Veel Voorkomende Vragen (FAQ) over landslakken
Beantwoording van VVV's (Veel Voorkomende Vragen), ook wel FAQ (Frequently Asked Questions) over landslakken. (Tevens beantwoording losse vragen binnengekomen per mail)
LANDSLAKKEN: Algemeen
Hoeveel landslakken zijn er in Nederland?
Om en nabij de 120, als je een paar nieuwkomers (niet-inheemse 'exotische' soorten die zich nu aan het inburgeren zijn) meetelt.
Zijn er projecten waaraan ik kan meedoen om landslakken te leren kennen?
Ja. Aan het Atlasproject Nederlandse Mollusken (ANM). Zie informatie elders op deze website. Er zijn zoekkaarten, folders en een handleiding en ander educatief materiaal. Verder worden er regelmatig excursies georganiseerd (vaak in samenwerking met de Nederlandse Malacologische Vereniging) waarbij wordt gekeken (vaak per kilometervak) welke soorten er op het land, in zoet, of brak binnenwater leven, of welke soorten er in het Mariene milieu (zee) waar te nemen zijn. Stuur een mailtje naar anemoon@cistron.nl en u krijgt nadere informatie.
Hoe zoek ik naar landslakken?
Ga zelf het veld in of ga mee op excursie, bijvoorbeeld via het ANM of de Nederlandse Malacologische Vereniging, bestudeer de ANM-zoekkaarten of schaf een determinatiewerk aan. Al snel (of wat langzamer; slakken zíjn immers spreekwoordelijk traag) gaat er een wereld voor u open. Het speurwerk valt mee: lekker buiten in de natuur, schepnet door de sloot, of takjes en stenen omdraaien (slakken verbergen zich vaak onder stenen en hout: draai die voorzichtig om en voilá: het is al gauw raak). Vaak ontdek je op onverwachte plaatsen opeens leuke soorten. Een goede methode is ook bodemstrooisel mee naar huis nemen, drogen, zeven en uitzoeken. veel kleine slakjes zijn zo te vinden. Met dit alles kom je al een héél eind. En laat ons weten waar en wanneer u iets gevonden of gezien heeft. Leuke nieuwe vondsten worden gemeld in de nieuwsbrief van het ANM, die iedereen van internet kan downloaden.
Hoe leer ik landslakken het beste herkennen?
Beginners denken vaak dat mollusken moeilijk herkenbaar zijn. ‘Alle slakkenhuisjes lijken op elkaar’ of ‘de naaktslakken zijn niet uit elkaar te houden’ zijn bekende kreten. Toch valt het reuze mee. Natuurlijk moet je wat ervaring opdoen. Maar dan blijkt dat ruim de helft van alle soorten eenvoudig is te herkennen. Natuurlijk zijn er ook soorten waarmee je beter bij experts te rade kunt gaan. Gelukkig zijn er daarvan meerdere in Nederland. Een landelijk of regionaal ANM-coördinator kan u verder helpen. En laat ons weten waar en wanneer u iets gevonden of gezien heeft. Leuke vondsten worden gemeld in de nieuwsbrief van het ANM, die iedereen van internet kan downloaden, of die waarnemers op verzoek toegestuurd krijgen.
Help dus mee met het atlasproject! ! Laat de slakken niet zakken ...
Alle gegevens over levend waargenomen weekdieren zijn welkom, iedereen kan meedoen:
• door je aan te sluiten bij een regio-werkgroep of op eigen houtje inventariserend veldwerk te doen
• door eventuele ‘oudere’ waarnemingen ter beschikking te stellen
• door een eigen regio-werkgroep op te richten in gebieden waar deze nog niet is en te zoeken naar mede-inventarisatoren (‘slakkenpakkers’)
• door alle waarnemingen, óók van de algemene soorten,door te geven
• door steeds in je eigen woonomgeving en in andere favoriete gebieden uit te kijken naar mollusken
Waarnemingen kunnen worden doorgegeven met behulp van formulieren (streeplijsten) of via de website www.anemoon.org of via www.telmee.nl. Streeplijsten en hulpmiddelen (zoekkaarten, invoerprogramma etc.) zijn te downloaden, of verkrijgbaar via de landelijk coördinator.
Zijn er soorten waar ik het beste mee kan beginnen?
