Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANM Etymologie Zeeslakken Hydrobia
Navigation
Document Actions

Hydrobia

Brakwaterhorens


Wadslakje – Hydrobia ulvae

Synoniem: Peringia ulvae

Engels: Laver spire shell

Duits: Glatte Wattschnecke

Frans: Hydrobie des ulves

Deens: Stor dyndsnegl

 

Het Wadslakje (Hydrobia ulvae) is op slikken en schorren een veel voorkomende soort met plaatselijk dichtheden van 70.000 exemplaren per vierkante meter. Het voorkomen op de wadden spreekt ook uit de Duitse naam Glatte Wattschnecke Hydrobia betekent “in het water levend” is samengesteld uit het Griekse hudor=water en bios=leven. De Franse naam Hydrobie is daar uit afgeleid. De synonieme naam Peringia Paladilhe, 1874 is afgeleid van de persoonsnaam Pering. De naam Peringia eert de Pering familie, "qui donna l'hospitalité au Dr. Paladilhe, à Londres, du 28 juillet au 11 août 1870."

De slakjes leven van algen en detritus en zijn veel te vinden op zeesla waarvan de wetenschappelijke naam Ulva lactua is. Ulva betekent in het Latijn riet of biezen. Laver betekent in het Engels zeesla, vandaar de naam Laver Spire-shell. De Deense naam is Stor dyndsnegl (stor=groot en dynd=slik of modder).

De soort Vergeten brakwaterhorentje of Hydrobia neglecta (neglecta = vergeten, over het hoofd gezien) en in het Duits Übersehene Wattschnecke heet zo omdat deze soort pas in 1963 als zelfstandige soort ontdekt is. De Deense naam is Overset dyndsnegl (overset=over het hoofd gezien).

De derde soort het Opgezwollen brakwaterhorentje met de wetenschappelijke naam Hydrobia ventrosa (ventrosa betekent buikig of gezwollen) en de Engelse naam Swollen Spire-shell is genoemd naar de bolle windingen van het huisje. De dieren leven vooral in gebieden met brakwater zoals ook blijkt uit de Duitse naam Brackwasserschnecke. De Deense naam is Buttet dyndsnegl (buttet=mollig, gezet).