Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANM Meer over ANM Veel voorkomende vragen (FAQ) Veel Voorkomende Vragen (FAQ) over Mariene mollusken (zee: zout water)
Navigation
Document Actions

Veel Voorkomende Vragen (FAQ) over Mariene mollusken (zee: zout water)

Beantwoording van VVV's (Veel Voorkomende Vragen), ook wel FAQ (Frequently Asked Questions) over weekdieren uit het mariene milieu (de zee). Tevens beantwoording losse vragen binnengekomen per mail.

 

MOLLUSKEN UIT ZOUT WATER: Algemeen


Hoeveel weekdieren komen er in het Nederlandse deel van de Noordzee voor?

Helemaal precies is dat niet te zeggen, omdat je eigenlijk het hele Nederlandse deel van het Continentale Plat moet meerekenen, een gebied dat groter is dan heel Nederland zelf. Aangenomen mag worden dat er in dat deel van de Noordzee plus alle zoute kustwateren, tussen de 300 en 350 soorten weekdieren leven. Daarbij zijn dan ook de zeenaaktslakken (slakken zonder schelp) gerekend.

 

Wat is het 'Mariene milieu'?

'Marien' betekent 'de zee betreffend, op de zee betrekking hebbend'. Kortom: alles dat voorkomt bij of in de zee, of wordt gevormd door of in de zee of oceaan.

 

Wat is het 'binnenwater'?

Met de term binnenwater wordt al het zoete en brakke (= zoet gemengd met zout) water bedoeld, dat zich binnendijks in ons land bevindt. Het grootste deel is zoet, brak zijn wateren die aan zee grenzen, zoals Grevelingen en Noordzeekanaal etc.

 

Van welke klassen komen in het mariene milieu soorten voor?

In het Nederlandse deel van de Noordzee: veel soorten van de Bivalvia (tweekleppigen, zoals mossels), veel van de Gastropoda (huisjes- en zeenaaktslakken), een aantal van de Cephalopoda (inktvissen), enkele van de Polyplacophora (Keverslakken). Van de Scaphopoda (Olifantstandjes) spoelen voornamelijk af en toe schelpen aan. Ook een kleine wormachtige soort uit de klasse Chaetodermata wordt af en toe -in zee- gevonden.


Zijn er projecten waaraan ik kan meedoen om zeemollusken te leren kennen?

Ja. Aan het Atlasproject Nederlandse Mollusken (ANM). Zie informatie elders op deze website. Er zijn zoekkaarten, folders en een handleiding en ander educatief materiaal. Verder worden er regelmatig excursies georganiseerd (vaak in samenwerking met de Nederlandse Malacologische Vereniging) waarbij wordt gekeken (vaak per kilometervak) welke soorten er in of bij het Mariene milieu waar te nemen zijn. Stuur een mailtje naar anemoon@cistron.nl en u krijgt nadere informatie. Zie voor projecten ook het antwoord bij de vraag: 'hoe leer ik zeemollusken het beste herkennen'.

 

Wat is 'determineren'?

'Determineren' is het leren herkennen en op naam brengen van soorten.  Hiervoor zijn speciale determinatiewerken: boeken met plaatjees, beschrijvingen en vaak ook 'sleutels' waarmee soorten van elkaar kunnen worden onderscheiden.

 

Hoe zoek ik naar zeemollusken?

Veel mensen zijn voor het eerst op het strand met mollusken en hun schelpen in aanraking gekomen. U kunt langs het strand lopend geboeid raken door de aangespoelde schelpen, ze verzamelen en zelf opzoeken hoe ze heten in determinatiewerken (of op Internet, zie ook deze site onder soortinformatie). Ga van groter naar kleiner en verzamel aangespoeld 'gruis' met kleine soorten, die u er thuis uitvist. U kunt ook langs onze kunstmatige rotskusten zoeken naar soorten die op, onder en tussen de stenen leven, of u kunt mollusken zoeken (opgraven) in slikgebieden (Wadden, Zeeland) of langs schorren en kwelders. U kunt duiken en snorkelen, dreggen, vissen. Ga zelf het veld in of ga mee op excursie, bijvoorbeeld via het ANM of de Nederlandse Malacologische Vereniging. Bestudeer de ANM-zoekkaarten en schaf een of meer goede determinatiewerken aan. Zo komt u al een héél eind. En laat ons weten waar en wanneer u iets gevonden of gezien heeft. Leuke nieuwe vondsten worden gemeld in de nieuwsbrief van het ANM, die iedereen van internet kan downloaden.

