Crassostrea
Oesters
Oester - Ostrea edulis
De oestermaaltijd was een geliefd thema in de Nederlandse schilderkunst, waarvan het oestereetstertje van Jan Steen wel een van de bekendste voorbeelden is. Johan van Beverwijck in zijn Schat der Gesontheydt uit 1651 beschrijft de symboliek van dit thema als volgt: “onder de Visch, die in harde schelpen besloten is, zijn Oesters van allen tijden voor de delicaetse gehouden. Want sy verwecken appetyt ende lust om te eten, en by te slapen het welck alle beyde de lustighe ende delicaete luyden wel aenstaet.”. In hedendaags Nederlands oesters zijn lust en eetlust en opwekkend.
Sinds heugelijke tijden is de oester een gewaardeerd voedingsmiddel voor de mens. De toevoeging edulis = eetbaar of smakelijk aan de wetenschappelijk geslachtsnaam Ostrea voor de oester lag dus voor de hand. Eetbare oester is een naam die we tegenkomen bij Bennett & Van Olivier (1826), maar ook andere talen benadrukken de oester als voedingsmiddel: Edible oyster (Engels) en Huître comestible (Frans).
De Latijnse naam voor oester is ostrea of ostreum, wat is afgeleid van het Griekse ostreion of ostreon, wat verwant is met osteon = bot, been. Zowel het Nederlandse oester, het Duitse Auster, het Franse huître (î = is) en het Engelse Oyster stammen van het Latijnse Ostrea af.
Vier andere Nederlandse oestersoorten zijn in het genus Crassostrea geplaatst. Crassostrea is een samenvoeging van het Latijnse crassus = dik en Ostrea, vanwege de dikkere schelpen.
Een grote concurrent van de oester (Ostrea edulis), ter onderscheiding ook platte oester (in het Frans huître plat) genoemd, is de Japanse oester Crassostrea gigas, die onder de naam creuses in de handel wordt gebracht. Volgens Van Dale woordenboek Frans-Nederlands is creuse een oester met een diepe schelp. Deze Japanse oester is een slag groter dan de platte oester, maar de benaming gigas = reuzen is wel wat overdreven. Verschillende auteurs beschouwen de Japanse en de Portugese oester, Crassostrea angulata als ondersoorten van één soort. Angulata (Lat.) betekent hoekig, dat wil zeggen de schelp is hoekig, in tegenstelling tot de platte oester die meer rond is.
De andere twee soorten zijn de Geschubde oester (Crassostrea denticulata) en de Amerikaanse oester (Crassostrea virginica). Denticulata betekent getand (Lat.) en slaat op de schubvormige structuur van het oppervlak van de schelp. Virginica betekent Virginisch, van Virginië, één van de staten van de Amerikaanse oostkust. Dit is het oorspronkelijke herkomstgebied van deze soort.

