Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANM Etymologie Zeenaaktslakken Corambe
Navigation
Document Actions

Corambe

Schijfslakken

Zuiderzee-schijfslak – Corambe obscura

Coenraad Kerbert (1849-1927), de directeur van Artis, beschreef in 1886 de soort Corambe batava, een zeenaaktslakje met de Nederlandse naam Zuiderzeeschijfslak. In 1881 werd de eerste vondst van deze soort gedaan bij de pieren van Durgerdam. Hier leefden de slakken in vrij grote aantallen. De soort kwam alleen voor in de Zuiderzee en Zuidelijke Waddenzee

Lange tijd heeft men gedacht dat dit een endemische Nederlandse soort (de enige endemische weekdiersoort in Nederland!) was. Later bleek dat de soort afkomstig was van de oostkust van Noord-Amerika. Waarschijnlijk is de soort met ballastwater in schepen naar ons land gekomen. Met de afsluiting van de Zuiderzee en het ontstaan van het zoete IJsselmeer verdween deze brakwatersoort geheel uit Nederland. De laatste vondst is gedaan in 1932. Corambe batava bleek overigens een synoniem te zijn van een al bestaande naam Corambe obscura.

De naam Corambe is door de Deense arts en zeenaaktslakken deskundigeRudolph Bergh gegeven. Uit een artikel van H. Fischer in het Bulletin scientific de la France et de la Belgique is de achtergrond van de naam bekend. In een voetnoot van dit artikel beschrijft hij de etymologie van de genusnaam. “Monsieur Bergh” ontleende de naam aan Corambé een persoon uit het boek “Histoire de ma Vie” van George Sand (1804-1876).

De Batavi of Bataven is een Germaanse volksstam die de streek tussen Waal en Rijn bewoonde. De naam leeft nog voort in de Betuwe. Ook in enkele weekdierennamen leeft deze naam voort, zoals bovenstaande soort en Unio crassus batavus, de Bataafse stroommossel. De soortnaam obscurus = donker of duister verwijst naar de kleur, deze is geelachtig met zwarte vlekken, geheel zwart of donkerbruin.

De naam Zuiderzeeschijfslak dankt de soort aan het voorkomen in de voormalige Zuiderzee en aan het ronde schijfvormige lichaam.