 

Hoe leer ik zeemollusken het beste herkennen?

Kort gezegd: door ervaring op te doen. Schaf determinatiewerken aan. Ruim de helft van alle soorten is eenvoudig te herkennen. Natuurlijk zijn er ook soorten waarmee u beter bij experts te rade kunt gaan. Gelukkig zijn er daarvan meerdere in Nederland. Maak foto's of stuur materiaal op. Een landelijk of regionaal ANM-coördinator kan u verder helpen.

Help dus mee met het atlasproject!
Alle gegevens over levend waargenomen weekdieren zijn welkom, iedereen kan meedoen:
• door op eigen houtje inventariserend veldwerk te doen, of u aan te sluiten bij een werkgroep. Langs de kust zijn op veel plaatsen 'Strandwachters' actief, aangesloten bij het 'Strandaanspoelsel Monitoring Project' (SMP) van Stichting ANEMOON (zie elders op deze site). Duikers kunnen terecht bij het MOO
• door eventuele ‘oudere’ waarnemingen ter beschikking te stellen
• door een eigen regio-werkgroep op te richten in gebieden waar deze nog niet is en te zoeken naar mede-inventarisatoren (‘slakkenpakkers’)
• door alle waarnemingen, óók van de algemene soorten,door te geven
• door steeds in je eigen woonomgeving en in andere favoriete gebieden uit te kijken naar mollusken
Waarnemingen kunnen worden doorgegeven met behulp van formulieren  (streeplijsten) of via de website www.anemoon.org of via www.telmee.nl.
Streeplijsten en hulpmiddelen (zoekkaarten, invoerprogramma etc.) zijn te downloaden, of verkrijgbaar via de landelijk coördinator.

 

Zijn er soorten waar ik het beste mee kan beginnen?

Ja. Werk als beginner liefst van groot naar klein. Zoek naar aangespoelde soorten op het strand en tracht die ter herkennen aan de hand van literatuur en Internet (o.a. de soortinformatie op deze website). Verzamel 'gruis' dat is het kleinere en fijnere aanspoelsel dat vaak bij laagwater laag op het strand te vinden is. Neem materiaal mee naar huis. Kijk daar aandachtiger naar de slakjes en schelpjes en probeer, met literatuur erbij, verschillen te ontdekken. Zoek op hard substraat van dijken en kijk rond in schorrengebieden. Zoek eerst naar de volgens de literatuur het meest algemene soorten. Verdiep u dan steeds verder. Pas wel op: want wie zich eenmaal interesseert voor mollusken (slakken en mosselachtigen), of in elk geval voor de vormen- en kleurenpracht van de schelpen daarvan, komt daar maar moeilijk vanaf. En wie eenmaal weet wat ie heeft gevonden of gezien heeft en bovendien ook nog heeft vastgelegd wáár, is automatisch een waarnemer geworden. U bent u er vervolgens ongetwijfeld van overtuigd dat het nuttig is uw veldwaarnemingen door te geven en kunt het dan eigenlijk niet maken om NIET met het ANM mee te doen...

 

Welke hulpmiddelen heb ik nodig om in Nederland zeemollusken te vinden?

Een scherpe blik. Soms een schepnet. Als duiker uiteraard een goede duikuitrusting, idem als u alleen snorkelt. Verder altijd plastic zakken, potjes, buisjes etc. om de schelpen en aanspoelselmonsters in te doen. Bewaar levend verzameld materiaal in alcohol 70% (desnoods spiritus, maar het materiaal verkleurt dan wel). Opschrijfboekje, etiketten, watervaste viltstiften, topografische kaarten en GPS om vindplaatsen vast te leggen.

 

Welke zeemollusken zijn in Nederland beschermd?

(Nog) geen enkele. Maar er zijn diverse kanshebbers. 

 

Welke soorten zeemollusken kun je eten?

Meerdere soorten zijn eetbaar. Echt bekend als voedsel zijn vooral de Mossel Mytilus edulis en de Oesters (2 soorten: de Platte of 'Zeeuwse' oester Ostrea edulis en de Japanse oester Crassostrea gigas, ook wel 'Creuse' genoemd). Deze soorten worden in ons land ook gekweekt. Daarnaast is ook de Kokkel Cerastoderma edule gevist voor consumptie, al werden de gevangen dieren meestal getransporteerd naar het buitenland. Verder wordt in ons land ook de Wulk Buccinum undatum wel gegeten, evenals de Alikruik Littorina littorea. Maar er zijn veel meer soorten die eetbaar zijn. Buiten ons land staan mesheften, venusschelpen, strandschelpen, tapijtschelpen en nog diverse andere soorten op het menu als 'Fruit de Mer' (Frankrijk o.a.)

