Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANEMOON Spuisluis Nederlandse Purperslak Populaties Worden Opnieuw Bedreigd
Navigation
Document Actions

Nederlandse Purperslak Populaties Worden Opnieuw Bedreigd

Bij Westkapelle bevond zich tot eind 2008 de grootste populatie Purperslakken van Nederland. Deze kwam daar voor op 10 strekdammen met vele honderden houten palen. In 2009 zijn deze strekdammen door zandsuppleties, ter bescherming van onze kust, vrijwel volledig onder het zand beland. Onlangs is berekend dat daarmee de Nederlandse populatie is gehalveerd. Ondanks dat deze soort door het OSPAR-verdrag als bedreigd wordt genoemd en dus beschermd dient te worden, wordt deze soort nu zelfs in het Nationaal Park en Natura-2000-gebied de Oosterschelde bedreigd door het ingieten van dijken met gietasfalt (bitumen). En dan te bedenken dat we net zo blij waren dat de Purperslak weer opkrabbelde na het verbod op Tributyltin (TBT) waar deze soort extreem gevoelig voor is.

De Purperslak (Nucella lapillus) is een tot 5 cm grote roofslak die leeft op rotskusten in de zone tussen de vloed en eblijn (de getijdenzone). De dieren leven daar onder meer van mossels en zeepokken. Deze worden doorboord met de rasptong van de slak, terwijl tegelijkertijd een zuur wordt afgescheiden. Door het boorgat worden verlammende enzymen ingebracht, alsmede stoffen die de zachte delen oplossen, waarna de prooi als een soort soep wordt opgeslurpt.

De Purperslak is vooral “beroemd” vanwege zijn extreme gevoeligheid voor Tributyltin (TBT), een stof die vanaf 1970 veel werd gebruikt in aangroeiwerende verfproducten voor de scheepvaart. Al bij nog nauwelijks meetbare concentraties TBT ontwikkelen de vrouwtjes van deze soort een penis, worden de dieren minder vruchtbaar en uiteindelijk kunnen hele populaties nauwelijks meer nageslacht produceren. Dit verschijnsel wordt imposex genoemd. Uitsterving is het gevolg.

Vanaf 1970 nam de Purperslak overal in Europa en ook in de Nederlandse kustgebieden sterk af. Rond 1995 was de soort op veel locaties verdwenen; vrijwel alle grote populaties in Nederland en elders waren gedecimeerd tot enkele exemplaren of verdwenen. De Europese Unie verbood het gebruik van TBT-houdende antifoulingverf vanaf 1 januari 1993 voor schepen kleiner dan 25 meter. In Nederland was het verbod al een paar jaar eerder van kracht. Omdat in de Oosterschelde het scheepvaartverkeer vooral bestaat uit kleine schepen, heeft de maatregel in de Oosterschelde vermoedelijk al snel effect gehad. Vanaf 1997 namen de overgebleven populaties niet verder af; vanaf 1999 is er sprake van een duidelijke toename (Gmelig Meyling et al., 2006 en 2007). In 2007 bevatten alle onderzochte populaties echter nog wel veel vrouwtjes met imposex (Kaag & Jol, 2007). In en nabij de zeer intensief bevaren Westerschelde monding is de soort na 1990 volledig verdwenen en nog niet teruggekeerd. Mogelijk dat op schepen die varen onder buitenlandse vlag nog wel gebruik gemaakt wordt van TBT-houdende producten.

 

 Gezonde Purperslakken populatie voor de zandsuppletie

 

Ontwikkelingen van de Nederlandse Purperslakken populaties sinds 1945

De TBT-bedreiging is afgenomen, maar inmiddels is duidelijk geworden dat de Purperslak weer opnieuw bedreigd wordt en wel rechtstreeks door diverse maatregelen van de overheid. Eind 2008 werd de grootste populatie van Nederland bij Westkapelle door zandsuppleties volledig begraven en gedood.

