Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANM Etymologie Zeeslakken Emarginula
Navigation
Document Actions

Emarginula

Napslakken

Napslakken - Emarginula en Puncturella

Geruite napslak - Emarginula fissura

Duits: Ausschnittschnecke

Engels: Common slit limpet

Deens: Slidset albueskæl

 

Roze napslak - Emarginula rosea

Engels: Channel Island slit limpet, Rosy slit limpet

 

Doorboorde napslak – Puncturella noachina

Engels: Punctured capshell, Noha's keyhole limpet

Frans : Fissurelle de Noah

Deens: Hulisse

 

Naar de mutsvormige schelpen heten de soorten van het genus Emarginula en Puncturella napslakken. Bij het eerste genus zit er in de rand een spleetvormige opening, bij de tweede soort daarentegen, de Doorboorde napslak zit voor de gebogen top een smalle spleetvormige opening.

Emarginula is een samenstelling van e- (Lat.) = uit, margo, 2e nv marginis = rand en de verkleiningsuitgang –ula (Volgens Hansson is de uitgang –ula van het Griekse oulè = litteken). Hiermee is de spleetvormige opening in de rand bedoeld. Ook fissura (Lat.) betekent spleet of gespleten. Het oppervlak van de schelp van E. fissura heeft een traliewerksculptuur, vandaar de naam Geruite napslak. De schelpen van E. rosea zijn soms zwak roze van kleur; rosea (Lat.) = rozenrood of roze.

Puncturella is afgeleid van punctum (Lat.) = steek (vergelijk punctuur en punctie) of punt en het dim. suffix –ella, waarmee de spleetvormige opening aangeduid is.

In het woordenboek van voornamen staat Noachina als vrouwelijke vorm van de naam Noach. Omdat de soort voor het eerst als fossiel is beschreven is het een aannemelijker verklaring, dat de naam te maken heeft met de zondvloed ten tijde van Noach. De zondvloed (= grote vloed) die volgens sommigen het voorkomen van fossielen verklaart.