Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANM Meer over ANM Wat is het ANM?
Navigation
Document Actions

Wat is het ANM?

Het ANM is een 'Atlasproject' dat zich bezighoudt met onderzoek naar de verspreiding en het voorkomen van 'mollusken' in Nederland. (Mollusken zijn week- of schelpdieren, zoals slakken, tweekleppigen, inktvissen, keverslakken etc.). Wie de term 'mollusken' voor het eerst hoort, raden we aan eerst de intro-pagina te bekijken.

Het ANM is eind 1997 ontstaan als samenwerkingsverband tussen Stichting ANEMOON, de Nederlandse afdeling van het European Invertebrate Survey EIS-Nederland en de 'ANM-projectgroep', bestaande uit Nederlandse malacologen (weekdierdeskundigen). Aan het project wordt inmiddels meegewerkt door tal van organisaties, waaronder  de Nederlandse Malacologische Vereniging (NMV), de Strandwerkgemeenschap (SWG), de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN), het Nederlands Instituut Onderzoek der Zee (NIOZ), het Rijks Instituut voor Visser Onderzoek (RIVO), de STOWA en nog een aantal andere natuurverenigingen, instellingen en particulieren.

Het ANM-project heeft zowel betrekking op mariene (zee-)mollusken als op terrestrische soorten (land) en molluskensoorten uit de diverse binnendijks gelegen aquatische milieus (zoetwatermollusken). Het ANM is kortom, gericht op de gehele inheemse molluskenfauna.

Doel

Het hoofddoel van het ANM is inzicht te krijgen in de vroegere en huidige verspreiding van de 300-350 inheemse Nederlandse molluskensoorten én in de mate waarin de soorten en hun biotopen worden bedreigd. Om dit inzichtelijk te maken, is het de bedoeling eerst een betrouwbaar digitaal bestand op te bouwen met mollusken waarnemingen. Daarna zullen in de loop van 2007 t/m 2010 verspreidingatlassen worden gepubliceerd:

1. Mariene  Mollusken (exclusief mariene naaktslakken): 2007
2. Mariene Naaktslakken: 2008
3. Landmollusken: 2009
4. Zoetwatermollusken: 2010

Atlasprojecten

De gebruikelijke methode om aan te geven waar bepaalde zaken op aarde zich bevinden, is een (land-) kaart. Een boek (album) met meerdere bijeengevoegde kaarten noemen we, zoals vrijwel iedereen weet, een 'Atlas'.
De naam Atlas stamt uit de griekse mythologie. Atlas was een reus die de hele aardbol op zijn schouders droeg.

Binnen het onderzoek naar de verspreiding van organismen wordt de vraag 'where lives what?' (waar leeft wat?) meestal ook inzichtelijk gemaakt aan de hand van kaarten. Hierop staan dan met stippen of andere symbolen de lokaties aangegeven waar soorten voorkomen, of aangetroffen zijn. Een bundeling van dergelijke 'verspreidingskaarten' van een groep organismen noemen we een verspreidingsatlas.

Voor veel dier- en plantengroepen in ons land bestaan al dergelijke atlassen. Ze zijn zonder uitzondering het resultaat van jarenlang nauwgezet veldwerk en materiaalonderzoek door vele tientallen (honderden) waarnemers en onderzoekers. De vele werkzaamheden benodigd om uiteindelijk te kunnen komen tot een goede en betrouwbare verspreidingsatlas, zijn gewoonlijk samengevoegd onder de noemer 'Atlasproject'.

Bij veel Atlasprojecten is de totstandkoming van een verspreidingsatlas echter al lang niet meer het (enige) doel. Afhankelijk van de gekozen weergave-vorm, kunnen aan de hand van de kaarten in een atlas conclusies worden getrokken over landelijke, regionale en lokale verspreiding van soorten, en over bepaalde aan fysisch-geografische parameters gebonden patronen. Wanneer per soort op de kaarten verschillende tijdsperioden worden weergegeven, ontstaat ook informatie over toe- of afname van soorten. Informatie uit atlasprojecten kan dan vervolgens worden toegepast op het gebied van beheer en bescherming en is daarmee belangrijk voor onder meer gebiedsbeherende instanties.
De conclusies afgeleid uit verspreidingsgegevens kunnen worden gebruikt bij de samenstelling van 'Rode Lijsten' en bij het opzetten van monitoringonderzoek (volgen van soorten of lokaties in de tijd).

