Veel Voorkomende Vragen (FAQ) over slakken en tweekleppigen uit zoet water
Beantwoording van VVV's (Veel Voorkomende Vragen), ook wel FAQ (Frequently Asked Questions) over slakken en tweekleppigen uit zoet water. (Tevens beantwoording losse vragen binnengekomen per mail)
ZOETWATERMOLLUSKEN: Algemeen
Hoeveel zoetwatermollusken zijn er in Nederland?
Ruim 80, maar er zijn de laatste tijd een paar soorten niet-inheemse soorten bijgekomen. Als je die meetelt zijn het er ongeveer 85.
Wat is het 'binnenwater'?
Met de term binnenwater wordt al het zoete en brakke (= zoet gemengd met zout) water bedoeld, dat zich binnendijks in ons land bevindt. Het grootste deel is zoet, brak zijn wateren die aan zee grenzen, zoals Grevelingen en Noordzeekanaal etc.
Van welke klassen komen in het binnenwater weekdieren voor?
Van twee klassen. Van de Bivalvia (tweekleppigen, zoals mossels) en van de Gastropoda (huisjes- en naaktslakken).
Zijn er projecten waaraan ik kan meedoen om zoetwatermollusken te leren kennen?
Ja. Aan het Atlasproject Nederlandse Mollusken (ANM). Zie informatie elders op deze website. Er zijn zoekkaarten, folders en een handleiding en ander educatief materiaal. Verder worden er regelmatig excursies georganiseerd (vaak in samenwerking met de Nederlandse Malacologische Vereniging) waarbij wordt gekeken (vaak per kilometervak) welke soorten er op het land, in zoet, of brak binnenwater leven, of welke soorten er in het Mariene milieu (zee) waar te nemen zijn. Stuur een mailtje naar anemoon@cistron.nl en u krijgt nadere informatie.
Wat is 'determineren'?
'Determineren' is het leren herkennen en op naam brengen van soorten. Hiervoor zijn speciale determinatiewerken: boeken met plaatjees, beschrijvingen en vaak ook 'sleutels' waarmee soorten van elkaar kunnen worden onderscheiden.
Hoe zoek ik naar zoetwatermollusken?
Ga zelf het veld in of ga mee op excursie, bijvoorbeeld via het ANM of de Nederlandse Malacologische Vereniging, bestudeer de ANM-zoekkaarten en schaf een of meer goede determinatiewerken aan. Al snel (of wat langzamer; slakken zíjn immers spreekwoordelijk traag) gaat er een wereld voor u open. Het speurwerk valt mee: lekker buiten in de natuur, schepnet door de sloot, of zoeken door het 'slootschoningmateriaal' dat de waterschappen en andere slotenschoners op de wal hebben gedeponeerd. U kunt natuurlijk ook duiken of snorkelen. Met een hark zijn soms de grote tweekleppigen (Zwanenmossels, schildersmossels etc.) uit de bodem te harken. Met dit alles kom je al een héél eind. En laat ons weten waar en wanneer u iets gevonden of gezien heeft. Leuke nieuwe vondsten worden gemeld in de nieuwsbrief van het ANM, die iedereen van internet kan downloaden.
Hoe leer ik zoetwatermollusken het beste herkennen?
Beginners denken vaak dat mollusken moeilijk herkenbaar zijn. 'Al die waterslakjes lijken op elkaar' en ‘Er zijn veel te veel schijfhorentjes’ zijn bekende kreten. Toch valt het reuze mee. Natuurlijk moet je wat ervaring opdoen. Maar dan blijkt dat ruim de helft van alle soorten eenvoudig is te herkennen. Natuurlijk zijn er ook soorten waarmee je beter bij experts te rade kunt gaan. Gelukkig zijn er daarvan meerdere in Nederland. Maak foto's of stuur materiaal op. Een landelijk of regionaal ANM-coördinator kan u verder helpen. En laat ons weten waar en wanneer u iets gevonden of gezien heeft. Leuke vondsten worden gemeld in de nieuwsbrief van het ANM, die iedereen van internet kan downloaden, of die waarnemers op verzoek toegestuurd krijgen.
