Euspira
Tepelhorens
Tepelhorens – Euspira en Amauropsis
(Gewone) Tepelhoren - Euspira catena
Synoniemen: Polinices catena, Natica catena, Lunatia catena
Duits: Grosse Nabelschnecke
Engels: Large necklace shell, Necklet moonshell
Frans: Natice porte-chaine
Deens: Stor borsnegl (stor = groot)
Glanzende tepelhoren - Euspira nitida
Synoniemen: Polinices polianus, Natica poliana, Lunatia poliana, Lunatia alderi, Euspira pulchella
Duits: Glänzende Nabelschnecke
Engels: Alder's necklace shell
Deens: Lille borsnegl (lille = klein)
Niet alleen de op het strand aangespoelde schelpen van de Tepelhoren geven het voorkomen van deze soort in de kustwateren aan, maar vooral de vele doorboorde schelpen van de tweekleppigen verraden de aanwezigheid van deze carnivore soort. De slak boort met zijn radula gaatjes in schelpen om ze vervolgens op te eten. Vandaar borsnegl (Deens) en Bohrschnecken (Duits).
Zeer zelden spoelen ook de halsband- of kraagvormige eisnoeren van aan elkaar gekitte zandkorrels aan. Dit gaf het genus de naam Necklace shells. Ook de Latijnse soortnaam catena = ketting slaat op deze eigenschap.
Andere namen voor de Tepelhorens zijn Maanschelpen, Mondschnecken (Duits, Mond = maan), Navel-hoorens, Nabelschnecken (Duits) en Moon shells (Engels). De vorm van de schelp, zijn kleur (beige-geel) en de halvemaanvormige mondopening gaf blijkbaar aanleiding tot een gevarieerde naamgeving.
Ook de wetenschappelijke naamgeving is zeer divers. Euspira (eu-spira) betekent mooie “spiraal” en heeft betrekking op de gladde glanzende huisjes. Natica is de naam van een schelp bij Ulysses Aldrovandus (1522-1605) (bron Entrop). Mogelijk is de naam afgeleid van natis (Lat.) = bil. Lunatia is afgeleid van luna (Lat.) = maan. Polinices is een latinisering van de Griekse naam Poluneikès (= veel twistend), de tweelingbroer van Eteocles en de zoon van Oedipus en Iocaste.
Nitida (Lat.) betekent glanzend, schitterend want de Glanzende tepelhoren is de meest glanzende van de twee soorten. De soortnaam polianus - Polinices polianus (Delle Chiaje, 1827) - is genoemd naar Josepho (Guiseppe) Xaverio (Saverio) Poli (1746-1825) van de Militaire Academie in Napels. Hij publiceerde in 1791 and 1795 Tert. utriusq. Siciliae I & II. Delle Chiaje publiceerde in 1826 & 1827 Deel III.
IJslandse tepelhoren - Amauropsis islandica
Engels: Iceland necklace shell, Iceland moon snail
Deens: Højspiret boresnegl (høj = hoog)
Amauros (Gr.) betekent donker, duister, onduidelijk, zwak, blind. De relatie van deze naam met deze soort is nog niet duidelijk. Het slaat in ieder geval niet op de kleur van de huisjes, want die is crèmewit, maar mogelijk wel op de geelbruine opperhuid. De uitgang –opsis betekent gelijkend op of in de vorm van.
De soorttoevoeging islandica en de Nederlandse soortnaam slaan op het Noordelijk verspreidingsgebied van deze soort. De Deense naam heeft betrekking op de meer langgerekte vorm dan andere tepelhorens.
Fossiele exemplaren van deze soort zijn bekend van de Belgische en Zeeuwse kust en van de Waddeneilanden.

