Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANM Etymologie Inktvissen Sepia
Navigation
Document Actions

Sepia

Zeekatten p.p.

Sepia Linnaeus, 1758
Familie: Sepiidae

De eigenschap van de inktvissen, om zich bij naderend gevaar te hullen in een wolk ‘inkt’ bezorgde deze groep de naam inkt-vissen. Sepia is behalve de genusnaam van de zeekat ook de naam van de bruine waterverf die bereid is uit het zwarte vocht dat in de inktzak van de gewone inktvis voorkomt. Sepia is een oorspronkelijke Latijnse benaming voor inktvis. De inwendige rugschilden van de zeekat spoelen soms massaal aan op de Nederlandse stranden. Deze rugschilden hebben ook in een aantal talen een eigen naam gekregen. In het Nederlands heet het zeeschuim of sepiabeen, in het Frans os de seiche, en in het Engels cuttlebone. In het Duits heet het der Schulp, ongetwijfeld verwant met het Fries skulp voor schelp en met de uitdrukking ‘in je schulp kruipen’.
Behalve dat deze rugschilden als geneesmiddel zijn gebruikt, zijn er nog veel andere toepassingen. Als poeder gebruikten de goudsmeden het in plaats van vormzand en de ivoorbewerkers gebruikten het als polijstmiddel. In veel vogelkooien hangen de rugschilden om de kalkbehoefte te stillen en om de snavels te scherpen.

Sepia officinalis Linnaeus, 1758
Nederlands: Zeekat, Gewone inktvis, Tienarmige inktvis
De wetenschappelijke naam is Sepia officinalis L. De soorttoevoeging officinalis betekent dat de soort als geneesmiddel in gebruik is. Het Nederlandse officinaal betekent “in de apotheek verplicht voorhanden”. Het is evenals officinalis afgeleid van het Latijnse officina = werkplaats, in het bijzonder voor apotheek of boekdrukkerij. Sepia officinalis is al bij Dioscorides en Galenus als oogmiddel, huid- en tandreinigingsmiddel bekend. Ibn Baither vermeldt ook het gebruik tegen gonorroe en als steen- en urineafdrijvend middel. Tot in de negentiende eeuw komt het, als poeder bereid uit het rugschild, in de artsenijboeken voor, onder de naam ossa sepiae (= sepia beenderen). Als homeopathisch middel is het nog steeds bekend onder de naam Sepia. Niet het rugschild maar de gedroogde inhoud van de inktzak vormt de basis van deze medicijn.
De zeekat is de meest algemene inktvissoort van de Nederlandse kust; een soort die behoort tot de groep van de tienarmige inktvissen. Gewone inktvis en tienarmige inktvis zijn daarom voor de hand liggende benamingen. Albertus Seba (1734) geeft als verklaring voor de naam het volgende: “Het hoofd gelykt een kattekop, en heeft grote uitpuilende oogen gelyk de Katten of Schelvisschen”. Het patroon van dwarsstrepen op de rug van het dier, gelijkend op die van een Cyperse kat, zal zeker ook bijgedragen hebben aan de naam zeekat.
Zeekatten kunnen zeer snel van kleur verschieten, wat hun de bijnaam kameleon van de zee heeft bezorgd. De Franse naam seiche of sèche is afgeleid van sepia, de Engelse naam (common) cuttlefish van een oude Engelse naam cudele. De Duitse naam (Gemeiner) Tintenfisch (Tinte = inkt) slaat evenals de Nederlandse naam Gewone inktvis op de eigenschap een zwarte vloeistof af te kunnen scheiden.

Sepia bandensis Adam, 1939
De soortnaam bandenis betekent afkomtig van de Banda eilanden.