 

Hoe oud worden zeemollusken?

Veel soorten zijn één of meerjarig. De meeste slakken en tweekleppigen halen de 10 jaar niet. Er zijn echter diverse uitzonderingen: de Noordkromp kan meer dan 400 jaar oud worden en is daarmee het oudst bekende dier ter wereld. In tropische regionen komen ook soorten vor die heel oud kunnen worden, bijvoorbeeld de enorme doopvontschelp Tridacna gigas.

 

Hoe lang leven zeenaaktslakken?

Veel kleinere soorten 5 tot hoogstens 10 weken. Andere enkele maanden (Zie ook deze vraag op de website van de NMV).

 

Wat zijn Keverslakken?

Keverslakken hebben 8 schelpplaatjes die als dakpannen over elkaar liggen. Ze komen meestal voor op hard substraat. In ons land is alleen de Asgrauwe keverslak Lepidochitona cinereus algemeen in de slikgebieden van Zeeland en het Waddengebied. Ze leven het liefst op hard substraat, bijvoorbeeld onder stenen, op Japanse oesters en andere lege schelpen.

 

Waar kan ik terecht met verdere vragen?

Hier. Stel de vraag via email aan anemoon@cistron.nl. We proberen dan op deze plaats op de website de meest gestelde vragen, maar ook veel 'losse vragen' die binnenkomen via e-mail te beantwoorden. Op die manier hebben ook anderen er iets aan. Zie deze pagina en de pagina's over 'Weekdieren in het algemeen', het 'Atlasproject Nederlandse Mollusken' en die over 'landslakken' en 'zoetwatermollusken'.

 

 

ZEEMOLLUSKEN: Literatuur

 

Wat zijn goede boeken om Nederlandse zeemollusken mee op naam te brengen?


- Bruyne, R.H. de, 2004. Veldgids schelpen. KNNV Uitgeverij/Jeugdbondsuitgeverij, Utrecht. 224 pp.  [ISBN 90-5011-140-8].
- Bruyne R.H. de & T.W. de Boer, 2008. Schelpen van de Waddeneilanden. (Gids van de schelpen en weekdieren van Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog). Uitg. Fontaine, Kortenhoef. 360 pp. [ISBN 97890 5956 2554].
- Benthem Jutting, W.S.S. van, 1933. Mollusca (I) A. Gastropoda, Prosobranchia et Pulmonata. Fauna van Nederland VII. Sijthof, Leiden 387 p. (Uitverkocht: alleen antiquarisch)
- Benthem Jutting, W.S.S. van, 1943. Mollusca (I) C. Lamellibranchiata. Fauna van Nederland XII. Sijthof, Leiden 477 p. (Uitverkocht: alleen antiquarisch)
- Benthem Jutting, T. van & H. Engel , 1936. Mollusca (I) B. Gastropoda, Opistobranchia, Amphineura et Scaphopoda. Fauna van Nederland VIII. Sijthof, Leiden 106 p. (Uitverkocht: alleen antiquarisch)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ZEEMOLLUSKEN: Informatie per soort

 

- Paalworm Teredo navalis Linnaeus, 1758


Waarom is een paalworm geen worm?

Paalwormen lijken alleen oppervlakkig gezien op wormen. De schelp bedekt maar een klein deel van het langgerekte lichaam. De dieren leven in zelfgemaakte gangen in hout en gebruiken hun schelpjes als instrument om daarin een gang te boren. De wanden van de boorgang worden met een kalklaagje bedekt. Paalwormen leven samen (in symbiose) met bacteriën die cellulose in het hout kunnen verteren. Paalwormen kunnen enkele tientallen centimeters lang worden. In aangespoeld hout op het strand zijn vaak de lange boorgangen te vinden, met soms de dieren er nog in.

 

 

----------

 


 - Asgrauwe keverslak Lepidochitona cinereus Linnaeus, 1758

 

Waar leven keverslakken?


In ons land komt alleen de Asgrauwe keverslak Lepidochitona cinereus algemeen voor. Dit is de enige algemene vertegenwoordiger van deze weekdierklasse (Polyplacophora). Van een paar andere soorten zijn enkele waarnemingen bekend, maar in de meeste gevalle ging het om aangevoerd materiaal of incidentele vondsten van ingevoerd materiaal.  Als u stenen omdraait in de slikgebieden van Zeeland en het Waddengebied, komt u de sgrauwe keverslak soms tegen, stevig vastgezogen aan het substraat. Ook op oude grote schelpen en ander hard substraat kunnen ze zitten. De 'asgrauwe' kleur is trouwens verwarrend: er komen ook groene, bruine, bruine, rode, gestreepte en gevlekte exemplaren voor.

