Cerastoderma
Kokkels
Kokkel - Cerastoderma edule
Om de juiste naamsdiagnose van de kokkel vast te stellen in het raadszaam om de hulp van een cardioloog (hartspecialist) en een dermatoloog (huidspecialist) in te roepen. Een oudere wetenschappelijke naam van de kokkel is Cardium edule. Cardium komt van het Griekse kardia = hart, omdat het doublet van opzij hartvormig is. Vandaar hartschelp en de Duitse naam Herzmuschel. De huidige wetenschappelijke geslachtsnaam is Cerastoderma. Cerastus (Lat.) betekent gedoornd en derma (Gr.) betekent huid. De bruine hoornige opperhuid bij levende dieren is de verklaring van deze naam.
De kokkel staat op dit moment zeer in de politieke belangstelling vanwege de schelpdiervisserij in de Waddenzee. Edule betekent eetbaar of smakelijk en daar is het de vissers om te doen.
De Nederlandse naam kokkel komt van het Franse coquille = schelp, dat op zijn beurt stamt uit het Latijn. Conchula is kleine schelp, het is samengesteld uit concha = schelpdier of mossel dat is afgeleid van het Griekse konchè = mossel en –ula een verkleinwoord. Het woord heeft dus in de loop der tijd van soort gewisseld.
De Engelse naam, cockle en de Franse naam coque hebben dezelfde stam als kokkel. Andere Nederlandse namen zijn Eetbare hartschelp en kokhaan.
Een tweede Nederlandse soort is de brakwatermossel, Cerastoderma lamarcki. Deze kokkel verdraagt water met een laag zout gehalte (brak) en komt zelfs op veel plaatsen binnendijks voor. Jean Baptiste Pierre Antoine de Monet, Comte de Lamarck (1744-1829) was behalve verzamelaar van schelpen en schrijver van boeken over schelpen ook naamgever van een groot aantal weekdiergeslachten. Zo zijn bekende genera als Nucula, Modiolus, Cyprina, Venerupis, Petricola, Lutraria, Turritella, Calyptraea, Crepidula en Loligo door hem beschreven. Dat Reeve in 1845 de brakwatermossel als varieteit lamarcki van Cardium edule naar hem vernoemt, is in dat licht gezien een beetje magertjes.

