Excursie naar bronbos bij St. Odilïenberg
Ten oosten van St Odiliënberg in km-vak 197-350, 197-351 en 196-351 ligt een voor Nederlandse begrippen groot bronbos, een sprookjesachtig, ongerept en nauwelijks begaanbaar natuurgebied. Wie het drassige gebied betreedt zakt al gauw een halve meter weg in de vochtige bodem en bedenkt zich wel twee keer om verder te gaan.
In vak 197-350 en 197-351 is de Zeggekorfslak Vertigo moulinsiana aangetroffen. In vak 196-351 is deze soort echter ondanks intensief zoekwerk niet gevonden. Dit is opvallend omdat het toch om een aaneengesloten bronbos gaat en ogenschijnlijk het biotoop niet veel verschilt met dat in vak 197-350 en 197-351. Mogelijk speelt de intensieve aardappelteelt, in de directe nabijheid van het bronbos in vak 196-351 een rol. Bij verbouwing van aardappelen worden doorgaans veel bestrijdingsmiddelen gebruikt. De aardappelvelden liggen veel hoger dan het bronbos. Het is niet onwaarschijnlijk dat het grondwater van de aardappelvelden het bronbos bereikt en dat de Zeggekorfslak gevoelig is voor de gebruikte bestrijdingsmiddelen.
Tijdens de inventarisaties wordt met zorg vooral Moeraszegge Carex cutiformis onderzocht op het voorkomen van Zeggekorfslakken. Deze slakkensoort wordt namelijk vooral op Moeraszegge gevonden.
Aan de rand van het bronbos ligt een weg. Daar is het minder donker dan in het bronbos en is er genoeg licht om met een binoculair te controleren of we inderdaad de Zeggekorfslak Vertigo moulinsiana hebben waargenomen.

