Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANM Etymologie Zeeschelpen Macoma
Navigation
Document Actions

Macoma

Nonnetjes

Tekst: Lodewijk van Duuren, 18 oktober 2007

 

Nonnetje - Macoma balthica

Toen William Elford Leach (1790-1836) in 1819 het geslacht Macoma beschreef, is de naam van het geslacht wellicht geheel aan zijn fantasie ontsproten. Over de herkomst van de naam Macoma tasten we namelijk geheel in het duister. Hans. G. Hansson geeft de volgende uitleg: “Mogelijk van de Kappadocische godinnenaam Ma + Griekse koma = diepe slaap of + Griekse komè = haar of een geconstrueerde welluidende naam, uitgaande van het Griekse makos = lengte”. Rafael Muniz Solis zget echter: van machomai (gr.) = worstelen, strijden. Een bevredigende verklaring die verbonden kan worden aan de eigenschappen van de soort zit er echter niet bij.

Macoma balthica kan ook in brakwater gedijen, gezien zijn voorkomen in de Baltische zee. Balthica betekent Baltisch, maar het volledige verspreidingsgebied is veel groter en strekt zich uit van het Arctische gebied en de Oostzee tot aan de kust van Noord-Spanje.

De oudst bekende Nederlandse naam is te vinden in de Algemeene Statistiek van Nederland uit 1870, waarin een lijst is opgenomen van alles destijds bekende dier- en plantensoorten. Macoma balthica komt hierin voor onder de naam Tellina solidula. De soort heeft dan nog een plaats binnen het genus Tellina – platschelpen. Tellinè is een Griekse naam van een schelp waarvan Dioscorides gewag maakt. Solidula komt van solida (Lat.) = stevig en het verkleinwoord –ula. De Nederlandse naam is de grove platschelp. Grof in tegenstelling tot de iets fijnere Tellina fabula, de links gestreepte platschelp. De laatste soort heet overigens tegenwoordig rechtsgestreepte platschelp, het is maar hoe je het bekijkt.

De huidige naam Nonnetje heeft minder oude papieren en is mogelijk van Zuid-Nederlandse oorsprong. In de weekdieren van België uit 1884 van W. Eben komen zowel nonnetje als grove platschelp voor. In Oostende waren of zijn de namen koopernun en kopernon in gebruik. Het koper slaat waarschijnlijk op de rood-roze kleur van de schelp, vergelijk de Duitse naam Rote Bohne. De zuidelijke herkomst van de naam geeft ook richting aan een mogelijke verklaring van de naam nonnetje. Non of nonne betekent in Zuid-Nederland tol of top. Omdat de top van de schelp van het nonnetje vaak het diepst van kleur is, heeft de naamgever misschien “topje” of nonnetje in gedachten gehad.

De verwantschap met het geslacht Tellina = platschelpen komt niet alleen in de oude wetenschappelijke naam naar voren, maar ook in buitenlandse namen: Telline de la Baltique (Fr.), Baltische Plattmuschel (Dld.) en Baltic tellin (Eng.).