Skip to content Skip to navigation

Sections
Personal tools
You are here: Home ANEMOON Spuisluis 2004 De eerste Nederlandse zakpijp Molgula manhattensis of M. tubifera?
Navigation
Document Actions

De eerste Nederlandse zakpijp Molgula manhattensis of M. tubifera?

De eerste Nederlandse zakpijp: De Ronde zakpijp Molgula manhattensis (De Kay, 1843) of M. tubifera (Müller)
Geplaatst 07-10-2004. Waarnemingen ( en 12-09-2004), tekst en foto: Peter H. van Bragt.

De Nederlandse naam "zakpijp" en de eerste schriftelijke melding van een in Nederland voorkomende soort van deze dieren is volgens D.A.G. Buizer in "De Nederlandse Zakpijpen (Manteldieren) en Mantelvisjes; Tunicata, Ascidiacea en Appendicularia" Wetenschappelijke Mededeling K.N.N.V. nr. 158, juli 1983, door dr. Job Baster (1709-1775) in zijn "Natuurkundige uitspanningen II", (Haarlem, 1759) beschreven. De bij deze beschrijving gepubliceerde afbeelding lijken sterk op de Ronde zakpijp Molgula manhattensis. Hiermee is dit dus de eerste in de Nederlandse literatuur beschreven zakpijpensoort. In zijn "Natuurkundige uitspanningen II", (Haarlem, 1759) omschrijft Baster het als volgt: "... Ik neeme derhalve aan mij de vrijheid om het een zak-pijp of Ascidium te noemen, dewijl het met dat blaasinstrument veel overeenkomst heeft...." Baster doelde hiermee op een doedelzak. De door hem afgebeelde soort Molgula manhattensis trof hij "... Aan de deuren van sommige Zassen en Sluizen...."


Foto 1: Ronde zakpijp Molgula manhattensis of M. tubifera (?), Oosterschelde12-09-2004 © Peter H. van Bragt

Volgens Buizer is dit een soort die opvallend rond en qua vorm en afmeting erg konstant is; maximale diameter ca. 3 cm.; kleur grijs-groen en voorzien van een forse, tot ca. 7 mm. uitstekende in- en uitstroomopening. De instroomopening is 6-lobbig, de uitstroomopening 4-lobbig. De tunica [huid, red.] is bezet met zeer fijne fibrillen (haartjes) waar soms slib, zand enz. aan gehecht is. Tot 1983 was er van de verspreiding het volgende bekend: o.a. uit de Waddenzee (West-Terschelling, Oudeschild, 't Horntje), Den Helder, Oosterschelde, Zijpe. Van deze soort is een sterke schommeling in aantallen bekend. Pontons in de haven van Burghsluis en in het havenkanaal van Zierikzee waren in 1978 bezet met vele duizenden exemplaren. Dit staat in schril kontrast met de waarnemingen van Sandee e.a. tijdens diverse duiken. Voorts is de soort bekend uit het kanaal door Walcheren, het Kanaal door Zuid-Beveland en uit de Westerschelde. Voor 1932 kwam hij ook massaal in de Zuiderzee voor.

Volgens Hayward & Ryland (Handbook of the Marine Fauna of North-West Europe, 1995) is het verhaal echter complexer. Zij beschrijven deze soort als Molgula tubifera (Oersted) en is het een andere soort dan de Amerikaanse Molgula manhattensis. M. tubifera komt op alle kusten van Noorwegen tot Portugal voor, in ondiepe wateren tot ongeveer 90 m. diepte en vooral in estuaria en havens.

Buizer gebruikt "Zeedruif" als Nederlandse naam. Omdat deze naam echter verwarrend is met het Zeedruifje Pleurobranchia pileus (Müller), wat een ribkwalletje is, wordt nu de voorkeur gegeven aan "Ronde zakpijp".

Opvallend is dat deze eerst beschreven Nederlandse zakpijp nu op de meeste duikplaatsen in Oosterschelde en Grevelingnemeer niet wordt waargenomen. In de afgelopen 25 jaar heeft de auteur tijdens circa 1000 Zeelandduiken hem in iedergeval niet eerder bewust waargenomen. Mogelijk komt hij nog veel voor op plaatsen waar niet gedoken mag worden zoals in de diverse havens en kanalen van Zeeland? Tijdens twee duiken in de Oostelijke Oosterschelde op 06-12-2002 en 12-09-2004 heeft hij echter deze soort eindelijk aangetroffen en tijdens de laatste duik heeft hij er ook foto's van gemaakt. Zie foto 1.

Zijn er meer recente vindplaatsen van van de Ronde zakpijp bekend? Neem dan per E-mail contact op met de Spuisluiswachter.

Voor vragen of opmerkingen over deze waarneming kunt u terecht bij de Spuisluiswachter