Thecacera
Mosdierslakken
Mosdierslakken – Polyceridae
Harlekijnslak - Polycera quadrilineata
Duits: Hörnchenschnecke
Deens: Stribet nøgensnegl
Groene mosdierslak - Polycera nothus
Gestippelde mosdierslak - Thecacera pennigera
Omdat de soorten van deze familie mosdiertjes (Bryozoa) eten, heten ze mosdierslakken. De naam Polycera is samengevoegd uit polu (Gr.) = veel en keras = horen. Naar de vingervormige uitsteeksels op de rug en de kop.
Deze uitsteeksels geven de Harlekijnslak het uiterlijk van een harlekijnsmuts met zijn kenmerkende punten. Quadrilineata (Lat.) = met vier lijnen en slaat op de uitsteeksels of op de strepen op het lichaam.
De kleur van Polycera nothus is zeer donkergroen tot geelgroen, vandaar de naam Groene mosdierslak. Nothus betekent onecht of bastaard en slaat op de (onduidelijke) taxonomische positie ten opzichte van verwante soorten.
Theca (Lat.) = doos, foedraal, koker en thècè (Gr.) = bewaarplaats, kist, schede. Bij een aantal soorten van deze familie, zoals bij de Gestippelde mosdierslak, zijn de rhinophoriën (uitsteeksels op de kop) intrekbaar in een opstaande schede. Het tweede deel van de genusnaam -cera komt van keras (Gr.) = horen.
Pennigera (Lat.) betekent met veren, veren dragend en heeft bij deze soort te maken met de kroon van drie tot vijf, twee- of drievoudig geveerde kieuwen. Het lichaam de Gestippelde mosdierslak is min of meer gelijkmatig bezaaid met oranje vlekken en gele en zwarte stippen.