Ja. Werk als beginner liefst van groot naar klein en van makkelijk naar moeilijk. Probeer eerst eens de wat grotere soorten te leren herkennen. Begin bijvoorbeeld met het onderscheid tussen de Tuinslakken Cepaea nemoralis (en in Limburg en op diverse andere plaatsen de Witgerande tuinslak Cepaea hortensis en Heesterslakken Arianta arbustorum. De Segrijnslak Cornu aspersa is, op de Wijngaardslak Helix aspersa na, de grootste huisjeslak. Probeer vervolgens soorten van bepaale groepen te herkennen (nog niet tot op soort maar gewoon de groepen), zoals de Clausilia's (raketjes, meerdere soorten), Blink- en glimslakken (wat plattere glimmende bruine huisjes), Haarslakken (bij vergroting met haartjes op de schelp). Zoek ook naar wat kleinere soorten, zoals de glasslakjes als (o.a.) Vitrina pellucida en de nog kleinere tonvormige soorten (Pupilla, Vertigo, Columella). etc. Heeft u er enmaal een stel -vergeet niet meten bij alle vondsten de vindplaatsen op te schrijven!- dan kunt u proberen de verschillende soorten binnen die groepen te herkennen. Begin nog maar niet meteen aan de naaktslakken, die zijn gemiddeld moeilijker dan de schelpdragende soorten, maar met een goed determinatiewerk komt u toch ook al een heel eind. Neem voor de kleinere soorten materiaal mee naar huis (bladstrooisel). Droog het daar, zeef het en zoek het uit met vergrootglas of -liefst!- en binoculaire miroscoop.
Pas wel op: want wie zich eenmaal interesseert voor slakken en andere schelpdieren, komt daar maar moeilijk vanaf. En wie eenmaal weet wat ie heeft gevonden of gezien heeft en bovendien ook nog heeft vastgelegd wáár, is automatisch een waarnemer geworden. U bent u er vervolgens ongetwijfeld van overtuigd dat het nuttig is uw veldwaarnemingen door te geven en kunt het dan eigenlijk niet maken om NIET met het ANM mee te doen...
Welke soorten landslakken kun je eten?
Meerdere soorten zijn eetbaar. Echt bekend als voedsel zijn bij ons echter vooral de Wijngaardslak Helix pomatia en de Segrijnslak Cornu aspersa (de laatste wordt ook wel 'Escargot Petit Griz' genoemd; in feite zijn dit tegenwoordig de slakken die het meeste al 'escargot' op tafel komen). Nederland kent inmiddels enkele professionele slakkenkwekerijen. In het wild mag de Wijngaardslak niet verzameld worden: het is een beschermde soort, dit geldt niet voor de Segrijnslak. In het buitenland worden overigens nog veel meer soorten gegeten. In Mediterrane landen bijvoorbeeld, kunt u levende exemplaren van de Zandslak Theba pisana per kilo kopen...
Hoe oud worden slakken?
De meeste soorten landslakken worden hoogstens 1 of 2 jaar oud, sommige soorten leven hoogstens een half jaar. Een aantal grotere soorten kunnen langer leven: van de Wijngaardslak zijn zelfs dieren bekend die tot 30 jaar werden.
Welke hulpmiddelen heb ik nodig om in Nederland landslakken te vinden?
In elk geval een paar zeven om de strooisellaag uit te zeven. Verder plastic zakken om strooiselmonsters in te doen en potjes, buisjes etc. om de slakken in te doen. Bewaar levend verzameld materiaal in alcohol 70% (desnoods spiritus, maar het materiaal verkleurt dan wel). Opschrijfboekje, etiketten, watervaste viltstiften, topografische kaarten en GPS om vindplaatsen vast te leggen.
Welke landmollusken zijn er in Nederland beschermd?
De volgende soorten zijn beschermd via de Habitatrichtlijn:
- de Zeggekorfslak - Vertigo moulinsiana (Dupuy, 1849)
- de Nauwe korfslak - Vertigo angustior Jeffreys, 1830
Onderstaande soort is via de Flora en Faunawet beschermd:
- de Wijngaardslak - Helix pomatia Linnaeus, 1758
Zijn er landslakken met bijzonder gedrag? Hoe kan ik dat bestuderen?
Ja. Uiteraard hangt het er wel vanaf van wat u onder 'bijzonder' verstaat. Naaktslakken die aan lange slijmdraden hangen om te paren zijn zeer apart om -in het wild- te zien. Het bij extreme droogte 'schuilen' hoog bovenin kurkdroge struiken is ook bijzonder. Dit doen meestal de soorten die oorspronkelijk uit armere streken komen, maar inmiddels ook in ons land ingeburgerd zijn. Bijzonder zijn ook de soorten die voornamelijk bij zware regen te zien zijn, zoals de boomnaaktslak Lehmannia marginata, die vele meters hoog op bomen rondkruipen. In het algemeen is "takkenweer goed slakkenweer" en kunt u het beste slakken bestuderen wanneer er na warm weer opeens een regenbui is gevallen.