 

----------

 

 

- Glanzende tepelhoren Lunatia nitida

 

Hoe komen die ronde gaatjes in de schelpen op het strand?

Dat zijn de boorgaatjes van -meestal- tepelhorens.

[wordt nog verder beantwoord]

 

----------

 

- Zeekat - Sepia officinalis Linnaeus, 1758

 

Hoe komt de Zeekat aan zijn naam?

Door zijn ogen. Die doen denken aan die van een kat, met -soms- spleetvormige pupil. De dieren werden in de Middeleeuwen ook wel uitgemaakt voor 'zwemmende (katten-) kop' maar diezelfde naam (Zwemmende kop) gebruikte men ook wel voor de Maanvis Mola mola, die een 'echte vis' (Pisces) is, in tegenstelling tot de inktvissen (Cephalopda) die ondanks hun naam, tot de weekdieren behoren.

Klopt het dat 'Sepia' echte inkt is om mee te schrijven ?

Ja. In vroeger tijden werd de inkt van inktvissen inderdaad wel gebruikt om mee te schrijven. Als je een plaatje ziet van en oude man met een ganzeveer, zou het kunnen dat hij inktvis-inkt gebruikt. (De kans is echter wel klein). Sepia is trouwens ook de aanduiding van een bepaalde kleur paars.

Is Zeeschuim afkomstig van inktvissen?

Ja. Tenminste, als u de ovale kalkschilden bedoeld die soms op de stranden aanspoelen en ook in kanariekooitjes te vinden zijn. Het groengele of witte schuim op de golven en soms op het strand is (onder meer) opgeklopt eiwit, maar vermoedelijk bedoelt u dit niet. Het ovale zeeschuim-schild is de inwendig, aan de rugzijde zittende schelp van de Zeekat. Na het paren en de eiafzetting sterven Zeekatten masaal en rotten de lichamen snel weg. Alleen de schilden blijven over en drijven maandenlang in zee rond.

----------

 

- Amerikaanse zwaardschede - Ensis americanus

 

Kun je je met een 'scheermes'ook echt scheren?

Nee. Nou ja, u kunt het proberen, maar het zal niet echt lukken. 'Scheermessen' is de verzamelnaam voor zeer langwerpige en dunne schelpen van de familie Cultellidae. Tafelmesheften zijn recht, zwaardscheden zijn gebogen. De bekendste zijn het Groot en Klein tafelmesheft (resp. Ensis siliqua en Ensis minor) en de Grote, Kleine en Amerikaanse zwaardschede (resp: Ensis arcuatus, Ensis ensis en Ensis americanus).
De laatstgenoemde kwam eigenlijk niet van oorsprong in onze kustwateren voor, maar heeft zich de laatste decennia met ballastwater van schepen hierheen laten vervoeren en is hier zeer algemeen geworden. Op het strand zie je tgenwoordig voornamelijk nog 'Amerikaansen'.  De andere soorten zijn veel minder algemeen geworden. Mogelijk zijn ze verdrongen (voedsel- en habitatconcurrentie) door de invasie-soort.

----------

 

- Japanse oester - Crassostrea gigas


Wat is het verschil tussen de Japanse oester en de Portugse oester?
Oei. Moeilijke vraag. Het beste antwoord is: waarschijnlijk is er geen verschil (meer). Beide soorten zijn lang naast elkaar gekweekt en daardoor zijn ze vermengd.
[vraag wordt nog verder beantwoord]


----------

 

- Koffieboontje - Trivia arctica

 

Wat zijn kauries? Kun je die ook bij ons vinden?

Kauries (Cowries) zijn de schelpen van de familie Cypraeidae. Ze zien eruit als -vaak sterk- glanzende halfronde 'koffiebonen' met een bolle bovenbkant en een plattere onderkant met een spleetvormige mond. Ze leven in warmere streeken. Soms spoelen van twee soorten eexemplaren aan uit oude, voor de kust vergane scheepswrakken uit de VOC tijd
Er zijn echter ook twee kleine soorten 'nepkauries' uit een andere familie. Daarvan spoelen de fossiele schelpjes, afkomstig uit oudere bodemlagen, vaak aan. De levende soorten hebben echter inmiddels uit zuidelijker streken ook onze kusten bereikt en worden in Zeeland soms gezien.

[wordt nog verder beantwoord]