheden overigens soms aanzienlijk minder specifiek zijn.