's nachts en bij mistig weer kunnen ook veel slakken actief kruipend waargenomen worden. Bij droogte schuilen de meeste soorten op -dan nog- vochtig donkere plekjes, onder stenen, hout of in de grond. Bestuderen daarvan kan het beste in de natuur zelf. Maar kijken hoe bepaalde soorten op elkaar reageren in een terrarium kan ook uitermate boeiend zijn.
Zijn er bedreigde landslakken?
Ja. Zowel Internationaal als in ons eigen land worden veel soorten bedreigd. In $ verscheen de 'Rode Lijst $
[Deze vraag wordt binnenkort verder beantwoord]
Zijn er landslakken die nuttig zijn voor de mens, zo ja welke?
Ja. 'Nuttig' betekent onder meer 'te nuttigen'. Zie daarvoor bij de vraag over eetbaarheid. Verder zijn veel soorten uitermate nuttig, zij het dat hun rol zich afspeelt in het verborgenen $ verhaal vuilnismannetjs compost...
[Deze vraag wordt binnenkort verder beantwoord]
Zijn er schadelijke landslakken, zo ja welke?
Ja. Er zijn diverse soorten die schadelijk zijn voor de land- en tuinbouw. Echter lang niet voor alle soorten geldt dit. Veel meer dan de helft van alle soorten lijdt een onschuldig bestaan en leeft vooral van oude, dode bladeren en hout, schimmels etc. Opvallend is dat vooral soorten die van elders komen (exoten) en hier nog geen, of -te- weinig natuurlijke vijanden tegenkomen, vaak tot plaagsoort kunnen uitgroeien. Dat geldt met name voor meerdere soorten naaktslakken, maar ook bepaalde huisjesslakken. Een grote boosdoener is bijvoorbeeld de Segrijnslak Cornu aspersa. Deze hoort oorspronkelijk niet in ons land thuis, maar is inmiddels zwaar ingeburgerd en schadelijk vanwege zijn enorme eetlust voor, onder meer, veel gekweekte gewassen
Als schadelijk wordt verder ook de Leverbotslak Galba truncatula beschouwd, al is dit strikt bezien geen landslak, maar een amfibische waterslak, behorend in de familie Lymnaeidae (poelslakken). De leverbotsslak is tussengastheer van de leverbot Fasciola hepatica, een trematode worm, die in zijn geslachtelijke fase in de lever van schapen leeft en de gevreesde leverbotziekte veroorzaakt. Waar schapen leven en Galba voorkomt, kan zich na zware regenval een epidemie van de ziekte ontwikkelen. De slakjes kunnen zich dan massaal over vochtige weilanden verspreiden. (Daar komt de uitdrukking ‘je schaapjes op het droge houden’ vandaan). Overigens is Galba lang niet de enige poelslaksoort die zo’n tussengastheerrol speelt.
Zijn alle landslakken schadelijk?
Nee. Meer dan de helft van alle soorten lijdt een onschuldig, meestal verborgen bestaan en leeft vooral van oude, dode bladeren en hout, schimmels etc.
Hoe kunnen we kwetsbare landslakken beschermen?
In het algemeen: met informatie over het voorkomen. Niet alleen waarnemingen van zeldzamere soorten, maar ook van algemene. Van sommige algemene soorten, zoals van de heesterslak en de gewone tuinslak, weten we eigenlijk nog maar erg weinig met betrekking tot de landelijke verspreiding.
Wat zijn exotische landslakken?
[Deze vraag wordt binnenkort beantwoord]
Zijn exotische landslakken gevaarlijk voor ons milieu of de landbouw?
Ja en nee. 'Gevaarlijk' in de zin van 'giftig' of hinderlijk, zoals bijvoorbeeld de processierupsen, zijn exotische landslakkensoorten niet. Maar helaas is het wel vaak zo dat soorten die zich van elders hier komen vestigen, hier nog geen, of -te- weinig natuurlijke vijanden tegenkomen. Meestal betreft het soorten die zich zeer gemakkelijk en in groten getale vermenigvuldigen. En aangezien ze in tuinbouwland Nederland in een soort luilekkerland terechtkomen, kunnen ze in korte tijd behoorlijk at schade aanrichten aan gekweekte gewassen.
