Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANM Etymologie Landslakken Cochlicopa
Navigation
Document Actions

Cochlicopa

Agaathorens

Cochlicopa Risso, 1826
Familie: Cochlicopidae

Evenals bij het genus Cochlodina is het eerste deel van de naam afgeleid van kochlos (Gr.) = schelp met een spiraalvormig huisje. Het tweede deel van de naam –copa is mogelijk afgeleid van copia (Lat.) = overvloed. Mogelijk naar de verscheidenheid aan soorten van dit genus. Maar volgens Rafael Muniz Solis is dit deel afgeleid van copa (lat.)= herbergierster.


Cochlicopa lubrica
Nederlands: Glanzende agaathoren
Engels: Slippery snail
Duits: Gemeine Achatschnecke
Deens: Agatsnegl

Cochlicopa lubricella
Nederlands: Slanke agaathoren
Duits: Kleine Achatschnecke
Engels: Least slippery snail
Frans: Zue brillante
Deens: Lille agatsnegl

Cochlicopa repentina
Nederlands: Middelste agaathoren
Duits: Mittlere Achatschnecke

Het is niet gemakkelijk de drie soorten van dit genus te onderscheiden. De soort Middelste agaathoren neemt een tussenpositie tussen beide soorten in, vandaar dat de naam middelste is gekozen. De soortnaam repentina (Lat.) betekent plotseling, onverwacht en heeft zeer waarschijnlijk te maken met de latere ontdekking van deze soort.
De agaathorens zijn genoemd naar de gladde en glanzende agaatsteen. Zowel lubrica (Lat.) als lubricella betekenen glad, glibberig, waarbij de laatste ook de verkleiningsuitgang –ella heeft. Dit naar aanleiding van zijn iets kleinere afmetingen ten opzicht van lubrica.
Het huisje van de Glanzende agaathoren is het meest glanzend van beide soorten.