Help dus mee met het atlasproject! Laat de slakken niet zakken ...
Alle gegevens over levend waargenomen weekdieren zijn welkom, iedereen kan meedoen:
• door je aan te sluiten bij een regio-werkgroep of op eigen houtje inventariserend veldwerk te doen
• door eventuele ‘oudere’ waarnemingen ter beschikking te stellen
• door een eigen regio-werkgroep op te richten in gebieden waar deze nog niet is en te zoeken naar mede-inventarisatoren (‘slakkenpakkers’)
• door alle waarnemingen, óók van de algemene soorten,door te geven
• door steeds in je eigen woonomgeving en in andere favoriete gebieden uit te kijken naar mollusken
Waarnemingen kunnen worden doorgegeven met behulp van formulieren (streeplijsten) of via de website www.anemoon.org of via www.telmee.nl. Handleiding, streeplijsten en hulpmiddelen (zoekkaarten, invoerprogramma etc.) zijn te downloaden vanaf de ANEMOON site (ANM/downloads), of verkrijgbaar via de landelijk coördinator.
Zijn er soorten waar ik het beste mee kan beginnen?
Ja. Werk als beginner liefst van groot naar klein. Probeer bijvoorbeeld eerst eens de 'najaden' (grote zoetwatermossels) te herkennen, evenals de grotere soorten poelslakken en schijfhorens. Zoek eerst de soorrten op die volgens de literatuur het 'algemeenst' zijn. Die zijn vaak ook het beste te herkennen. Werk dan naar kleiner toe. Loop langs wat slootjes en kijk in het slootschoningsmateriaal of schep met een schepnet tussen de waterplanten. Neem materiaal mee naar huis. Kijk daar aandachtiger naar de slakjes en schelpjes en probeer, met literatuur erbij, verschillen te ontdekken. Pas wel op: want wie zich eenmaal interesseert voor mollusken (slakken en mosselachtigen), of in elk geval voor de vormenpracht van de schelpen daarvan, komt daar maar moeilijk vanaf. En wie eenmaal weet wat ie heeft gevonden of gezien heeft en bovendien ook nog heeft vastgelegd wáár, is automatisch een waarnemer geworden. U bent u er vervolgens ongetwijfeld van overtuigd dat het nuttig is uw veldwaarnemingen door te geven en kunt het dan eigenlijk niet maken om NIET met het ANM mee te doen...
Welke hulpmiddelen heb ik nodig om in Nederland zoetwatermollusken te vinden?
In elk geval een goed schepnet. Een 'appelmoeszeef' (keukenzeef) aan een stok kan ook al veel wonderen verrichten. Verder potjes, buisjes etc. om de monsters in te doen. Bewaar levend verzameld materiaal in alcohol 70% (desnoods spiritus, maar het materiaal verkleurt dan wel). Opschrijfboekje, etiketten, watervaste viltstiften, topografische kaarten en GPS om vindplaatsen vast te leggen.
Hebben waterslakken bloed?
Ja, maar alleen sommige soorten. Veel soorten uit de familie Planorbidae (schijfhorens) hebben, in tegenstelling tot de meeste andere weekdieren hemoglobine in het 'bloed' zitten en daardoor rood bloed. Hierdoor zijn deze dieren in staat zuurstof efficiënter op te nemen dan andere weekdieren. Bij de meeste soorten zijn de lichaamssappen echter niet rood gekleurd.
Hoe ademen zoetwaterslakken?
Een deel van de soorten ademt met kieuwen (zoals de 'pluimdragers' waarvan de kieuwen als een soort vogelveer buiten de schelp steken) maar andere ademen met behulp van een soort longen. Deze komen soms naar boven om 'lucht te happen'. Voorbeelden zijn poelslakken en schijfhorenslakken.
Welke zoetwatermollusken zijn er in Nederland beschermd?
2 soorten:
- de Bataafse stroommossel - Unio crassus Philipsson, 1788
- de Platte schijfhoren - Anisus vorticulus (Troschel, 1834)
(Zie verder bij informatie per soort)
Zijn er schadelijke zoetwaterslakken, zo ja welke?