Dankzij systematische tellingen die door vrijwilligers van Stichting ANEMOON zijn gedaan in het kader van het Purperslakken Inventarisatie en Monitoring Project (PIMP), kon worden berekend dat met de zandsuppletie bij  Westkapelle circa 200.000 Purperslakken onder het zand zijn beland. In Nederland werden alleen op die plaats plaatselijke dichtheden bereikt van 300 tot 500 dieren per vierkante meter. Gemiddeld waren de dichtheden groter dan 30 per vierkante meter in de zone die niet was geasfalteerd. Met name stukje kust ten noorden van Westkapelle, met tien strekdammen was een dusdanig goede biotoop voor de Purperslak, dat hier dergelijke grote aantallen konden leven. Dit kwam doordat de strekdammen een aaneengesloten “rotskust” vormden, die bestond uit zeer grote basaltblokken. Op de strekdammen stonden palen tussen de basaltblokken,  zodat de dieren goede beschutting vonden tegen de soms zeer heftige Noordzee branding. Juist die onstuimige Noordzee zorgde weer voor zeer uitstekende condities voor zeepokken en mosselen, waarvan de Purperslak leeft. Ook bijzonder was dat de strekdammen met elkaar waren verbonden door een circa 15 meter brede strook met grote basaltblokken.

 

Het resultaat van de zandsuppleties: een verdwenen Purperslakken biotoop

Langs de Noordzeekust zijn nu verder alleen nog kleine tot zeer kleine populaties te vinden bij de Brouwersdam, Domburg, Neeltje Jans en aan de zuidkant van Westkapelle. In de Waddenzee leeft alleen een zeer kleine, nauwelijks levensvatbare populatie op Texel. In de gehele Oosterschelde zijn in totaal 22 populaties bekend waar gemiddelde dichtheden  bereikt worden van slechts 10 tot 20 Purperslakken per vierkante meter. Het oppervlak van deze geschikte biotopen is per locatie ook doorgaans (veel) kleiner dan 1000 vierkante meter. Op andere Nederlandse locaties zijn de dichtheden op de meest geschikte plekken niet hoger dan gemiddeld 0,25 dieren per vierkante meter. Al met al is de huidige restpopulatie van de Purperslak in Nederland berekend op circa 200.000 exemplaren. In dit licht bezien is de verdwijning van de populatie bij Westkapelle dramatisch te noemen.

Voor beschermde landbewonende planten of dieren zou een halvering van een populatie voorpagina-nieuws zijn en zouden er verplichte beschermende en mitigerende maatregelen zijn genomen. Maar voor de zeedieren gelden er kennelijk andere ‘normen en waarden’, zelf als het een Nationaal Park én een Natura-2000-gebied betreft. Ondanks de enorme afname van de Nederlands Purperslakken populatie gaat men ook nu nog steeds door met de vernietiging van de biotoop van de Purperslak en de vele andere bijzondere dieren en wieren die specifiek afhankelijk zijn van de getijdenzone.

 

 Waar vroeger Purperslakken leefden rest nu alleen maar gietasfalt

 Er wordt wel gezegd dat de mariene rotskusten in Nederland kunstmatig zijn en daarom geen bescherming verdienen. Maar op het land worden wél tal van kunstmatige landschappen (zoals de hei, en zelfs oude stenen bruggen) en zeldzame soorten die daarvan afhankelijk zijn (zoals, Kleine heivlinder en muurvaren) beschermd. Vanzelfsprekend wordt daarnaast -terecht- aangevoerd dat kustverdediging de grootste prioriteit heeft. Het budget voor de kustverdediging is enorm. Het zou maar heel weinig extra gekost hebben als men in overleg met deskundigen eerst had nagegaan met welke maatregelen delen van de populaties gespaard hadden kunnen worden. Of hoe ten minste als compensatie voor biotoop dat verloren is gegaan, in de nabijheid nieuwe geschikte biotopen hadden kunnen worden gecreëerd.

Onderwateropname van Purperslak met urntjes (eikapsels) in Oosterschelde

Literatuur:
Gmelig Meyling, A.W., J. Willemsen, en R.H. de Bruyne, 2006. Verspreiding en trends in Nederland van de Purperslak Nucella lapillus. Anemoonrapport 2006-14. Stichting ANEMOON. Heemstede.
Gmelig Meyling, A.W., H. Borren & J. Willemsen. Purperslak (Nucella lapillus). Inventarisatie en Monitoringproject. Jaarverslag 2007
Kaag, N.H.B.M. & J. Jol, 2007. Monitoring imposex bij de Purperslak, Nucella lapillus, in de Zeeuwse wateren.

Tekst: Adriaan W. Gmelig Meyling, Rykel H. de Bruyne en Peter H. van Bragt
Foto’s: Adriaan W. Gmelig Meyling en Peter H. van Bragt

Vragen of opmerkingen over de Nederlandse Purperslakken andere zeedieren of wieren kunnen per E-mail doorgestuurd worden naar de Spuisluiswachter.