Helix
Wijngaard- en Segrijnslak
Tekst Lodewijk van Duuren, 5 november 2007
Helix Linnaeus, 1758
Helix pomatia Linnaeus, 1758
Nederlands Wijngaardslak
“…ik beloofde mijnen medischen student, behalve de schatten van de Breezaap, ook nog bloeiende exemplaren van Aristolochia Clematitis op den weg tusschen Zomerzorg en Velzerend en, daar hij ook eene verzameling van conchiliën er op nahield, stond hij in lichterlaaie verrukking, toen ik hem verzekerde dat op de hoogte der Blauwe Trappen de wijngaardslakken over uw laarzen kruipen of 't zoo niets is.” Een citaat uit het verhaal “Een onaangenaam mensch in de Haarlemmerhout” uit de Camera Obscura van Nicolaas Beets.
In zijn boek Na Vijftig Jaar geeft hij nog een nadere toelichting op dit fragment met de verzamelaar van schelpen (= conchiliën). “Op de hoogte der Blauwe Trappen kruipt het nakroost der wijngaardslakken van 1839 over de laarzen der tegenwoordige liefhebbers, met de getrouwheid der kinderen der natuur aan oorden en plaatsen, waar zij eenmaal hebben postgevat, en de mensch ze niet verjaagt” en “waar zij gevonden wordt, kan men nog nagaan dat zij ingevoerd geworden, en later, om zoo te zeggen verwilderd”.
L.J.M. Butot vermeldt in zijn artikel “De geschiedenis van de verspreiding van de Wijngaardslak langs de duinzoom” dat in 1970 nog steeds, zij het in veel mindere mate, wijngaardslakken in Bloemendaal voorkomen. De vindplaatsen van de Wijngaardslak in Nederland zijn, evenals bij Bloemendaal terug te voeren op invoering door de mens. Max Weber schrijft over het voorkomen van de slak op de buitenplaatsen bij Haarlem. Hij meent dat de dieren door Spanjaarden geïmporteerd werden omdat de slak in den omtrek van Haarlem Caracolle heet, een Spaanse naam. De huidige Spaanse naam is Caracol de la vi?a of Caracol borgo?a. Het Franse escargot is afgeleid van de Spaanse naam. In Frankrijk heten ze Escargot de Bourgonge of Escargot vigneron. De Zuid-Nederlandse namen caracol, karakol of karkol zijn eveneens van caracol afgeleid.
Niet alleen de Spanjaarden, ook de Romeinen worden als beschouwd als mogelijke importeurs van de wijngaardslak. In Engeland heet de soort Roman snail. Een andere naam is Apple snail, waarschijnlijk een verkeerd begrepen wetenschappelijke soortnaam, want de pomatia is niet afgeleid van pomum (Lat.) = appel, maar van poma = deksel. Pomatia betekent voorzien van een deksel. Het slaat op het kalkachtige dekseltje, waarmeer de slak zijn huisje tijdens de winter kan afsluiten. Op de tocht van Napoleon naar Rusland kregen de soldaten de winterslakken mee als - op een natuurlijke wijze ingeblikt - voedsel. Velen beschouwen de wijngaardslak als een delicatesse, maar in ieder geval is de slak eetbaar, vandaar de Engelse naam Edible snail.
In veel landen is de soort wettelijk beschermd en is het verzamelen in de vrije natuur niet meer toegestaan. De slakken die nu in de handel komen zijn meestal van slakkenkwekerijen afkomstig. Vroeger at men de slak ook als vastenspijs, omdat het eten van slakken in de vastentijd geoorloofd is.
Hoewel de soort niet specifiek aan wijngaarden gebonden is, komt dit wel in veel namen tot uitdrukking: wijngaardslak, Weinbergschnecke (Duits), Vinbjergsnegl (Deens), Caracol de la vina (Spaans) Escargot vigneron (Frans). Zowel Weinberg, vinbjerg, vina als vigneron betekenen wijngaard.
Helix aspera Müller, 1774
Nederlands: Segrijnslak
De volledige wetenschappelijke naam is Helix aspersa Müller, 1774. De genusnaam Helix betekent in het Latijn spiraal of horentje van een slak, deze Latijnse naam is afgeleid van het Griekse helix met de betekenis "gedraaid". Het tweede deel van de naam "aspersa", dat samen met de genusnaam de soortnaam vormt, betekent bestrooid of bespat, hetgeen is afgeleid van het kleurenpatroon op het huisje.
Het derde deel van de wetenschappelijke naam is de naam van de auteur die de soort voor het eerst heeft beschreven. In dit geval O.F. Müller die de soort in 1774 beschreef aan de hand van exemplaren die in Italië verzameld waren. De Nederlandse naam Segrijnslak is afgeleid van segrijn. Segrijn of chagrijn (< chagrin, frans; < sagri, Turks) is fijn leer met een korrelig oppervlak. Dit slaat op de onregelmatige oppervlaktestructuur van de schelp. In culinaire kringen is de slak ook bekend als Kleine wijngaardslak. De Engelse naam van de soort is Brown garden snail, verwijzend naar de kleur van de schelp en zijn biotoop. De Duitse en Franse naam zijn Gefleckte Weinbergschnecke en Escargot petit-gris.

