Anomia
Paardenzadels
Tekst Lodewijk van Duuren, 5 november 2007
Anomia Linnaeus, 1758
Anomia ephippium (Linnaeus, 1758)
Nederlands: Paardenzadel, Zadeloester
Duits: Sattelmuschel, Zwiebelmuschel
Engels: Common Saddle Oyster, Jingle Shell
Deens : Saddeløsters
Frans : Feuille de rose, Pelure d’oignon,
Huître fer-à-cheval, Anomie
Er zijn twee verklaringen voor de betekenis van de genusnaam. De onregelmatige vorm, die is aangepast aan de ondergrond, waarop het dier is vastgehecht leidt tot anomia (Grieks) = wetteloosheid, onwettigheid. Entrop voegt daar nog aan toe: bandeloze groeier. Anomos = wetteloos, onwettig, ongediciplineerd. De bolle rechterklep die niet gelijk is aan de platte linkerklep leidt mogelijk tot anomoios (Grieks) = ongelijk, niet gelijk. (an = niet + homos = gelijk).
De soorttoevoeging ephippium (Lat.) betekent paardendek of paardenzadel.(Gr hippos = paard). Ook in andere talen is het zadel terug te vinden.
De Fransen hebben voor deze soort een aantal prachtig klinkende namen die achtereenvolgens vertaald kunnen worden als rozenblaadje, uienschil en hoefijzer-oester. De laatste naam is waarschijnlijk geïnspireerd door de inbochting in de rechterklep voor het doorlaten van de byssusdraden. Ook in één van de Duitse namen (Zwiebel = ui) komt de gelijkenis met een ui(enschil?) naar voren. De kleur van de schelp is lichtgeel tot donkerpaars.

