Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANM Etymologie Zeeslakken Aporrhais
Navigation
Document Actions

Aporrhais

Pelikaansvoeten

Tekst: Lodewijk van Duuren, 20 september 2007


Pelikaansvoet - Apporhais pespelicani

Een onmiskenbaar onderdeel van de schelp van de pelikaansvoet is de breed uitwaaierende, van uitsteeksels voorziene, mondopening. Deze ongewone vorm van de schelp heeft een functie bij het zoeken naar voedsel. Met dit getande onderdeel van de schelp doorploegt het dier zand- en modderbodems op zoek naar voedsel. Dat de naamgeving van deze soort zich vrijwel uitsluitend op dit bijzondere kenmerk gericht heeft, is niet verwonderlijk. Om te beginnen de wetenschappelijke soortnaam pespelicani. Deze is gevormd uit het Latijnse pes = voet en pelicanus = pelikaan, wat stamt uit het Griekse pelecan. Dit vanwege de gelijkenis met de voet van een pelikaan. In andere talen duiden de namen allemaal op bovenstaand kenmerk: Pied de pélican (Fr.), Pelican’s foot shell (Eng.), Pelikanfuss (Dld.) en Pie of Pata de pélicano (Sp.)

Oudere Nederlandse namen als ganzevoet, duivelsklauwtje, vijfvingertje, vogelpootje en vleermuisvleugel hebben dezelfde eigenschap op het oog.

De verklaring van Apporhais is iets onzekerder. Apporaio betekent in het Grieks ontrukken. Dit zal wel te maken hebben met de uitgegroeide mondrand. Bob Entrop in zijn hoofdstuk “Betekenis van de Latijnse namen en hun beklemtoning” in het aardige boekje “Schelpen vinden en herkennen” verklaart dit als volgt: aporrhaio (Gr.) = losscheuren; “gescheurde” voet? Grappig in dit verband is dat een kromme tang om tanden te trekken ook pelikaan heet.