Aldus kan verspreidingsonderzoek direct of indirect leiden tot bescherming en herstel van soorten en hun biotopen. Met dit alles zal duidelijk zijn dat het woord 'Atlasproject' zowel de samenstelling van kaarten, als een 'alomvattend reuzenproject op het gebied van verspreidinsgsonderzoek' (Atlas met de wereldbol) kan omvatten. Dit geldt ook voor het Atlasproject Nederlandse Mollusken.

Meedoen met de mollusken-inventarisatie

Om een goed beeld te krijgen van het voorkomen van de Nederlandse molluskensoorten, zijn álle gegevens belangrijk van mollusken die binnen de Nederlandse landsgrenzen leven. Dus zowel waarnemingen gedaan door deskundigen, alsook waarnemingen van alle mogelijke vrijwilligers en 'amateurs' (natuurliefhebbers, verzamelaars, 'soortenscoorders' en andere geïnteresseerden). In het algemeen gelden bij alle vormen van landelijk verspreidingsonderzoek met vrijwilligers de volgende twee simpele, onlosmakelijk met elkaar verbonden 'regels':

  • Hoe meer waarnemingen bijeengebracht kunnen worden, hoe vollediger het beeld
  • Hoe meer waarnemers, hoe meer waarnemingen

En ook voor verspreidingsonderzoek van mollusken geldt, misschien nog wel meer dan voor andere organismen, dat ook niet-deskundigen (leken, beginners, mensen die -nog- niets weten van mollusken) óók belangrijke informatie kunnen verzamelen.

Naast deze website wordt ook een 'papieren' handleiding ontwikkeld voor alle medewerkers van het Atlasproject Nederlandse Mollusken. Er wordt ingegaan op vragen als: 'Waar leven mollusken', 'Waarop moet ik letten bij het determineren', 'Hoe inventariseer ik een bepaald gebied', 'Hoe leg ik mijn gegevens vast en geef ik ze door' en 'Wat doe ik met verzameld materiaal'. Antwoord op veel van die vragen kunt u overigens ook elders op deze website aantreffen.

Ondanks het feit dat aan het opstellen van de tekst voor website en handleiding de nodige aandacht is besteed, is het onmogelijk op álle vragen een antwoord te geven. Natuurlijk hopen we dat, naast de vele tientallen 'kenners' ook zoveel mogelijk beginners met het ANM willen meedoen. Omdat volledige begeleiding in het veld echter onmogelijk is, wordt van de waarnemers wél een hoge mate van zelfwerkzaamheid verwacht bij het inventariseren, monsteren en noteren van gegevens. Daarbij is enige achtergrondkennis over het zoeken en monsteren in verschillende biotopen nodig, evenals een zekere soortenkennis.

Gelukkig is het merendeel van de Nederlandse molluskensoorten met wat oefening goed (vooral aan de schelp) te herkennen. Dit geldt echter niet voor álle soorten. Met name beginners, maar ook 'gevorderden' zullen dus ongetwijfeld voor determinatieproblemen komen te staan. Bekende probleemgroepen zijn bijvoorbeeld de (land-)naaktslakken en de zoetwater-erwtenmosseltjes (Pisidiums).

Met moeilijke determinaties kunt u terecht bij de ANM-coördinator, bij één van de andere ANM-medewerkers of bij meerdere musea en verenigingen in het land. Het is dan meestal wel noodzakelijk materiaal te verzamelen (schelpen en/of hele dier). Om deze laatste reden worden in de handleiding ook aanwijzingen met betrekking tot verzamelen en conserveren opgenomen. Verzamelen van levende dieren is echter lang niet in alle gevallen nodig. Voor een determinatie van schelpdragende soorten is het verzamelen van lege schelpen vaak ruim voldoende. Daarnaast kunnen foto's en/of schetsen vanzelfsprekend ook een belangrijke bron van informatie zijn.

U kunt zich als waarnemer aanmelden via de aanmeld-pagina.

Voor adressen van organisaties en projectgroep-leden klikt u hier.