Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANM Etymologie Zeeslakken Acmaea
Navigation
Document Actions

Acmaea

Schotelhorens

Schotelhorens - Acmaea of Tectura
Schotelhoren - Acmaea virginea
Synoniem: Tectura virginea
Engels: White cap limpet, White tortoiseshell limpet
Deens: Stribet albueskæl (stribet = gestreept, albue = elleboog, skæl = schub)

Schildpad-schotelhoren - Tectura testudinalis
Duits: Schildkrötenschnecke
Engels: Tortoiseshell limpet (tortoise = schildpad)
Deens; Skildpaddealbueskæl

"Schelde-schotelhoren" - Tectura scaldensis

De Schotelhoren is een soort Schaalhoren of Napslak met een spits topje. Acmaea komt van het Griekse akmè = punt of spits. Tectura is afgeleid van tectum (Lat.) = dak of tectus = van een dak of dek voorzien.
Volgens Backer (2004) betekent virginea "maagdelijk, ongerept en, bij uitbreiding, omdat maagden bij plechtige gelegenheden als symbool harer reinheid witte kleederen plegen te dragen: wit." De kleur van het huisje is overwegend wit, maar vanuit de top stralen ook donkere banden. Testudinalis komt van testudo (Lat.) = schildpad, het kleurpatroon doet namelijk sterk aan een schildpad denken.
Een goede naam voor de fossiel in Zeeland gevonden Tectura scaldensis zou Schelde-schotelhoren kunnen zijn, want scaldensis betekent van de Schelde afkomstig.