Galba
Leverbotslakken
Leverbotslak - Galba truncatula
De leverbotslak is genoemd naar de leverbot, een parasitaire platworm.
De worm heeft de vorm van een bot en komt voor in de lever van schapen
en runderen. Deze leverbot (Fasciola hepatica) veroorzaakt
leverbotziekte, ook wel ongans genoemd bij bovengenoemde dieren. De
leverbotslak is tussengastheer van deze worm. In de Nederlandse naam en
Duitse naam Leberegelsnecke is deze relatie vastgelegd
(Egel=bloedzuiger).
Omdat de slak gebonden is aan een vochtige omgeving komt deze
ziekte vooral voor bij schapen die in vochtige weilanden grazen.
Vroeger veroorzaakte deze ziekte aanzienlijke schade aan de veelstapel.
In Engeland waar de ziekte ?rot? genoemd wordt, stierven in de winter
van 1879-1880 niet minder dan één miljoen schapen. In Engeland heet de
slak Dwarf pond snail, waarmee de verwantschap met de gewone poelslak
(Lymnaea stagnalis) is aangeduid en het feit dat deze soort beduidend
kleiner is. Ook de Franse naam Limnée naine (=dwerg) en de Duitse naam
Kleine Sumpfsnecke slaan op de grootte van het dier.
De soortnaam truncatula is een verkleinwoord (-ula) van truncatus =
afgeknot, dus een beetje afgeknot. Dit is waarschijnlijk opgevat ten
opzichte van de gewone poelslak die een veel spitser huisje heeft. Een
tweede Franse naam Limnée tronquée sluit hier op aan.
Overigens kan ook de mens bij het kauwen op grassprietjes de
leverbotziekte = distomatosis oplopen, wat echter zeer zelden voorkomt.
Een synoniem van Fasciola hepatica is Distoma hepatica.
De genusnaam Galba (Lat.) betekent dikbuik of houtworm of is afgeleid
van galbus (Lat.) hetgeen geel betekent. De ronde windingen en de
hoornachtige gele kleur van de schelp maken een keuze tussen beide
mogelijkheden lastig.