Ja. De Leverbotslak Galba truncatula is een amfibische waterslak, behorend in de familie Lymnaeidae (poelslakken). De leverbotsslak is tussengastheer van de leverbot Fasciola hepatica, een trematode worm, die in zijn geslachtelijke fase in de lever van schapen leeft en de gevreesde leverbotziekte veroorzaakt. Waar schapen leven en Galba voorkomt, kan zich na zware regenval een epidemie van de ziekte ontwikkelen. De slakjes kunnen zich dan massaal over vochtige weilanden verspreiden. (Daar komt de uitdrukking ‘je schaapjes op het droge houden’ vandaan). Overigens is Galba lang niet de enige soort is die zo’n tussengastheerrol speelt.
Bepaalde soorten poelslakken kunnen in buitenwater, bijvoorbeeld in bepaalde duinmeertjes verder zorgen voor 'zwemmersjeuk' [cercariën dermatitis] een ontstekingsreactie op in de huid binnengedrongen stadia van wormpjes van vogels. Ook hier is de slak niet zelf de veroorzaker, maar speelt ze een tussengastheerrol. Het gaat om meerdere soorten parasieten behorend tot het genus Trichobilharzia.
Waar kan ik terecht met verdere vragen?
Hier. Stel de vraag via email aan anemoon@cistron.nl. We proberen dan op deze plaats op de website de meest gestelde vragen, maar ook veel 'losse vragen' die binnenkomen via e-mail te beantwoorden. Op die manier hebben ook anderen er iets aan. Zie deze pagina en de pagina's over 'Weekdieren in het algemeen', het 'Atlasproject Nederlandse Mollusken' en die over 'landslakken' en 'mariene (zee-) soorten'.
ZOETWATERMOLLUSKEN: Literatuur
Wat zijn goede boeken om Nederlandse zoetwaterslakken mee op naam te brengen?
(Aanvullingen volgen nog, hieronder vast enkele titels)
- Gittenberger, E., A.W. Janssen , W.J. Kuijper, J.G.J. Kuiper, T. Meijer, G. van der Velde & G.A. Peeters, 1998. De Nederlandse zoetwatermollusken. Recente en fossiele weekdieren uit zoet en brak water. - Nederlandse Fauna 2. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden. 288 pp. [ISBN 90-5011-118-1].
- Janssen, A. W. & E. F. de Vogel, 1965. Zoetwatermollusken van Nederland. Uitgave NJN. 160 pp. (Uitverkocht: alleen antiquarisch)
- Benthem Jutting, W.S.S. van, 1933. Mollusca (I) A. Gastropoda,
Prosobranchia et Pulmonata. Fauna van Nederland VII. Sijthof, Leiden
387 p. (Uitverkocht: alleen antiquarisch)
- Benthem Jutting, W.S.S. van, 1943. Mollusca (I) C. Lamellibranchiata.
Fauna van Nederland XII. Sijthof, Leiden 477 p. (Uitverkocht: alleen
antiquarisch)
-Bruyne, R.H. de & C.M. Neckheim (Red.), 2001. Van Nonnetje tot Tonnetje, de recente en fossiele weekdieren (slakken en schelpen) van Amsterdam. Schuyt & Co, Haarlem. 207 pp [ISBN 90 6097 565 0] (uitverkocht, mogelijk nog te krijgen via St. ANEMOON)
ZOETWATERMOLLUSKEN: Informatie per soort
- Bataafse stroommossel - Unio crassus Philipsson, 1788
Waarom heet deze soort 'Bataafse' stroommossel?
Vroeger werd de uit ons land bekende vorm van deze soort tot de ondersoort Unio crassus batavus gerekend. De Batavi of Bataven (ook wel Batavieren) waren een Germaanse volksstam (sommige historici denken dat het een Keltische stam was) die de streek tussen Waal en Rijn bewoonde. Unio crassus (en zijn ondersoorten) komt voor in stromend water van rivieren en beken etc. Oude kleppen, soms zelfs doubletten spoelen vooral in het rivieren gebied nog vaak aan, hoewel deze soort sinds halverwege de zestiger jaren uit ons land is verdwenen. (De kans is echter zeker aanwezig dat hij zich weer bij ons zal vestigen.) Hoewel na later onderzoek ook de naam van de ondersoort veranderde, bleef de Nederlandse naam bestaan. De afspraak is: als een wetenschappelijke naam verandert, blijft de -eenmaal officiëel vastgestelde- Nederlandse naam bestaan. (Dat is ook bijvoorbeeld bij Jenkins waterhorentje gebeurd, die van Potamopyrgus jenkinsi, inmiddels is veranderd in Potampopyrgus antipodarum, maar gewoon 'Jenkins' waterhorentje' blijft heten.)