Kun je landslaken houden in een terrarium, wat moet ik ze te eten geven?
Ja, veel soorten wel. Met name de wat grotere, gewone soorten, zoals de Segrijnslak, Tuinslakken en Heesterslakken doen het prima in een terrarium. Geef ze wat ze in het wild ook eten: paardenbloemblad, brandnetels etc. En volg wat ze doen. het zijn leuke dieren om te houden.
Zijn er landslakken die leven van andere landslakken?
Ja. Meerdere soorten zijn aas- en vleeseters. Voorbeelden zijn de Glansslakken en Glimslakken (Oxychilus en Aegopinella)
Zijn er landslakken die in symbiose met elkaar leven?
[Deze vraag wordt binnenkort beantwoord]
Zijn er ook tweekleppigen die op het land leven?
Nee, officiëel niet. Toch zijn op het land, met name in uitdrogende milieu's als greppels, soms kleine soorten tweekleppigen van de familie der Pisidiidae (erwtenmossels) te vinden.
Waar kan ik terecht met verdere vragen?
Hier. Stel de vraag via email aan anemoon@cistron.nl. We proberen dan op deze plaats op de website de meest gestelde vragen, maar ook veel 'losse vragen' die binnenkomen via e-mail te beantwoorden. Op die manier hebben ook anderen er iets aan. Zie deze pagina en de pagina's over 'Weekdieren in het algemeen', het 'Atlasproject Nederlandse Mollusken' en die over 'zoetwatermollusken' en 'mariene (zee-) soorten'.
LANDMOLLUSKEN: Literatuur
Wat zijn goede boeken om Nederlandse landslakken mee op naam te brengen?
Hieronder vast enkele titels.
(Aanvullingen volgen nog)
- Gittenberger, E., W. Backhuys & Th. E.J. Ripken, 1984. De landslakken van Nederland (tweede druk). uitgave KNNV 184 pp. (Uitverkocht: alleen antiquarisch)
- Benthem Jutting, T. van & H. Engel , 1936. Mollusca (I) B. Gastropoda, Opistobranchia, Amphineura et Scaphopoda. Fauna van Nederland VIII. Sijthof, Leiden 106 p. (Uitverkocht: alleen antiquarisch)
LANDMOLLUSKEN: Informatie/vragen per soort
- Wijngaardslak - Helix pomatia Linnaeus, 1758
Waarom heet deze soort Wijngaardslak?
Mogelijk dacht men dacht vroeger dat de soort vooral in wijngaarden voorkwam.
Is de Wijngaardslak door de Romeinen ingevoerd?
Antwoord: (volgt nog)
Hoe worden Wijngaardslakken gegeten?
Antwoord: (volgt nog)
- Nauwe korfslak - Vertigo angustior Jeffreys, 1830
Waarom is de Nauwe korfslak door Europa beschermd?
De Nauwe korfslak staat vermeld in Bijlage II van de Europese Habitatrichtlijn. De soort moet daarom ook in Nederland worden beschermd. Daarom heeft de overheid in 2004 het verspreidingsonderzoek deze soort gestart om te weten waar de deze soorten voorkomen. Dit is belangrijk omdat twee redenen:
Met het onderzoek kan geld kan worden bespaard. De overheid, beheerders en Bouwend Nederland hoeven dan niet achter af onnodig kosten te maken als zou blijken dat in plan- of werkgebieden de Nauwe korfslak voorkomt. Het verspreidingsgebied (het areaal) van niet mag afnemen en er moet door de overheid gestreefd moet worden naar een bepaalde omvang van het areaal. Om te bepalen of het areaal afneemt en de doelstelling is gehaald moet het verspreidingsgebied van de Nauwe korfslak eens in de 6 jaar worden bepaald. Omdat populaties van de Nauwe korfslak en zijn biotoop in de Europese Unie zeldzaam zijn én in de tweede helft van de vorige eeuw zijn afgenomen.
(Volg voor verdere vragen met betrekking tot de bescherming van deze soort deze link)
Heeft de Nauwe korfslak nut?
