Purperslak-populaties in de lift
Het aantal Purperslakken is in de Oosterschelde ook in 2007 weer verder toegenomen. Vermoedelijk komt dit doordat de TBT-concentraties afnemen als gevolg van een (beperkt) verbod op deze middelen sinds 1990. Toch zijn er nog veel vrouwelijke Purperslak die als gevolg van te hoge TBT-concentraties een penis ontwikkelen. De TBT-problematiek lijkt nog lang niet ten einde en monitoring van de populaties van deze gevoelige soort blijft daarom erg belangrijk. Langs de Noordzeekust nemen de populaties van de Purperslak nog wel af. Dit komt mede door asfaltering van de dijk en bij Westkapelle.
Door: A.W. Gmelig Meyling, H. Borren en J. Willemsen (9-1-2008)
Ten behoeve van de scheepvaart zijn sinds 1970 aangroeiwerende middelen in gebruik, die Tributyltin (TBT) bevatten. Vooral Purperslakken (Nucella lapillus) zijn zeer gevoelig voor deze giftige stof en vrouwelijke dieren ontwikkelen al bij zeer geringe concentraties imposex (penisontwikkeling). In 2006 is Stichting ANEMOON daarom gestart met een monitoringproject (PIMP) waarbij het verloop van populatiedichtheden wordt onderzocht in de Oosterschelde, Westerschelde, Grevelingen en langs de Noordzee over de periode 1945 t/m 2006. Uit de rapportage van 2006 kwam naar voren dat na 1980 de populaties zeer sterk achteruit gingen. Vanaf 1997 begon een duidelijk herstel in de Oosterschelde met name in het westelijk deel, mogelijk als positief resultaat van het verbod op TBT voor kleine schepen dat in 1990 van kracht werd.
In 2007 is het PIMP voortgezet. Het project werd wederom uitgevoerd door vrijwilligers van Stichting ANEMOON. Het doel daarbij is na te gaan of de waargenomen trends zich voorzetten. Daartoe zijn in 2007 op dertig monitoringlocaties in de Oosterschelde en langs de Noordzeekust ten zuiden van Hoek van Holland systematische tellingen verricht op dezelfde wijze als in 2006. Ten noorden van Hoek zijn geen monitoringlocaties onderzocht. De populaties zijn daar al lange tijd geleden verdwenen en het is op korte termijn niet de verwachten dat Purperslakken zich daar opnieuw vestigen. Alleen op Texel bevindt zich nog een heel kleine populatie.
Tijdens het onderzoek zijn tevens op 10 monitoringlocaties Purperslakken verzameld om de mate van imposex te bepalen. Deze bepaling zijn gedaan door Imares (Universiteit van Wageningen). Resultaten uit dit onderzoek worden behandeld in Kaag & Jol (2007).
In de rapportage van 2007 zijn onder meer de volgende conclusies getrokken:
- Voor de Oosterschelde geldt dat de waargenomen stijgende trend sinds 1997 zich ook in 2007 voortzet.
- De stijgende trend is het duidelijkst in het zuidwestelijk deel van de Oosterschelde.
- Langs de Noordzeekust ten zuiden van de nieuwe Waterweg zet een geringe daling sinds 1980 zich verder voort. Deze daling wordt in 2007 versterkt doordat biotoop is vernietigd door het aanbrengen van steenstort en het daarover heen aanbrengen van asfalt.
- Op alle onderzochte locaties werden nog steeds Purperslakken aangetroffen met een imposex. TBT heeft dus nog steeds een negatieve invloed op de Purperslakpopulaties en het ecosysteem in zowel de Oosterschelde als langs de Noordzeekust.