- Ronde beekmuts - Ancylus fluviatilis
In de Geleenbeek in Limburg vonden we op stenen een aantal 'pukkeltjes' die bij nader onderzoek mutsvormige slakjes waren. Ze lijken op hele kleine puntkokkels zoals ze in Frankrijk op de rotsen aan zee zitten. Weet u wat dit waren?
Ja. Er komen in de Nederlandse wateren meerdere mutsvormige'slakkensoorten voor. Maar de enige soort die in sterk bewogen water voorkomt is de Ronde beekmuts Ancylus fluviatilis. De schelp hiervan is in omtrek rond tot iets ovaal. Het 'topje' helt duidelijk over. De twee andere, de Ovale kapslak Acroloxus lacustris $ en de smurfslak Ferrissia clessiniana $ zijn allebei soorten van wat dichter begroeid, meestal minder bewogen water. Ze zijn beide ovaal van vorm en de top hangt niet duidelijk over. In alle gevallen gaat het om soorten van slechts enkele millimeters groot. De 'puntkokkels' die u uit Frankrijk noemde zijn schaalhorens, Patella spec. (meerdere soorten, enkele centimeters groot, de Gewone schaalhoren Patella vulgata leeft ook bij ons op basaltdijken etc.)
----------
- Driehoeksmossel - Dreissena polymorpha
Bij ons in Muiden spoelen veel zebramosseltjes aan. Kun je die eten?
Nee. De Driehoekmossel Dreissena polymorpha, zoals deze soort officieel heet, wordt niet door de mens gegeten. Wel door diverse soorten watervogels, waaronder meerdere duikeenden (Tafeleend, Topperend, Kuifeend etc.). Driehoekmossels zitten net als de eetbare mossel Mytilus edulis uit het zoute ater, vastgsponnen met byssusdraden aan hard substraat. Dat kunnen basaltblokken zijn, maar ook losliggende schelpen op een zandige of soms meer modderachtige bodem. Er is sinds kort overigens een nieuwe soort Driehoeksmossel in Nederland, de Quaggamossel Dreissenia rostriformis bugensis. Zie ook Voelpriet 6(1) van juli 2007 (klik op deze site naar: ANM-Nieuwsblad "De Voelspriet").
----------
- Schildersmossel - Unio pictorum (Linnaeus, 1758)
Waarom heet hij de schildersmosel?
Bij weekdieren spreken we meestal niet van 'hij' of 'zij', omdat de meeste soorten tweeslachtig of, met een moeilijk woord, 'hermafrodiet' zijn. Dan zitten de voortplantingsorganen van beide geslachten -man en vrouw- in een en hetzelfde individu. De schildersmossel kreeg in 1758 van Carl Linnaeus, de wetenschappelijke naam 'pictorum'. Dat betekent zoiets als 'geschilderd'$ Het verhaal gaat dat vroegere schilders, in de tijd van Rembrandt, de lege schelpen gebruikten om verf in te mengen en hun kwasten in te wassen. Of dat waar is weet niemand, maar het is wel een leuk verhaal. Er is ook een leuk rijmpje over:
Een schildersmossel uit Landsmeer,
vertelt dat schilders van weleer,
in vroeger tijd hun kwasten,
in schildersmossels wasten.
Hun kleurig parelmoer dat is,
in feite dus een erfenis
van restjes verf en vernis....
(uit: Van Nonnetje tot Tonnetje, De Bruyne & Neckheim, 2001)
----------
- Platte schijfhoren - Anisus vorticulus (Troschel, 1834)
Waarom is deze soort beschermd en andere schijfhorens niet?
----------

