Terug van weg geweest: het gestippelde mosdierslakje
Sinds oktober 2001 hebben we hem niet meer gezien maar op 30 september 2007 is hij weer in de Oosterschelde aangetroffen: Thecacera pennigera, het gestippelde mosdierslakje. Voor veel sportduikers is dit wellicht de mooiste soort van de Nederlandse zeenaaktslakken.
Het gestippelde mosdierslakje is een opvallende verschijning. De zwarte stippen en oranje vlekken zijn typisch voor deze soort. Karakteristieke anatomische kenmerken zijn de gelamelleerde rhinoforiën die in brede scheden met twee grote lobben staan en een kieuw krans die beschermd wordt door twee grote papillen die er vlak achter staan.

Foto 1: Thecacera pennigera, het gestippelde mosdierslakje, Oosterschelde © Peter H. van Bragt, 2007

Foto 2: Thecacera pennigera, het gestippelde mosdierslakje, Oosterschelde © Peter H. van Bragt, 2007
Het gestippelde mosdierslakje komt over bijna de hele wereld voor. Hij is bekend van: De Atlantische kust van Europa, Zuid-Afrika, West-Afrika, Pakistan, Japan, Brazilië, Oost-Australië en Nieuw-Zeeland. In 1954 werd het gestippelde mosdierslakje voor het eerst in Nederland in de buurt van Vlissingen in de Westerschelde aangetroffen. De volgende waarnemingen zijn uit 1985 en 1990. Van september 1995 tot aan de laatste waarneming in oktober 2001 werd hij meestal in het najaar en soms in grote aantallen uitsluitend in de Oosterschelde waargenomen. Sinds die tijd was hij op de Nederlandse kust niet meer aangetroffen. Vaak hoorde je aan de dijk duikers en onderwaterfotografen praten over hoe mooi deze zeenaaktslak is en hoe jammer het is dat hij niet meer in de Oosterschelde voorkomt. Maar daar is nu dus een einde aan gekomen.

Op 30 september 2007 zijn door twee afzonderlijke buddy teams ten westen van het Sas van Goes vier exemplaren van het gestippelde mosdierslakje gevonden. De slakjes zijn tegelijkertijd gevonden door Gery Beeckmans en Peter H. van Bragt. Drie exemplaren zaten op Bugula plumosa, een struikvormig mosdiertje dat het specifieke voedsel voor deze zeenaaktslak is. In de struikjes van Bugula zijn ook enkele eisnoertjes van het mosdierslakje aangetroffen. Het vierde exemplaar zat op Dasysiphonia, een zacht roodwier.

Foto 4: Bugula plumosa, Oosterschelde © Peter H.
van Bragt, 2007
Mogelijk is dit het begin van een lange periode dat we weer kunnen genieten van de aanwezigheid van deze schitterende parel in de groene zee.
Reacties,vragen of opmerkingen over deze soort of bijzondere waarnemingen van andere organismen kunnen per
E-mail doorgestuurd worden naar de Spuisluiswachter.

