Dentalium
Olifantstandjes
Dentalium Linnaeus, 1758
Familie: Dentaliidae
Alle vertegenwoordigers uit de Classis Scaphopoda lijken op miniatuurolifantstanden en heten daarom olifantstanden, olifantstandjes, stoottanden, tandschelpen of tandhorens.
Vanwege de karakteristieke vorm van de voet die in de verte aan een boot doet denken heet de klasse Scaphopoda. Scaphè betekent in het Grieks boot en podos voet. In het Duits heet deze groep weekdieren Kahnfüsser (Kahn= roeiboot), in het Deens Søtænder (= zeetanden), in het Engels Tooth Shells of Tusk Shells (Tusk = slagtand), in het Spaans Diente de elefante en in het Frans Scaphopodes
Een aantal soortnamen verwijst ook naar de gelijkenis met een olifantstand zoals Dentalium eboreum, het Ivoren stoottandje (ebur, eboris Lat. = ivoren) en Dentalium elephantinum, de Reuzentandslak, in het Engels Elephant Tusk Shell. De naam Dentalis komt ook van dentalis, dens (lat., 2e naamval dentis) = tand en –alis = toebehoren aan.
Dentalium entalis Linnaeus, 1758
Dentalium vulgare Da Costa, 1778
In Nederland komen twee soorten voor Dentalium entalis, Gladde olifantstand en Dentalium vulgare, Zwakgeribde olifantstand. Entalis komt ook van dentalis, dens (2e naamval dentis) = tand en –alis = toebehoren aan. De Nederlandse namen slaan op het uiterlijk van de schelp. Vulgare (lat.) betekent gewoon, beide soorten spoelen echter zelden op de Nederlandse stranden aan.
Dentalium pretiosum Sowerby, 1860
Enkele soorten uit de Scaphopoda hebben speciale betekenis voor de mens. Indianen verzamelen de olifantstandjes en verwerken deze tot sieraad of gebruiken ze als geld. Het is de soort Dentalium pretiosum, Indian Money Tusk, Indiaans Geld-stoottandje. Pretiosum betekent kostbaar, van hoge waarde. Een bij Nieuw-Guinea levende soort die 12 ½ cm lang kan worden, wordt door de Papoea’s gebruikt als versiering door het neustussenschot, door de onderlip of door de oorlel.

