Cadlina
Kaalslakken
Kaalslak - Cadlina
Kaalslak, Gladde doris - Cadlina laevis
Het midden van de rug van deze soort is doorgaans geheel glad, maar naar de randen toe komen verspreid op het lichaam lage wratten voor. De naam Kaalslak en de soorttoevoeging leavis (Lat.) = glad slaan op deze eigenschap.
Alle Nederlandse vondsten van deze soort stammen uit de negentiende eeuw. In de twintigste eeuw is deze soort niet meer aangetroffen. De betekenis van de genusnaam Cadlina is mogelijk een afleiding van kata (gr.) = naar beneden, neder, geheel en al en lineos (gr.) = linnen (Muniz Solis, 2002).

