Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANM Etymologie Zeeschelpen Petricola
Navigation
Document Actions

Petricola

Boormossels

Petricola Lamarck, 1801
Familie: Petricolidae

De soorten van dit genus leven in zelfgemaakte boorgaten in hout en veen. Sommige soorten van deze familie boren zelfs in steen. Petricola betekent steenbewonend, van petra (Lat.) = rots, steen en het achtervoegsel -cola van colo (Lat.) = bewonen, bebouwen. Petra rots of steen komen we ook tegen in petroleum en in de naam van de discipel Petrus.

Petricola pholadiformis Lamarck, 1818
Nederlands: Amerikaanse boormossel
Engels: American piddock, False Angel Wing
Frans: Pétricole fausse-pholade, Fausse aile d’ange
Duits : Amerikanische Bohrmuschel
Deens : Amerikansk boremusling
De Amerikaanse boormossel behoort tot de familie Petricolidae maar lijkt erg veel op de "echte" boormossels of pholaden, de familie Pholadidae. Pholadi-formis betekent met de vorm van een pholade = boormossel. Engelse en Franse namen die vertaald "valse engelenvleugel" opleveren, duiden ook op deze verwantschap.
De Amerikaanse soort is omsteeks 1890 met oesters in Engeland ingevoerd en heeft zich vervolgens over de zoute wateren van Europa verspreid. De eerste Nederlandse vondsten dateren uit 1905.

Petricola lithophaga (Retzius, 1786)
De soortnaam lithophaga is een samenstelling van lithos (gr.) = steen en phagos = eter.