Mee doen?
U bent al een waarnemer vóór u 'slak' kunt zeggen, want in alle vakken zitten slakken
Stel u zit in uw tuin, of in die van de gemeente, het Rijk of van iemand anders. U heeft even niets beters te doen (of wél, maar daar even geen zin in). Iets verderop ligt een tak, een plankje of een steen in het vochtige gras. Die raapt u op, of draait u om. Opeens gaat er (letterlijk) een wereld voor u open: onder de steen blijken allerlei organismen verscholen te zitten. De meeste daarvan (een kevertje, spinnetje, wat pissebedden of mieren) zoeken snel een veilig heenkomen. Sommige dieren zíjn echter niet zo snel, of verroeren zich niet of nauwelijks. Daar zit bijvoorbeeld een wat week, rubberachtig dier, dat het duidelijk niet leuk vindt opeens in het licht te zitten. Het begint langzaam te kruipen. Maar pas als er uit de kop opeens een paar tentakels te voorschijn komen, met de bekende ogen op steeltjes, dan weet u opeens dat het een naaktslakje moet zijn. Als u verder goed kijkt, blijken er aan de onderkant van de steen of het plankje ook nog andere slakken vastgekleefd te zitten. Deze hebben wél slakkenhuisjes en zijn -meestal- niet bijster groot. Maar wel erg mooi van vorm, glans en kleur. U weet het misschien niet, maar u bevindt zich nu in een kritieke fase van uw leven. In dit stadium zijn namelijk twee scenario's mogelijk:
- U doet verder niets. Plankje terugleggen of weggooien, einde verhaal. (Maar dan is de kans ook klein dat u dit leest).
- U kijkt wat aandachtiger naar de slakjes, vooral naar die met huisjes. U begint verschillen te ontdekken. U neemt zich voor in een boekje te kijken welke slakkensoorten het eigenlijk zijn.
Als u in geval van scenario b) de vervolgens ontstane, eveneens kritieke, fase doorloopt, namelijk het daadwerkelijke opzoeken wat u gezien heeft, dan is de kans groot dat u geïnteresseerd blijft. Want wie zich eenmaal interesseert voor mollusken, of in elk geval voor de vormen en kleurenpracht van de schelpen ervan, komt daar maar moeilijk vanaf. En wie eenmaal weet wat ie heeft gevonden of gezien, en bovendien ook nog weet wáár, is automatisch een waarnemer geworden. Bent u er tenslotte van overtuigd dat het nuttig is uw veldwaarnemingen door te geven, dan kunt u het eigenlijk niet maken om NIET met het ANM mee te doen...
Natuurlijk zijn er nog legio andere scenario's denkbaar hoe u met mollusken en hun schelpen in aanraking kunt zijn gekomen. U kunt gewoon langs het strand lopend geboeid zijn geraakt door de aangespoelde schelpen, of al pruttend met een schepnetje in de sloot allerlei waterslakken hebben ontdekt, of zelfs mopperend of vloekend op de (paar) soorten die uw sla- of andere tuinplanten opvreten tegen wil en dank geïnteresseerd zijn geraakt in deze diergroep.
Naar schatting zijn er in Nederland vele honderden mensen die op de één of andere manier met 'mollusken' bezig zijn. Gezamenlijk moeten we toch in staat zijn om dat kleine landje van ons nauwkeurig op mollusken te bekijken?
Vandaar dat nu dus het Atlasproject Nederlandse Mollusken bestaat.
U wilt vast wel meedoen?
Of wilt u eerst meer weten over het Atlasproject?

