Aplexa
Slaapslakken
Aplexa
Aplexa hypnorum
Duits: Moosblasenschnecke
Frans: Aplexe des mousses (mousse = mos)
Familie : Physidae – Blaashorens
De groep van kruipende mossen die in lage matjes groeien wordt vanwege
de liggende groeiwijze in zijn algemeenheid slaapmossen genoemd. Het
mosgeslacht Hypnum, met een dergelijke groeiwijze, heet naast
Klauwtjesmos ook wel Slaapmos (Margadant & During).
Volgens Backer (2000) betekent hupnon (Gr.) mos.
Het biotoop van de slaapslak laat zich als volgt omschrijven: periodiek
uitdrogende slootjes, ondiepe poeltjes en moerassen, met een
waterdiepte gewoonlijk niet meer dan een meter. Van het voorkomen op
mossen is dus geen sprake, hoewel enkele Nederlandse namen, zoals
Mosbelletje en Mosblaashorenslak, de Duitse en de Franse over mos
spreken. De naamgeving is overgenomen van bovengenoemde mosgeslacht
Hypnum.
Voor de soortnaam hypnorum is evenals de Nederlandse naam Slaapslak een
andere verklaring. Hypnorum zou afgeleid zijn van het Griekse hupnos =
slaap. En woord waar ook hypnose van afgeleid is. Bruyne et al. (1994)
zegt daarover: naar de biotoop, tijdelijk ingegraven in de bodem van
soms droogvallende sloten. De dieren overleven de droogte in een soort
droogteslaap.
Aplexa is een samenvoeging van a- = niet- en plexus (van Lat. plectere,
vlechten) = gevlochten. De naam slaat wellicht op de gladde glanzende
huisjes zonder oppervlakte-structuur.