Ja. Ieder dier, iedere plant heeft zijn plaats in het ecosysteem. Binnen het ecosysteem zijn alle dieren en planten nuttig voor elkaar. Ze zijn elkaar tot voedsel of ze zijn op een andere manier van elkaar afhankelijk om te overleven. Nauwe korfslakken leven van schimmels en bacteriën in kalkrijk bodem materiaal. De dieren spelen een rol bij de vertering van afgewaaide takken en bladeren en mogelijk van resten en uitwerpselen van dieren. De Nauwe korfslak is voedsel voor kleine vogels, muizen, en waarschijnlijk bepaalde insecten. Ook de eieren van de Nauwe korfslak zijn voedsel voor bepaalde diersoorten. Relaties tussen soorten kunnen erg ingewikkeld zijn. Over de rol van de Nauwe korfslak in het ecosysteem is nog maar weinig bekend.
Is de Nauwe korfslak nuttig voor de mens?
Ja. De Nauwe korfslak is een goede indicator voor ongestoorde kalkrijke duinbiotopen. Als de Nauwe korfslak ergens voorkomt, verteld dit natuurbeheerders dat de bodem op die plaats niet of nauwelijks is verstoord en waar natuurlijke processen goed verlopen. We weten dan dat het gaat om een biotoop dat in Europa erg zeldzaam is. De Nauwe korfslak is een soort die zich niet makkelijk kan verplaatsen en ook niet snel terugkomt als de soort in het gebied is verdwenen. De Nauwe korfslak kan daarom meer vertellen over een plek, dan soorten zich gemakkelijk kunnen verplaatsen. De Nauwe korfslak is gevoeliger en reageert sneller op ecologische veranderingen dan plantensoorten.
Waarom is de Nauwe korfslak zo moeilijk te vinden?
De Nauwe korfslak is een kleine soort van 1,8 mm. Iets groter dus als een zandkorrel. Alleen zeer geoefende zoekers kunnen de soort op het oog vinden. Normaliter worden monsters van bladstrooisel en de bodemlaag mee genomen om deze in het laboratorium op de soort te onderzoeken. De soort komt in veel gebieden alleen maar voor op kleine plekken met specifieke biotopen. Ook voor het kunnen herkennen van deze biotopen is een grote kennis nodig van vegetatie, bodemgesteldheid en landschapstructuren. Kort om de trefkans is erg klein en er zijn weinig mensen die effectief naar de Nauwe korfslak kunnen zoeken.
Wat is er leuk aan een Nauwe korfslak?
Vrijwel alles wat zeldzaam is en moeilijk is te verkrijgen willen mensen graag hebben. Zeldzaam betekend vaak kostbaar. Zeldzame postzegel zijn leuk en kostbaar. Dit geld ook voor de Nauwe korfslak. Het geeft een kik als je een de Nauwe korfslak met veel moeite hebt gevonden. En wanneer je ‘m gevonden hebt weet je dat je een soort in handen hebt die een hoge natuurwaarde vertegenwoordigt. Maar belangrijk nog is dat je dan weet dat de waarnemingen van de Nauwe korfslak (als je die doorgeeft tenminste) ook werkelijk worden gebruikt om het biotoop van deze soort te beschermen.
[Antwoorden op veelgestelde vragen over de Nauwe korfslak, beantwoord door A.W. Gmelig Meyling, A. Boesveld, R.H. de Bruyne, Sylvia van Leeuwen]
- Zeggekorfslak - Vertigo moulinsiana (Dupuy, 1849)
Waarom is de Zeggekorfslak door Europa beschermd?
De Zeggekorfslak staat vermeld in Bijlage II van de Europese Habitatrichtlijn. De soort moet daarom ook in Nederland worden beschermd. Daarom heeft de overheid in 2004 het verspreidingsonderzoek deze soort gestart om te weten waar de deze soorten voorkomen. Dit is belangrijk omdat twee redenen:
Met het onderzoek kan geld kan worden bespaard. De overheid, beheerders en Bouwend Nederland hoeven dan niet achter af onnodig kosten te maken als zou blijken dat in plan- of werkgebieden de Nauwe korfslak voorkomt. Het verspreidingsgebied (het areaal) van niet mag afnemen en er moet door de overheid gestreefd moet worden naar een bepaalde omvang van het areaal. Om te bepalen of het areaal afneemt en de doelstelling is gehaald moet het verspreidingsgebied van de Nauwe korfslak eens in de 6 jaar worden bepaald. Omdat populaties van de Nauwe korfslak en zijn biotoop in de Europese Unie zeldzaam zijn én in de tweede helft van de vorige eeuw zijn afgenomen.
(Volg voor verdere vragen met betrekking tot de bescherming van deze soort deze link)

